50books — Vraag 40

Deze blog­post is deel 40 van 50 in de serie 50books — 2013

Ieder­een kent er wel een paar. Zo’n flauw grap­je tij­dens je jeugd dat elke keer weer voor­bij kwam. Niet omdat ze zo leuk waren maar omdat ze vaak onlos­ma­ke­lijk ver­bon­den waren met een bepaal­de per­soon of terug­ke­ren­de situ­a­tie. Zo her­in­ner ik mij­zelf nog altijd de opmer­king die mijn vader altijd maak­te wan­neer we gin­gen vis­sen. In de auto op weg naar de vis­plek van de dag, vroeg ik hem dan stee­vast waar de mees­te vis zat hoe­wel ik het ant­woord allang wist. ‘Tus­sen de kop en de staart, jon­gen’, zei hij olijk en gaf me ver­vol­gens vaak ook nog een por in mijn zij of een klap op mijn schou­ders. Ik kon er niets aan doen maar moest er elke keer weer om lachen. Ook nu ter­wijl ik dit schrijf heb ik een grijns op mijn gezicht.

Natuur­lijk doe je wel onrecht aan de kop en de staart. Ten­slot­te is dat ook vis. En min­stens zo belang­rijk als de rest. Het zou het­zelf­de zijn als wan­neer je zou zeg­gen dat het mees­te ver­haal tus­sen de begin- en de eind­zin zou zit­ten. Dat klopt op zich hele­maal. Maar we weten alle­maal dat een eind­zin het voor­gaan­de com­pleet op zijn kop kan zet­ten. Er zit soms net zoveel ver­haal in die laat­ste zin als in alle voor­gaan­de zin­nen. Met terug­wer­ken­de kracht wordt het ver­haal in een ander dag­licht gezet en zet zich in je hoofd een trein van gedach­ten in wer­king om de nieu­we ver­haal­lijn te vol­gen die door die laat­ste zin in wer­king is gezet.

En wat te den­ken van die eer­ste zin? Een­tje waar de schrij­ver vaak tij­den tegen­aan zit te hik­ken. Het is ten­slot­te wel het eer­ste waar je als lezer mee te maken krijgt. Daar kun je niet al te luch­tig over doen. Ik bedoel, het maakt nog­al een ver­schil wan­neer voor een hier niet nader te noe­men boek, de begin­zin als volgt was geweest ‘Met een schok schoot hij wak­ker en zag op z’n wek­ker dat hij zich ver­sla­pen had’, in plaats van ‘In het begin schiep God de hemel en de aar­de’. Het zou veel lezers toch een heel ander beeld heb­ben gege­ven van de hoofd­per­soon. Zo’n eer­ste zin kan voor een schrij­ver soms echt een obses­sie gaan vor­men dat ze er com­pleet door geblok­keerd raken. Om maar aan te geven hoe belang­rijk het voor hen is.

Ik her­in­ner me een uit­spraak van een schrij­ver die aan­gaf altijd met de twee­de zin van zijn ver­haal te begin­nen om dan pas later, wan­neer hij meer over­zicht had over het geheel, de eer­ste zin erbij te schrij­ven. Iets van deze wor­ste­ling zag ik ook terug bij Jan­nah Loon­tjes in haar boek ‘Mijn leven is mooi­er dan lite­ra­tuur’:

Als een schrij­ver al maan­den aan een begin werkt, is dit dan nog een begin te noe­men? Zit hij vast omdat hij geen geschikt begin kan vin­den of kan hij geen geschikt begin vin­den omdat hij sowie­so in zijn leven en den­ken vast­zit? We kun­nen eigen­lijk pas iets zin­nigs over het begin van het schrij­ven zeg­gen als we al ver­der zijn. Zelfs als er maar één zin van een tekst is, kun je die zin alleen als ‘eer­ste zin’ her­ken­nen als er op zijn minst een belof­te van een ver­volg is.
[p.14, Mijn leven is mooi­er dan lite­ra­tuur, Jan­nah Loon­t­jens]

Kort­om, de schrij­ver doet dus in de mees­te geval­len erg zijn best om een goe­de eer­ste zin neer te zet­ten. Maar lukt dat ook altijd? En her­ken­nen jul­lie dit zelf ook als lezer dat een begin­zin bepa­lend kan zijn voor het even­tu­e­le ver­der lezen? Heb­ben jul­lie voor­beel­den van begin­zin­nen die zo pak­kend zijn dat ze je altijd zijn bij­ge­ble­ven? Met ande­re woor­den hoe belang­rijk vin­den jul­lie die eer­ste begin­zin van een ver­haal? Of ervaar je die eer­ste zin gelijk alle ande­re en ben je uit­ein­de­lijk geïn­te­res­seerd in het gehe­le ver­haal? Zit voor jou dus het mees­te ver­haal wel dege­lijk tus­sen de begin- en de eind­zin?

Ik ben zoals elke week weer erg benieuwd naar jul­lie reac­ties. Veel schrijf­ple­zier, en laat je niet tegen­hou­den door die eer­ste zin.

Vraag 40:
Hoe belang­rijk is de eer­ste zin van een boek en wel­ke goe­de voor­beel­den ken je?

~ ~ ~

Onte­vre­den
Gemis

20 reacties op “50books — Vraag 40”

  1. De begin­zin zet de toon, ech­ter het ver­haal dat volgt is het­geen mij altijd het meest bij­blijft (of juist niet). Zelfs als de begin­zin van een ver­haal ruk is (om het maar even plat te zeg­gen) wil dat niet zeg­gen dat de rest van het ver­haal ook ruk is. Door de begin­zin en de rest van het begin lezen is soms heel waar­de­vol, ik maak er altijd een pres­ta­tie van om me niet te laten lei­den door een eer­ste indruk en pro­be­ren de kern te zoe­ken.

    1. In veel geval­len zul je later pas mer­ken (nadat je het gehe­le boek hebt gele­zen) hoe­veel kern er in die eer­ste zin blijkt te zit­ten. Dat is zo bij­zon­der aan die begin­zin­nen. Ze geven hun ‘gehei­me lagen’ pas gelei­de­lijk prijs naar­ma­te jij vor­de­rin­gen in het ver­haal maakt.

  2. Pingback: De eerste zin – #50books | De wereld van Hendrik-Jan

  3. oh, en hoe kan ik het ver­ge­ten, de ope­nings­zin uit Ceasars De bel­lo Gal­li­co: Gal­lia est omnis divi­sa in par­tes tres, qua­rum unam inco­lunt Bel­gae, ali­am Aquit­ani, ter­ti­am qui ipsorum lin­gua Cel­tae, nos­tra Gal­li appellantur.Of, Gal­lië is ver­deeld in drie delen, een stuk­kie voor de Bel­gen, een stuk voor de Aquit­anen en ten­slot­te dat iets voor dat zooi­tje onge­re­geld dat Kel­tisch spreekt. Zo’n ver­ta­ling levert gega­ran­deerd genoeg straf­werk op om die tekst nooit meer te ver­ge­ten!

  4. Pingback: Vraag 40: Hoe belangrijk is de eerste zin van een boek en welk goed voorbeeld ken je? | Sandra schrijft en leest

Reacties zijn gesloten.