Collegialiteit

Van­mid­dag om vijf uur dacht ik nog steeds ‘Ik zeg niets’. Maar al had ik iets gezegd, het zou nog maar door wei­ni­gen opge­pikt wor­den. De mees­te van mijn collega’s waren al naar huis of had­den aller­lei rede­nen om van­daag niet op kan­toor te zijn. Dus bleef ik gro­ten­deels in mijn een­tje over in het vol­le besef dat er ver­der niets was gere­geld voor onze mana­ger die dit week­end 50 jaar zou wor­den. Zeker, de afge­lo­pen weken had er zo af en toe iemand geroe­pen dat we niet moesten ver­ge­ten om [vul hier een goed idee in voor wat je alle­maal kunt orga­ni­se­ren wan­neer je mana­ger 50 jaar wordt] en dan gaf stee­vast iemand anders de reac­tie dat dat een heeeel goed idee was. Iemand nog kof­fie? Ging daar de tele­foon? Shit! Ik moet nu echt naar een mee­ting waar­voor ik al vijf minu­ten te laat ben!

Ten­slot­te was er nog tijd genoeg om een en ander te regelen.

Zelf deed ik actief mee aan het ont­lo­pen van elke ver­ant­woor­de­lijk­heid. Voor mijn gevoel had ik al vaak genoeg de stap naar voren gezet wan­neer er vrij­wil­li­gers gezocht wer­den voor acti­vi­tei­ten bin­nen de afde­ling waar­voor wat extra uren bui­ten de regu­lie­re kan­toor­tij­den nodig waren. Deze keer had ik er geen zin in.

De rest blijk­baar ook niet.

Daar zat ik dan. Ik moest den­ken aan een door mij zeer gewaar­deer­de col­le­ga die deze week zijn zoveel­ste pro­mo­tie te ver­wer­ken kreeg ter­wijl hij nog maar een aan­tal jaren gele­den gezien werd als iemand die door zijn gro­te mond het niet ver zou schop­pen. Samen zaten wij in die tijd vaak nog laat aller­lei pro­duc­tie­pro­ble­men op te los­sen waar­bij hij stee­vast vloe­kend en tie­rend zowat de hele orga­ni­sa­tie de schuld gaf van wat wij nu weer kon­den recht­trek­ken omdat je ten­slot­te niet de klant de dupe kon laten wor­den van gebrek aan ken­nis, kun­de en betrok­ken­heid bij ieder­een behal­ve bij ons­zelf. De wereld was sim­pel en overzichtelijk.

Zo ook deze avond.

Onder het genot van een zoveel­ste kop kof­fie ga ik aan de slag om te red­den wat te red­den valt. Ten­slot­te rest mij nog een geheel week­end. Tijd genoeg.

~ ~ ~