Onbereikbaar

Deze blog­post is deel 5 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

Alweer ruim vier jaar gele­den begon ik aan een zoveel­ste blo­g­ex­per­i­ment (er zouden er nog vele vol­gen). Elke dag kreeg ik een gedicht via de mail toeges­tu­urd. In de meeste gevallen las ik ze wel maar begreep ik ze min­der. Ik nam me voor er wat vak­er de tijd voor te nemen om ze aan­dachtiger te lezen en er ver­vol­gens ook een blog­je over te schri­jven. Niet zozeer als duid­ing (want zoveel zelfken­nis had ik nog wel om te snap­pen dat dat iets te hoog gegrepen zou zijn) maar om te delen wat het met me deed. Waarheen zouden mijn gedacht­en gaan tij­dens of na het lezen van het dagelijkse gedicht in mijn mail­box?

En zoals dat gaat met de meeste van mijn blo­g­ex­per­i­menten heb ik het een tijd­je vol­ge­houden tot­dat ik weer toe was aan een vol­gend uit­probeersel.

Toch heb ik er een hoop van geleerd. En het belan­grijk­ste voor mij was dat ik een gedicht niet hoef te snap­pen. Dat het daar niet (alti­jd) om gaat. Het (ver)dwalen in de mooie zin­nen die zwanger zijn van beteke­nis welke vooral­snog ver buiten mijn bereik ligt geeft al zodanig veel leesplezi­er waar­door een inci­den­tele ont­dekking van inter­tex­tu­aliteit of steels gehanteerde metafoor de kers op de sla­groom­taart vormt. Het mogen geni­eten van hoe kun­stig taal gebruikt wordt is het lezen van gedicht­en voor mij al meer dan waard.

hij houdt de hele dag de kleine en de grote wijz­er
aan de praat, hij houdt de straat tot het schemeren gaat
in de gat­en, als een jas passen hem de gang en de wan­den

als aan een spijk­er hangt aan hem het huis. [p.37]

Zo ook bij de nieuwe (derde) dicht­bun­del ‘Waar we wonen’ door Thomas Möhlmann. Sinds ik mijn recen­sie-exem­plaar heb mogen ont­van­gen is er geen week voor­bij gegaan waarin ik niet min­stens de helft van de gepub­liceerde gedicht­en opnieuw heb gelezen. Ik bli­jf ze hardop voor­lezen voor mezelf en wordt vooral betoverd door de sub­tiele her­halin­gen die door de hele bun­del heen gebruikt wor­den. Kleine vari­aties op belan­grijke thema’s die je allereerst doen ver­war­ren of je iets nu opnieuw leest of juist denkt te herken­nen van ander werk wat je ergens gelezen meent te hebben.

… jij zei dorst en ik wees water
jij wees naar de takken en ik bouwde
een huis, ik zei welkom en je kwam. [p.11]

Pas na aan­dachtige bestud­er­ing zie je hoe vakkundig deze terugk­erende pas­sages door het grotere geheel zijn gew­even. Ze vor­men een soort van basis­pa­troon welke in het begin nog niet meteen opvalt in een tapi­jt waar fleurigheid en een druk design de aan­dacht opeisen zoals op de voor­flap van de bun­del. Wat bij mij vooral bli­jft hangen en het telkens opnieuw her­lezen zo boeiend maakt, zijn de ver­wi­jzin­gen naar een (onbereik­bare?) geliefde.

Leg je hart bloot en er wordt op getrapt. [p.59]

Ik heb hier onbereik­baar met een vraagteken tussen haak­jes staan omdat ik niet zek­er weet of het zo bedoeld is. Maar ik lees het dus wel zo. Het is mijn inter­pre­tatie. En dus zegt het net zoveel over mij dan over de gedicht­en. Wat ik lees is het ver­haal van een man die onwaarschi­jn­lijk graag wil beminnen, hart­stochtelijk veel zijn geliefde de zijne wil mak­en, maar zich niet kan, weet en wil ontrukken aan zijn afkomst en zijn ang­sten. Bang dat hij niet kan vol­doen. Bang dat hij niet vol­doende is.

en ergens slaat een onver­hoedse hoest­bui
alle ankers los, je bent pre­cies je vad­er

zoals hij zijn vad­er was, pre­cies de char­mant
lachende, schoud­erk­lop­pende, verd­waalde
over­spelige, een­zelvige, pre­cies deze ene
hond­strouwe vad­er niet.

Miss­chien dat ik er ver­keerd aan doe om alle gedicht­en als één geheel te zien. Tenslotte zijn ze op ver­schil­lende momenten en vanu­it diverse aan­lei­din­gen tot stand gekomen. Maar ik hoor één stem die tegen me spreekt. En dit is wat hij zegt:

Jij bent de wor­tels die onder mijn voeten slapen jij houdt de aarde op z’n plek … [p.41]

Daar­door raak ik over­rompeld, over­don­derd. Het doet iets met me. Het is zo herken­baar. En is het dan gek dat ik verderop com­pleet van slag raak wan­neer ik plots lees:

Ik heb je weinig te bieden … [p.50]

Want dat is tevens zo herken­baar. De angst voor die grote liefde. Die zoveel grot­er is dan jij denkt te kun­nen bevat­ten. Die vol is van verwachtin­gen welke volkomen mis­plaatst zijn. Want om die liefde waard te kun­nen zijn zul je je moeten ont­worste­len aan wie je was, wie je bent en wie je dacht te zullen zijn. Je zult grot­er moeten wor­den dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Dan alleen zul je in staat zijn om lief te hebben op een niveau dat jouw geliefde waardig is.

Heb lief, heb ein­de­loos lief
heb groots en meeslepend lief
je zult alle lagen leren ken­nen
van pijn, maar je zult lev­en
en volledig zijn. [p.59]

En dat zit er niet in.

Dat denk je ter­wi­jl je leest. Tot­dat je beseft dat het hier niet over jou gaat. Waar­door je tevens beseft dat het meeslepende poëzie is die Thomas Möhlmann geschreven heeft. Poëzie van het ver­rader­lijke soort, omdat je niet door hebt hoe het vertelde ver­haal gelei­delijk aan jouw ver­haal dreigt te wor­den. Hoe je onderdeel wordt van een the­matiek die er miss­chien hele­maal niet in zit, maar door­dat de tekst zodanig is opgesteld kan het er net zo goed wel in zit­ten. Mul­ti-inter­pretabel. Supergevaar­lijk. Heer­lijk om te lezen en bij weg te dromen. Elke keer weer.

iemand wees naar de ster­ren en zei
ik zal voor alti­jd bij je bli­jven. [p.9]

In zijn derde dicht­bun­del herneemt Thomas Möhlmann het per­spec­tief van zijn eerdere bun­dels, door dit­maal de ruimte die wij innemen te ver­beelden. Möhlmann laat de lez­er verd­walen in taal én beteke­nis, een kun­st die velen roe­men in zijn poëzie. Naad­loos laat hij gedicht­en en thema’s elka­ar opvol­gen, om zijn rode draad soms weer net zo gemakke­lijk te door­breken. Een bij­na lyrische liefde voor een herken­bare jij-figu­ur overkoe­pelt het geheel en keert steeds weer terug. ‘Waar we wonen’ biedt klink­ende gedicht­en zon­der opsmuk, voor iedereen ver­staan­baar en toch uitda­gend en ver­rader­lijk op elke pag­i­na.

Waar we wonen
Thomas Möhlmann
Uit­gev­er­ij Prometheus
ISBN 9789044625189

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« De ondraaglijke waarheid van het bestaanEen ver­loren kind »
  • Goede recen­sie! Over wat je zei, of je niet zek­er wist of iets zo is bedoeld; daar gaat het ook niet om. Het­geen wat de tekst uit zendt en wat jij eruit haalt in je inter­pre­tatie, is belan­grijk­er dan wat de auteur bedoeld heeft.
    In ieder geval vind ik het een mooi stuk. Ik heb zelf ook erg genoten van deze bun­del.

  • Ik vond het heel jam­mer dat ik er zelf niets mee kon. Het gevoel, het ger­aakt wor­den, het op mezelf kun­nen betrekken, bleef volledig uit. Dat heeft met mij te mak­en, niet met deze bun­del. Jouw besprek­ing is fijn om te lezen, het zet me aan tot nadenken, waarom het mij niet raak­te, waarom ik er geen emotie bij voelde. Dat antwo­ord kan ik alleen in mezelf zoeken.

  • Wat mooi (en leuk) om te lezen hoe jij die liefde in de gedicht­en ziet, ter­wi­jl ik het heel anders lees. Voor mij is die liefde er. Onom­stotelijk en tast­baar. Daar is niks meer tussen te kri­j­gen. Maar net zoals ik mezelf steeds afvraag of ik din­gen wel goed (genoeg) doe, zie ik dat ook bij de schri­jver terug. Ofwel: jij leest de twi­jfel en legt deze bij de basis, ik lees de twi­jfel en leg deze bij de finess­es.
    En dat is het mooie van gedicht­en: niet alleen de schri­jver legt er zijn ziel en zaligheid in, de lez­er doet dat ook. Heer­lijk toch?

    • Dat is zek­er het mooie van gedicht­en. Ze zijn vaak zo com­pact dat je er veel kan­ten mee op kunt. En hoeft in veel gevallen hele­maal niet dezelfde kant te zijn bij dezelfde strofe.
      Ik heb ontzettend van deze bun­del genoten, en zelfs wan­neer ik er met mijn invulling hele­maal naast heb gezeten dan zal dat niets afdoen aan de leeser­var­ing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets