Scherven

Wanneer hij weer eens in scherven uiteen gevallen was, nam hij altijd een rustpauze. Een tijdlang trok hij zich terug. Bang om de mensen onder ogen te komen. Als eerste begon hij met nauwgezet alle brokstukken te verzamelen. Een tijdrovende klus. Daarna kwam het moeilijkste gedeelte. Hij was daar in de loop van de jaren vreemd genoeg niet bedrevener in geworden. Het alles weer aan elkaar lijmen. Dat viel elke keer weer tegen. En het deed pijn. Pijn om de brokstukken van vorige brokstukken te zien. Net alsof iedere keer weer er een beetje meer gebroken was. Maar ook pijn om ze passend te maken. De scherpe randjes zorgden voor onverwacht diepe wonden tijdens zijn verwoede lijmpogingen.

Wanneer hij eindelijk klaar was met zijn werk durfde hij pas weer naar buiten. Zich aan de buitenwereld te vertonen. Nog wat onwennig in zijn nieuwe opgelapte lijf liep hij stram rond. Bekeek zich in de spiegeling van de etalages en zag dat het goed was. Het was hem ook deze keer weer gelukt zichzelf te repareren. Tegen alle verwachting in. Lachen viel hem nog zwaar maar ook deze keer had het leven hem niet klein weten te krijgen.

Gelukkig zag hij niet wat de mensen wel zagen. Want dan zou hij nooit meer teruggekomen zijn.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *