The paradox of love

Do you remem­ber that para­dox of love, of the first few weeks and months of Pas­sion­ate Love — the para­dox about time? You are in love, at a point where pride and appre­hen­sion scuf­fle with­in you. Part of you wants time to slow down: for this, you say to your­self is the best peri­od of your whole life. I am in love, I want to savour it, study it, lie around in lan­guor with it; may today last for­ev­er. This is your poet­i­cal side. How­ev­er, there is also your prose side, which urges time not to slow down but hur­ry up. How do you know this is love, your prose side whis­pers like a scep­ti­cal lawyer, it’s only been around for a few weeks, a few months. You won’t know it’s the real thing unless you (and she) still feel the same in, oh, a year or so at least; that’s the only way to prove you aren’t liv­ing a drag­on­fly mis­take. Get through this bit, how­ev­er much you enjoy it, as fast as pos­si­ble; then you’ll be able to find out whether or not you’re real­ly in love. 

[p.238, A his­to­ry of the world in 10 1/2 chap­ters, Julian Barnes]

Het is de eerste keer dat ik dit lees. Deze pas­sage. Maar ook het hele hoofd­stuk getiteld ‘Paren­the­sis’. Zoals ik eerder schreef, las ik dit boek ergens in de zomer van ’94 en wist ik me nu er nog weinig van te herin­neren. Toch had ik meteen zin om er opnieuw in te begin­nen toen ik er wat doorheen stond te bladeren. Al gauw bleek dat ik eigen­lijk best wel veel van het ver­haal had opges­la­gen. Bij elk nieuw hoofd­stuk (elf in totaal, waar­van er tien genum­merd zijn en een­t­je (tussen num­mer acht en negen) niet) duurde het niet lang vooraleer ik pre­cies wist hoe het in elka­ar zat en hoe het zich verder zou ontwikke­len. Behalve bij het ongenum­merde hoofd­stuk. Paren­the­sis dus.

(Haak­je ope­nen: In de zomer van ’94 had ik dit hoofd­stuk overges­la­gen. Doch niet nadat ik de eerste paar regels gelezen had…

Let me tell you some­thing about her. It’s that mid­dle stretch of the night, when the cur­tains leak no light, the only street-noise is the griz­zle of a return­ing Romeo, and the birds haven’t begun their rou­tine yet cheer­ing busi­ness. She’s lying on her side, turned away from me. I can’t see her in the dark, but from the hushed swell of her breath­ing I could draw you the map of her body.
[p.225]

Het was de zomer dat ik weer alleen was. Na een kleine tien jaar te zijn samenge­weest…; Haak­je sluiten)

Wie had gemeend dat het beter voor mij was om niet verder te lezen? Mijn poëtis­che of mijn proza­ïsche kant?

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets