18234 — leesverslag

De teruggekeerden — Jason Mott

~ ~ ~

Gast­blog geschre­ven door Juli­ta in het kader van de pre­read actie rond­om de lan­ce­ring van De Terug­ge­keer­den.

~ ~ ~

Wereld­wijd publi­ceer­de uit­ge­ve­rij Har­le­quin 27 augus­tus jl. de debuut­ro­man De Terug­ge­keer­den van Jason Mott. De term de terug­ge­keer­den slaat op men­sen die na een x aan­tal jaar over­le­den te zijn plots weer opdui­ken. Zij heb­ben nog de leef­tijd die ze had­den toen ze over­le­den, maar hun nabe­staan­den niet. Glo­baal gezien gaat het boek over hoe de wereld omgaat met dit feno­meen. De cita­ten uit eer­de­re recen­sies op de voor­flap van het boek en dat op de basis van het manu­script alleen al de film­rech­ten zijn ver­kocht beloof­de veel goeds.

Begin deze maand had ik me bij @NotJustAnyBook op Twit­ter opge­ge­ven om mee te doen aan de pre­read van het boek en deze te recen­se­ren. Ach­ter­af vind ik deze actie op basis van de erva­ring een suc­ces. Helaas bleek de lees­er­va­ring enigs­zins tegen te val­len en vraag ik me af of ik dit boek ook had gele­zen als ik het niet via een leu­ke actie had gekre­gen.

Ik begon met lezen op 16 augus­tus. Een dag en 47 jaar later nadat één van de hoofd­per­so­nen, Jacob, op acht­ja­ri­ge leef­tijd over­leed. Jacobs ouders zijn al in de zeven­tig als hij ineens, nog steeds acht jaar, voor hun deur staat. Het boek bestaat uit de erva­rin­gen van Jacobs ouders, het dorp waar­in zij leven en die van ande­re terug­ge­keer­den. Wat gelijk al sto­rend is is dat ieder­een slechts in de war lijkt te zijn van de men­sen die terug­ge­ko­men zijn van de dood. Over­he­den, omstan­ders en nabe­staan­den weten in eer­ste instan­tie niet wat ze met hen aan­moe­ten. De eni­ge men­se­lij­ke reac­tie is die van Jacobs moe­der. Zij valt flauw bij het nieuws dat haar zoon ineens weer in de deur­ope­ning staat. Een­maal ont­waakt accep­teert zij ech­ter vol blijd­schap dat hij er is. Er is wel paniek, maar die komt pas als het aan­tal terug­ge­keer­den begint te groei­en. Ook is er afkeer, zoals bij de vader van Jacob. Hij erkent Jacob niet als zijn zoon, die is immers ooit over­le­den. Ook voor afkeer is ech­ter eerst accep­ta­tie nodig omdat je moet erken­nen dat er iets is om je voor af te keren. Dat en de blijd­schap om een over­le­den gelief­de terug te zien vind ik vol­ko­men onre­a­lis­tisch.

Helaas ken­nen we alle­maal wel een per­soon die nu niet meer onder ons is. Stelt u zich eens voor dat u zich omdraait en een dier­ba­re of vage ken­nis die jaren gele­den is over­le­den ineens voor u staat. Ade­mend en van vlees en bloed, net als u. Als u dan het bewust­zijn niet ver­liest zult u op z’n minst in paniek raken, lijkt me.

Een aan­tal jaar gele­den over­leed een men­tor­fi­guur van mij. In de eer­ste week na zijn over­lij­den droom­de ik elke nacht dat ik hem op school tegen­kwam. In deze droom had hij vre­se­lijk ruzie met één van zijn collega’s omdat hij zijn dood voor de grap in scè­ne had gezet en dat dit nog­al uit de hand was gelo­pen. Hij draai­de zich om naar mij en toen ik zijn gezicht zag ging ik over mijn nek in plaats van dat ik over­liep van blijd­schap.  Ver­vol­gens wil­de ik hem niet meer spre­ken. In de eer­ste minuut na het ont­wa­ken uit de droom, of nacht­mer­rie beter gezegd, voel­de ik wal­ging en op de ach­ter­grond ook opluch­ting omdat ik ondanks de rot­grap toch lie­ver had dat de men­tor­fi­guur niet dood was. Om ver­vol­gens weer ver­plet­te­rend ver­driet te voe­len zodra ik wak­ker genoeg was om door te heb­ben dat het slechts een droom was. Eerst was er ech­ter wal­ging en ver­war­ring.

Een min­der hef­tig voor­beeld is een gevoel dat we alle­maal wel ken­nen. Het is net uit met een gelief­de of er is net iemand onver­wachts over­le­den en we den­ken die­ge­ne op straat te zien lopen. In een frac­tie van een secon­de den­ken we iemand te her­ken­nen en rea­li­se­ren we ons ook dat het niet kan. Zo’n moment gaat vaak gepaard met hef­ti­ge hart­klop­pin­gen. Net als het moment waar­op we in de woon­ka­mer staan en ineens dege­ne waar­van we zeker wis­ten dat hij niet thuis was naast ons zien. Iemand was er niet en is er ineens wel. Dat we alle­maal dood­gaan op een dag is één van de wei­ni­ge zeker­he­den die we heb­ben. Hoe graag we een over­le­den dier­ba­re weer terug wil­len zien, het zou ons wereld­beeld op zijn grond­ves­ten doen schud­den als dat ook daad­wer­ke­lijk zou gebeu­ren. Eni­ge paniek, wat vlucht­ge­drag of gezins­the­ra­pie had ik dan ook in eer­ste instan­tie meer op z’n plaats gevon­den dan met­een over­gaan op kus­sen en knuf­fels.

Dit ter­zij­de ben ik erg onder de indruk van de ver­beel­dings­kracht en cre­a­ti­vi­teit van Mott. Er is een breed sca­la aan moge­lij­ke scenario’s in een wereld waar­in men­sen zomaar niet meer dood zijn en hij heeft een paar ster­ke ver­zon­nen. Zo is er een ouds joods echt­paar dat een stel terug­ge­keer­de nazi’s opvangt die ach­ter­na wor­den geze­ten door een boze menig­te die de man­nen wil straf­fen voor oor­logs­mis­da­den. Dit is ove­ri­gens de eni­ge refe­ren­tie aan de Twee­de Wereld­oor­log die Mott maakt, wat ik knap vind. De valkuil van een ver­ge­lij­king met deze his­to­ri­sche gebeur­te­nis ver­mijdt hij goed, ter­wijl hij mak­ke­lijk te maken valt wan­neer omstan­ders en het leger de terug­ge­keer­den in lege gebou­wen ver­za­melt. Mijn per­soon­lij­ke favo­riet is het mini­ver­haal van de terug­ge­keer­de kun­ste­naar die in 1921 onder een auto was geko­men en onbe­kend was geble­ven ware het niet dat een stu­den­te zijn werk ont­dek­te en wereld­kun­dig maak­te. Zich een­maal bewust van zijn faam wordt hij ver­liefd op zijn ont­dek­ker die inmid­dels in de vijf­tig is en wor­den onder­werp en onder­zoe­ker gelief­den.

Wat tij­dens het lezen van de mooie, cre­a­tie­ve scenario’s dan weer stoort is de over­dre­ven manier van uit­leg­gen die Mott heeft. Als­of hij zijn lezers niet al te hoog inschat legt hij soms blad­zij­des van te voren er al dik boven­op wat en waar­om een bepaal­de plot­wen­ding plaats gaat vin­den. Zo is van­af het eer­ste moment dat de felste opstan­de­ling tegen de terug­ge­keer­den voor­komt al dui­de­lijk dat hij alleen maar iets tegen de terug­ge­keer­den heeft omdat zijn eigen over­le­den vrouw er niet tus­sen zit. Gek genoeg staat daar weer tegen­over dat je als lezer vol­le­dig zelf mag invul­len waar­om de terug­ge­keer­den er ineens waren en wat hun nut was.

Ook stoort de ver­ta­ling. Woor­den als sir en ma’am zijn goed te ver­ta­len naar het Neder­lands en behou­den in de Neder­land­se taal hun ori­gi­ne­le bete­ke­nis. Toch heeft de ver­ta­ler ervoor geko­zen de woor­den niet te ver­ta­len waar­door de lezer een Neder­land­se zin leest die onwen­nig met deze Engel­se woor­den ein­digt.

Het zijn inte­res­san­te vraag­stuk­ken die opdui­ken in het boek. Vra­gen over men­se­lijk gedrag en leven en dood zijn uni­ver­seel en van alle dagen. Hoe­wel er mijns inziens voor­al in het begin onre­a­lis­tisch wordt omge­spron­gen met het rare feno­meen van de terug­ge­keer­den lijkt de ver­de­re reac­tie van de hele wereld op het toe­ne­men­de aan­tal men­sen mij behoor­lijk reëel. Mott laat zien dat into­le­ran­tie en angst ver­der gaan dan huids­kleur en reli­gie door het ver­zin­nen van een nieuw soort mens, name­lijk de terug­ge­keer­den. Into­le­ran­tie en angst heb­ben te maken met con­tro­le wil­len heb­ben over het onbe­ken­de want het onbe­ken­de is eng. Ver­zet heeft te maken met niet lan­ger onbe­gre­pen en onder­drukt wil­len zijn en komt dan ook vol­op aan bod in het boek.

Samen­ge­vat is het con­cept dat men­sen ineens terug­ke­ren uit het doden­rijk en de vraag­stuk­ken over men­se­lijk gedrag en leven en dood erg inte­res­sant. Hoe ermee wordt omge­spron­gen helaas min­der. Een inte­res­sant con­cept en boei­en­de vraag­stuk­ken maken nog geen goed boek. Wat in dit geval dus over­blijft is een ver­haal dat boei­en­der had kun­nen zijn, gego­ten in een vorm die strak­ker had gekund.

384 pagi­na’s
ISBN 9789034753212
Uit­ge­ve­rij Har­le­quin

2 reacties

Hoi Juli­ta, dank nog­maals dat je je recen­sie wil­de plaat­sen op mijn blogsite. Ik ben er trots op!
Wat je lees­er­va­ring betreft, ik kan er een heel eind in mee­gaan. Je obser­va­tie dat de ouders van Jacob nog­al snel een bepaal­de hou­ding aan­ne­men en dat daar­bij gevoels­ma­tig wat stap­pen wor­den over­ge­sla­gen, vind ik goed opge­merkt.
Nog steeds denk ik dat het boek in begin­sel heel veel poten­tie heeft, maar dat het net niet genoeg uit de verf komt. Maar het blijft wel spo­ken in je hoofd, en dat is dan weer knap van de auteur.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.