Een gemiste kans

Deze blog­post is deel 9 van 43 in de serie Een per­fec­te dag voor lite­ra­tuur

Geen klik met een boek heb­ben. Dat over­komt me niet vaak. Zeg maar gerust, zel­den. Natuur­lijk heb ik daar zelf gro­ten­deels de hand in. Ik kies mijn boe­ken met zorg uit en laat niet na me voor­af te ver­die­pen in auteur en onder­werp om teleur­stel­lin­gen te voor­ko­men. Iets waar ik steeds bedre­ve­ner in ben gewor­den. Dat wil niet zeg­gen dat er zo af en toe toch een boek door­heen glipt waar­bij ik al tij­dens het lezen van de eer­ste blad­zij­des het gevoel krijg dat het tus­sen mij en het ver­haal niet goed gaat komen. In de mees­te geval­len lees ik dan wel door omdat ik wil weten waar het dan pre­cies aan schort. Is het de schrijf­stijl? De plot? Span­nings­boog? Als ik dat een­maal voor mezelf een beet­je dui­de­lijk heb dan kan ik het boek met een gerust hart ter­zij­de leg­gen om het nooit meer op te pak­ken (of het moet zijn voor mijn nieu­we ini­ti­a­tief: Boe­ken­kast).

De kans dat ik aan een boek begin dat me niet echt aan­staat is vele malen gro­ter wan­neer iemand anders me een boek aan­reikt dan wan­neer ik het zelf uit­kies. Het was dus een kwes­tie van tijd voor­dat dit een keer zou gebeu­ren met de titels die we voor onze blog­ger­slees­club ‘Een per­fec­te dag voor lite­ra­tuur’ elke maand krij­gen aan­ge­reikt. Deze maand was het zover. De dubi­eu­ze eer valt Konin­gin van de nacht ten deel, het nieuw­ste boek van Yvon­ne Keuls waar­in zij de lot­ge­val­len van het gezin Maan­dag beschrijft tij­dens de oor­logs­ja­ren in Den Haag. Maar het is niet anders.

Ook dit­maal ben ik trouw blij­ven door­le­zen nadat al snel dui­de­lijk werd dat het gezin Maan­dag mij niet bijs­ter wist te boei­en. Wat niet echt een zwa­re opga­ve was want het pro­za van Yvon­ne Keuls leest mak­ke­lijk weg. Geen hoog­dra­vend of wol­lig taal­ge­bruik, maar recht­toe recht­aan taal­ge­bruik zon­der al teveel moei­lij­ke woor­den. Het was lang gele­den dat ik een boek bin­nen één etmaal had uit­ge­le­zen maar hier was het me eer­der te doen om er van­af te zijn dan dat het een ech­te page­tur­ner is.

En dus bleef ik over met de vraag waar­om het geheel mij niet wist te beko­ren. Het ant­woord is niet een­dui­dig. Er zijn ver­schil­len­de rede­nen aan te wij­zen die in meer of min­de­re mate voor mij aan­lei­ding zijn dit boek niet gauw weer eens tevoor­schijn te halen of aan te beve­len aan een ande­re boek­lief­heb­ber.

Om te begin­nen is daar de in mijn ogen over­dre­ven behoef­te van Keuls om alles uit­voe­rig te ver­tel­len. Er wordt wei­nig aan de ver­beel­ding over­ge­la­ten en dat vind ik afbreuk doen aan een roman. Ik ben meer gechar­meerd van het ‘show, don’t tell’ prin­ci­pe. Een wil­le­keu­rig voor­beeld kan wel­licht ver­hel­de­ren wat ik bedoel:

Plot­se­ling was daar een dreu­nend geluid dat door de hele omge­ving golf­de en zich in alle oren boor­de. Een explo­sie. Het was als­of er tien hui­zen wer­den opge­bla­zen, als­of er een vlieg­tuig neer­stort­te, als­of er twee trei­nen tegen elkaar bot­sten. Het was of dat alles tege­lijk gebeur­de. [p.65]

Wat me ook naar­ma­te het ver­haald vor­der­de steeds meer ging tegen­staan was dat alle ont­wik­ke­lin­gen zich ruim van te voren aan­dien­den. Dit ligt wat mij betreft in het ver­leng­de van de hier­bo­ven aan­ge­haal­de uit­voe­ri­ge manier van beschrij­ven. Daar­door ble­ven ver­ras­sen­de plot­wen­din­gen uit en werd het ver­haal naar mijn gevoel erg vlak. Als lezer bleef ik rede­lijk afstan­de­lijk bij het wel en wee van het gezin Maan­dag ter­wijl hun geschie­de­nis toch een bijs­ter tra­gi­sche afloop kent. Ik bleef tot het ein­de hopen dat zich die­pe­re lagen in de ver­tel­ling bevon­den  die gelei­de­lijk aan ont­huld zou­den wor­den. Maar dat was ijde­le hoop. Of ik moet een hoop gemist heb­ben.

