Ironie als glaswand

Deze blog­post is deel 11 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

Soms denk ik wel eens dat de hele wereld niet bestaat, maar dat zij niet meer is dan mijn fan­tasie. Op slechte dagen denk ik dat ikzelf niet besta, maar dat ik slechts de fan­tasie van iemand anders ben. In het laat­ste geval is het erg belan­grijk dat die per­soon in wiens fan­tasie jij bestaat aan je bli­jft denken. Anders is het over.

De hoofd­per­soon in de roman IJsti­jd van Maart­je Wor­tel is ook erg begaan met soort­gelijke vra­gen over het bestaan in het alge­meen en dat van hemzelf in het bij­zon­der. Het is natu­urlijk erg flauw om te bew­eren dat James Dil­lard niet bestaat, daar hij tenslotte niet meer dan een roman­per­son­age is. Doch de auteur zaait meteen al bij het begin ver­war­ring door de stan­daard waarschuwing dat ‘alles in dit boek is ver­zon­nen’ en iedere gelijke­nis met bestaande per­so­n­en op toe­val berust te lat­en vol­gen door het ontrege­lende zin­net­je ‘En anders maar niet.’ 

James Dil­lard is dus ver­zon­nen. En anders maar niet. Dit gegeven komt op veel plaat­sen in het boek terug:

Je bestaat sim­pel­weg niet, nie­mand ziet je zit­ten, wat miss­chien wel het erg­ste van alles is. [p.24]

Miss­chien besta ik niet, maar ergens word ik gezien. [p.25]

Ik vraag me af of er dagen zijn dat ze vergeet dat ik besta, sim­pel­weg omdat ik niet meer in haar sys­teem zit. [p.79]

Het is net of jij hem zelf bedacht hebt,’ zegt Marie. [p.142]

En heb jij het gevoel dat je leeft?’ [p.142]

Je wordt wat de mensen van je mak­en. [p.144]

Ik ben iemand van wie ze alti­jd had gehoopt dat ik zo zou wor­den. Iemand. [p.147]

Zoals je bij­na niet doorhebt dat je bestaat als er nie­mand is om dit te beves­ti­gen. [p.223]

Het was het proberen waard, maar je bent toch niet degene die ik dacht dat je was.’ [p.234]

Het is een the­matiek die me erg aanspreekt zoals uit mijn inlei­d­ing valt op te mak­en. Ik las het boek daarom met meer dan nor­male belang­stelling en heb genoten van elke bladz­i­jde. Maart­je Wor­tel speelt niet alleen een ver­nuftig spel met iden­titeit, maar ook met de tijd waar­door het nog moeil­ijk­er wordt om vat te kri­j­gen op wat zich nu pre­cies heeft voorgedaan en in welke vol­go­rde. Het knappe is dat de lees­baarheid van het boek daar hele­maal niet onder gele­den heeft. Inte­gen­deel.

James Dil­lard lijkt zijn bestaan te ontle­nen aan anderen. Niet wat hij zelf ergens van vin­dt is belan­grijk, maar veeleer de mening van een kleine groep mensen om hem heen. Tal­rijk zijn de pas­sages waarin we via James te horen kri­j­gen wat zijn vad­er zegt, zijn moed­er vin­dt of Marie denkt. Zijn eigen mening doet er schi­jn­baar niet toe. Hij is vooral een meelop­er die niet wil opvallen. Zek­er een ander niet tot last zijn. Alles is al snel goed genoeg voor James. En dat zal hem opbreken.

Wat me wel een beet­je is tegengevallen is de betrokken­heid die bij mij als lez­er weg bleef voor het leed van James Dil­lard. Daar­voor bli­jft hij als verteller teveel zelf op afs­tand. Alles wat hij meemaakt kri­j­gen wij via hem te horen of we hebben inzicht in zijn diepere gedacht­en. Jam­mer genoeg is dat alle­maal met een iro­nisch saus­je over­goten. Nu heb ik zelf geen moeite met ironie, maar zoals met alles verkies ik dat het met mate wordt opge­di­end. Niet aan één stuk door. Het effect bij mij was dat James Dil­lard daar­door niet vol­doende tot lev­en kwam (om maar bij de the­matiek van bestaan en iden­titeit te bli­jven). Dat ik zijn leed niet ging voe­len. Alleen bij zijn in beschonken toe­s­tand geschreven brief aan Mon­i­ca kreeg ik medeli­j­den met hem en zijn ver­dri­et om Marie.

Nu kan het zijn dat Wor­tel dit effect bij de lez­er voor ogen heeft gehad tij­dens het schri­jven. Dit in het ver­lengde van het ver­haal door de glazen­wass­er tij­dens de praat­groep voor mensen die zich alleen voe­len. Zijn prob­leem is dat hij geen con­tact kan mak­en met andere mensen omdat er alti­jd glas tussen hem en hen zit. Dat schept afs­tand. James Dil­lard neemt deze deprimerende gedachte over:

Als je weet dat er glas tussen kan zit­ten, zit over­al glas tussen. Het zou goed kun­nen dat Marie het ook zo ziet, dat ze naar mij kijkt ter­wi­jl ik slaap, dat ze me aan­raakt maar mij niet echt voelt, het glas is er alti­jd, ook als je geen glazen­wass­er bent. [p.31]

De schri­jf­ster Maart­je Wor­tel plaatst de ironie van James Dil­lard als een glaswand tussen de lez­er en haar voor­naam­ste roman­per­son­age. Ik zie hem. Maar ik voel hem niet echt. Daar­door zie ik wel zijn worstel­ing, doch tegelijk­er­ti­jd kan ik hem niet aan­rak­en. Niet ger­aakt wor­den. Dat is jam­mer. Want James heeft een hoop te vertellen. En doet dat aldus gezegd op een uiterst iro­nis­che en droog-komis­che manier. Waar­bij de gevat­te one-lin­ers over elka­ar heen buite­len. Ook hier geldt jam­mer genoeg dat over­daad schaadt, hoe geweldig de uit­sprak­en in de meeste gevallen zijn.

Ik houd daar­door een iet­wat dubbel gevoel over na het (tweemaal) lezen van deze roman. Enerz­i­jds bewon­der ik de sti­jl, humor en the­matiek van het ver­haal. Het is in mijn ogen ontzettend knap geschreven. Zon­der twi­jfel ga ik het nog eens een keer overnieuw lezen omdat er op elke bladz­i­jde wel iets moois geschreven staat. Maar daar staat tegen­over dat het soms geforceerd overkomt. Alsof Maart­je Wor­tel wil lat­en zien hoe goed ze is. Niet dat het te gekun­steld is. Eerder teveel ‘kun­st­jes’ op de vierkante meter. Of, voor de insid­er, een te hoog Chuck Palah­niuk gehalte. Dat lei­dt soms af van ‘het echte ver­haal’.

Verder niets dan lof.

James Dil­lard laat het lev­en over zich heen komen. Hij woont in hotels, besteld Franse kazen en dure wij­nen en gaat soms met een meis­je naar bed. Maar met Marie is het anders. Voor het eerst heeft hij het idee dat er echt iets van hem gevraagd wordt. Tussen James en Marie ontwikkelt zich een uit­zon­der­lijke liefde. Op een klein Zweeds eiland gaat het toch mis: waar James hou­vast vin­dt, zakt Marie steeds verder weg in haar zelfverkozen isole­ment. 
Niet veel lat­er kri­jgt James tele­foon. Mon­i­ca, redac­teur van een lit­eraire uit­gev­er­ij, heeft een ver­zoek. Of James een boek wil schri­jven. Hij stemt toe, in de hoop ein­delijk ver­lost te wor­den van zijn ver­dri­et, door opnieuw iemand te wor­den.

IJsti­jd
Maart­je Wor­tel
Uit­gev­er­ij De Bezige Bij
ISBN 9789023485414

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Duelleren ron­dom paardWaar bli­jven de vraagtekens »
  • James Dil­lard lijkt zijn bestaan te ontle­nen aan anderen.’ Bij­na exact zoals in mijn aan­tekenin­gen staat: ‘Hij bestaat bij de gratie van anderen.’

    Mooie en eerlijke recen­sie weer!

  • Ook in had de neig­ing om het hele boek opnieuw te lezen! Het bevat veel inter­es­sante uit­sprak­en. En ik had het zelfde gevoel als jij bij James (‘Ik zie hem. Maar ik voel hem niet echt.’), ik kon me niet met hem iden­ti­fi­ceren.

    • En daarom heb ik ook dat dubbele gevoel. Er zit zoveel moois in dat boek, maar ergens lukt het Maart­je Wor­tel met al haar lit­erair tal­ent niet om de lez­er het juiste gevoel te bezor­gen voor James Dil­lard. Dat vind ik wel jam­mer.

  • als “niet ingewi­jde” vond ik uw recen­sie heel ingewikkeld gefor­muleerd en zou het naar aan­lei­d­ing daar­van waarschi­jn­lijk niet lezen…

    • Tja, het is de manier waarop ik gewend ben te schri­jven. Niet vaak kri­jg ik de reac­tie dat het te ingewikkeld is, maar ik geloof het meteen wan­neer je het zegt.
      Los daar­van zou ik je aan­raden elke besprek­ing met een kor­relt­je zout te nemen, ongeacht wie het geschreven heeft, om ver­vol­gens zelf een oordeel te vellen over een boek door het gewoon te gaan lezen. Dat is het meest eerlijk naar de auteur toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets