Die dag

Die dag — het was een school­dag, want Inge kwam thuis uit school en zeep­te haar krijt­han­den in — die dag, toen het krijt zoals elke dag niet van haar han­den ging, toen het zeep­schuim op haar vin­gers in tal­lo­ze blaas­jes dik opbol­de als een zweer en fijn­ge­wre­ven werd en langs zich­zelf heen was­te zon­der de huid te raken; die dag, toen de keu­ken een afval­berg van bor­den en mes­sen en kan­nen en pot­ten en scha­len en gla­zen was die uit zich­zelf lawaai maak­ten en zuur roken; die dag, toen de kamer omge­woeld was van lou­ter gebuk­te, gekrom­pen, ver­sle­ten werk­kle­ren; die dag, toen boe­ken en snip­pers papier ver­from­meld en open­ge­sla­gen op de meu­bels lagen, toen Inge alleen maar ver­war­de, zwa­re zin­nen in haar hoofd had; die dag deed Inge iets wat ze altijd al had wil­len doen en tot dan toe niet gedaan had omdat ze niet wist wat het was.

[p.41, Bar­re­voet­se febru­a­ri, Her­ta Mül­ler]

blogda­tum: 15 maart 2014

~ ~ ~

Lio­nel Asbo — Mar­tin Amis
Ik tweet het weer