Waar ik aan denk wanneer ik aan hardlopen doe

Denk ik wan­neer ik hard­loop? In het begin wel. Dan ben ik fit. Geni­et ik van het ren­nen in de open­lucht. Kijk ik om me heen en laat ik gebeurtenis­sen van de afgelopen dagen de revue passeren. Zo dacht ik vanocht­end aan de ont­moet­ing die we (enkele blog­gers van ‘Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur’) gis­ter had­den met Eva Kelder, schri­jf­ster van Het leek stiller dan het was, een boek dat we komende dins­dag 15 april (zet dat nu METEEN in je agen­da mocht je dat nog niet gedaan hebben) voor onze blog­ger­sleesclub gaan bespreken. Omdat ik het van­daag niet verder over het boek ga hebben, hier­bij een kort frag­ment:

Ik ben ook geboren aan de rand, dacht ik, en zo slecht is het niet. De per­iferie biedt kansen, oplich­t­ende plekken tussen het zeewier, een baan zon­licht in de smalle steeg­jes. Als er niets van je wordt verwacht, behalve dat je je verzet tegen dat wat grot­er is dan jij, kruip je door de kieren van verwacht­ing en ben je vrij. [p.139]

Mooi hè? Dacht ik ook. En zo staat er een hele hoop meer moois te lezen in dat boek. Kopen dus.

Maar daar dacht ik dus alle­maal niet aan toen ik aan het hard­lopen was. Ik dacht meer aan het gesprek dat we had­den over het ver­schil tussen organ­isch schri­jven (zoals Eva (ja, dat mag ik) het noemde) en een meer gestruc­tureerde aan­pak. Bij die eerste meth­ode ‘groeit’ het ver­haal tij­dens het schri­jf­pro­ces. De schrijver/schrijfster weet zelf ook niet alti­jd welke kant het pre­cies op zal gaan. Kan zelfs soms zelf ver­rast wor­den.

Eva gaf aan dat het bij haar ook zo ging. Wat me voor haar innam, want bij mij gaat het vaak ook op die manier.

Lat­en we deze blog­post als voor­beeld nemen. Al lopende bedacht ik me hoe ik er lat­er deze dag over zou willen schri­jven. Na drie kilo­me­ter had ik het bij­na geheel uitgedacht. Ik was tevre­den met het resul­taat. Toch is het nu al, ter­wi­jl ik miss­chien pas halver­wege ben (ook ik weet niet waar en hoe het gaat eindi­gen) een heel andere blog­post gewor­den dan ik in mijn hoofd had. Hoe komt dat toch?

Niet zo lang gele­den schreef ik over Matt Mul­len­weg die de tip gaf om slechts twee per­so­n­en voor ogen te nemen wan­neer je aan het bloggen bent. Jezelf en jij. Ik denk nu dat dit niet klopt. Althans, niet voor mij. Ik schri­jf niet voor mezelf (hèhè, het hoge woord is eruit). Nee, uitein­delijk schri­jf ik slechts voor één per­soon, en dat ben jij. Wat ik mezelf te zeggen heb heeft zich al in mijn hoofd afge­speeld. Daar­van lukt het me niet meer om dit pre­cies het­zelfde uit te werken. Wat ik probeer is om jou te vertellen wat ik mezelf verteld heb. Maar ik kan mezelf niet let­ter­lijk her­halen. Het komt er anders uit te zien. Voor­namelijk omdat wan­neer ik tegen jou begin te bloggen ik andere woor­den gebruik dan wan­neer ik het tegen mezelf heb. Snap je?

Het begint bij de eerste zin. Die heb ik zow­el gebruikt voor het ver­haal dat ik tegen mezelf afs­tak als dat het hier een begin vormt voor mijn ver­haal aan jou. Daar­na gaan bei­de ver­halen een ver­schil­lende kant uit. Deze blog­post staat ver af van wat ik mijzelf tij­dens het hard­lopen alle­maal toev­ertrouwd heb. Waar ik aldus tij­dens het hard­lopen aan denk is niet wat je hier terug kunt lezen. Dan had je tij­dens het lopen in mijn hoofd moeten meereizen. Wat je hier leest is dat­gene wat ik jou achter­af wil meegeven over hoe het denken tij­dens mijn hard­lopen gaat. Gelardeerd met enkele voor­beelden. Zelf lev­ert het me niets meer op. Hoo­gu­it het frus­tr­erende gevoel dat het me nooit lukt om duidelijk te mak­en wat ik denk wan­neer ik denk.

Teruglezend is het weer zo’n blog­post gewor­den waar­van ik me afvraag wat jij er mee moet. Miss­chien is je enigszins duidelijk gewor­den hoe bij mij het organ­isch bloggen in z’n werk gaat. Maar eerlijk gezegd twi­jfel ik daar zelf sterk aan. Daarom laat ik het eindi­gen met een foto van Eva die mijn exem­plaar van haar boek signeert.

evakeldersigneert
Eva Kelder signeert

Voor Peter, blog­ger met de beschouwende pen”, schreef Eva Kelder in mijn exem­plaar van haar roman Het leek stiller dan het was. Op dat moment kende ze me pas ander­half uur. Ik denk dat ook bij haar het organ­isch schri­jven op hol sloeg.

PS: Waar ik ook tij­dens het lopen aan dacht is dat ik een einzel­gänger ben. Dit week­end had ik de blog­post van Cor Noltee gelezen met daarin de vraag wat voor jou een stuk­je paradi­js op aarde verte­gen­wo­ordigt. Antwo­ord van John­ny Cash: ‘This morn­ing, with her, hav­ing cof­fee’. Zelf dacht ik meer aan: ‘This morn­ing, with me, run­ning.’ Op de een of andere manier is het niet in de blog­post aan jou teruggekomen. Bij deze alsnog. Van­wege John­ny Cash.

PS1: Deze PS-jes heb ik afgekeken van Elja. Dat is nog iets waar ik aan dacht toen ik aan het hard­lopen was. Weliswaar eerder dan aan Cor Noltee, maar ik wilde Elja graag bij een PS1 hebben en niet bij een gewone PS. En ook daarom lukt het soms niet.

PS2: Waar ik naar kijk wan­neer ik aan hard­lopen doe, was miss­chien beter geweest als onder­w­erp. Na enkele kilo­me­ters (afhanke­lijk van mijn con­di­tie), denk ik namelijk niet meer. Dan staar ik slechts recht voor me uit. Zo heb ik ont­dekt dat ik een bil­len­mens ben. Ik ben ver­zot op de billen van de hard­loop­sters die ik (soms) inhaal of die mij (veel vak­er dan soms) inhalen. Op het gevaar af voor sek­sist ver­sleten te wor­den (ga je gang, ik zit er niet mee) bewon­der ik die vee­lal prachtige billen en moet daar­bij aan de flanken van ras­paar­den denken. Die ele­gantie. Het statige. De ver­bor­gen kracht. En dat alles ver­pakt in de soe­pele stof van de heden­daagse ren­kled­ing. Ik zou er wel­haast mijn ogen voor gaan lat­en laseren of con­tactlen­zen over­we­gen, want het genot is me slechts kort gegund wegens het ont­breken van een goede sport­bril met glazen op sterk­te.

~ ~ ~

  • Mooi, ontzettend mooi. Zo probeer ik ook alti­jd te bloggen, gewoon begin­nen met schi­jven en zien waar het eindigt. Als dat een dood spoor is dan begin ik gewoon opnieuw. Iedere keer wan­neer ik van te voren probeer te bedenken wat ik wil schri­jven dan wordt het een sti­jf en gekun­steld ver­haal, ik weet niet waarom maar miss­chien omdat ik mezelf dan teveel vast­leg ofzo. Ik weet het niet, eigen­lijk doet de reden die erachter zit er ook niet zo toe denk ik…

    • Dank je voor het com­pli­ment.
      Zo blog ik dus zelf ook het lief­ste. Wel met een of meerdere ideeën in mijn hoofd waar het over dient te gaan, of wat ik terug wil lat­en komen, maar de samen­hang ontstaat toch elke keer weer spon­taan op basis van de voor­gaande zin­nen. Het is niet dat alles er in één vloeiende beweg­ing uitkomt, maar het is wel laag­je voor laag­je opbouwen en dan zien of de boel niet voor­ti­jdig in elka­ar stort voor­dat ik de ‘top’ heb bereikt.
      En de ene keer lukt het beter dan de andere. Ook geeft het geen enkele garantie dat het de vol­gende keer opnieuw lukt. Schri­jven bli­jft een moeiza­am pro­ces wat mij betre­ft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets