Duwtje

Of wij vri­jdag onze kleinkinderen van school kon­den ophalen. Geen lessen ’s mid­dags, maar mama moet wel werken. Dus ston­den wij stipt om 11.45 uur op het school­plein te wacht­en tot­dat ze tevoorschi­jn kwa­men. Zelf waren ze iets min­der stipt en zo druk in gesprek met hun medeleer­lin­gen dat ze ons in eerste instantie niet zagen staan. Toen ze iedereen een pret­tig week­end had­den gewenst was het tijd om ons uit­ge­breid te begroeten.

De mid­dag ver­liep zoals gewoon­lijk met veel voor­lezen (gelukkig is het boek met de hamer- en spijk­er­haai niet meer in trek nadat we het toch wel min­i­maal 5.000 keer uit de kast hebben gehaald), spel­let­jes spe­len (met de intro­duc­tie van een voor mij nieuwe vorm van kwartet waar het kwartet uit slechts drie kaarten bestaat waar­door ik menig­maal in de mist ging en tegen mijn schuld alle pot­jes heb ver­loren), spoor­li­j­nen aan­leggen (met daarop veel hin­dernissen zodat de trein­com­bi­natie bij elke tien cen­timer ontspoort), spoor­li­j­nen afbreken (omdat ook zon­der hin­dernissen som­mige bocht­en wel heel scherp waren en de trein­com­bi­natie nog steeds te vaak ontspo­orde) en tussendoor goed eten (een boter­ham met hagel­slag, nee eerst neem je een boter­ham met kaas, ik lust geen kaas, jawel je lust wel kaas, ik ben aller­gisch voor kaas, dan neem je maar lev­erkaas, dat lust ik niet geef me dan maar kaas) en drinken (ik wil graag niet van die gele ran­ja en met zon­der ijsklon­t­je). Kor­tom, het was vanouds gezel­lig.

Tegen eten­sti­jd komt mama haar kinderen weer ophalen. “Zo”, zegt ze tegen de oud­ste, “ben je niet te moe om dadelijk dat hele stuk naar huis te fiet­sen?” “Fiet­sen?”, zeg ik ver­baasd. We kijken elka­ar aan. Gelukkig was het hek van de school nog open, en nog gelukkiger stond zijn fiet­sje net­jes op hem te wacht­en. “Wil je me een duwt­je geven?”, vraagt hij. Ter­wi­jl ik hem bij de schoud­ers vast­pak plaatst hij zorgvuldig zijn voeten op de ped­alen. “Ja!”, roept hij. Zacht geef ik hem een duwt­je en daar gaat hij.

Vanocht­end komen ze opnieuw langs voor een blik­sem­be­zoek. De jong­ste achterop de fiets bij mama en de oud­ste opnieuw op zijn eigen fiet­sje. Maar er is veel veran­derd sinds gis­ter. Het vasthouden en duwen is niet meer nodig. Vol trots laat hij me zien hoe hij door met één voet op de ped­alen en met de andere te step­pen snel­heid maakt. Daar­na die tweede voet ook op het pedaal en trap­pen maar. Vijftig meter verder rem­men. Afstap­pen. Fiets omdraaien en het­zelfde rit­ueel om weer op gang te komen. Tien cen­time­ter voor mij komt hij tot stil­stand. Een brede lach op zijn gezicht. Het gaat hard.

~ ~ ~

8 Comments

Wat gaat het alle­maal snel he? Ik wil tegen­wo­ordig alles met de fiets doen, want besef me dat die kleine van mij niet lang meer in het voorstoelt­je kan zit­ten en achterop is toch al net weer wat min­der knus.

M’n dochter begint straks met een studie Horecaondernemer/management en m’n zoon met Sociale Psy­cholo­gie. Ze zijn bij­na 18 en net 23, maar ik geef ze nog steeds kleine duwt­jes in de rug, al zijn het in dit geval (meestal) men­tale duwt­jes.. Ieder mens heeft dat zo af en toe nodig..

Mooi en lief ver­haal, Peter.

Geef een reactie