Een ander aspect dat me opviel nadat ik het boek nog eens zat door te bla­de­ren voor deze bespre­king, is dat ik de urgen­tie niet voel waar­om de auteur met dit ver­haal geko­men is. Hoe­wel Keuls het boek opdraagt aan ‘Miri­am Kruis­hoop, film­re­gis­seur in Los Ange­les, die mij ertoe bracht het boek te schrij­ven dat al jaren in mij klaar­lag’, merk ik dat ner­gens aan. Ik ben geneigd om een boek te beoor­de­len door op zoek te gaan naar iets unieks dat het brengt ten opzich­te van wat al geschre­ven is. Dat onder­schei­den­de karak­ter kan zich op alle moge­lij­ke vlak­ken pre­sen­te­ren, bij­voor­beeld de intro­duc­tie van een expe­ri­men­te­le schrijf­stijl of con­tro­ver­sie­le onder­werp­keu­ze, maar hoe dan ook maakt het vaak met­een dui­de­lijk waar­om het boek geschre­ven moest wor­den. Men hoeft het niet per se een goed boek te vin­den, doch er ont­staat begrip waar­om de schrij­ver met het ver­haal naar bui­ten is geko­men.

Het kan zijn dat mijn opvat­ting een mis­plaatste wij­ze is om zo naar lite­ra­tuur te kij­ken. Ech­ter ik weet niet beter. En afge­zet tegen deze ‘meet­lat’ kan ik niet anders con­clu­de­ren dan dat met Konin­gin van de nacht er niets belang­wek­kends wordt geïn­tro­du­ceerd wat bij mij blijft han­gen of waar­door ik het idee krijg dat dit boek zono­dig geschre­ven moest wor­den. Naar ik heb begre­pen heeft Yvon­ne Keuls jaren gele­den een kort ver­haal geplub­li­ceerd met als titel Dani­ël Maan­dag, waar­van ze daar­na spijt heeft gekre­gen dat ze er niet meer tijd in had gesto­ken en beter had uit­ge­werkt. Die kans heeft ze als­nog geno­men, maar het resul­taat ervaar ik als plicht­ma­tig en over­bo­dig.

Den Haag, 1940. De zeven­ja­ri­ge fan­ta­sie­rij­ke Daan Maan­dag komt uit een muzi­kaal gezin. Zijn over­le­den moe­der was een groot vio­lis­te, zijn jood­se vader Dani­ël is een begaafd pia­nist en zijn viool­spe­len­de zus gaat zelfs door voor een won­der­kind. Ook voor Daan ligt een toe­komst in de muziek in het ver­schiet. Maar dat is niet wat hij wil.
Als de oor­log uit­breekt vlucht zijn vader in zijn muziek. Hij ver­trouwt erop dat de Duit­sers hem met rust zul­len laten, omdat hij val­se docu­men­ten heeft gekocht en boven­dien getrouwd was met een niet-jood­se vrouw — een ‘gemengd huwe­lijk’ — waar­door hij zich vei­lig waant.
Op 21 novem­ber 1944 vindt in Den Haag de gro­te raz­zia plaats — code­naam ‘Schneef­loc­ke’ — en wor­den Dani­ël en zijn gezin op wran­ge wij­ze uit de droom gehol­pen.

Konin­gin van de nacht
Yvon­ne Keuls
Uit­ge­ve­rij Ambo | Anthos
ISBN 9789041424891

~ ~ ~

Series Navi­ga­ti­on« De drie spoi­lers van Tomo­mi Ishi­ka­wa — een mis­luk­te poging tot titel­ana­ly­seDuel­le­ren rond­om paard »

9 Comments

  1. Ook mij raak­te dit boek niet. Ik erger­de aan de uit­leg­ge­ri­ge toon van de schrijf­ster en kon me maar moei­lijk iden­ti­fi­ce­ren met de per­so­na­ges (waar­schijn­lijk omdat het ver­tel­per­spec­tief zo vaak wis­sel­de).

  2. Erg jam­mer! Ik heb het boek zelf ook niet aan­ge­vraagd, het sprak mij niet erg aan. Nu ik deze recen­sie zo lees, ben ik toch blij dat ik heb beslo­ten hem niet te lezen.

    • Het is natuur­lijk voor ieder­een ver­schil­lend en ik heb niet erg veel spijt van het lezen ervan, maar vind het jam­mer dat ik er niet meer door geraakt werd. Juist van­we­ge het onder­werp had ik het boek geko­zen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *