Grens

Gis­ter reed ik richt­ing Bra­bant. En elke keer weer denk ik dan dat ik dat vak­er moet doen (maar dat is stof voor een andere blog­post die ik al ooit eerder geschreven heb). Afi­jn, bij Veg­hel aangekomen (want dat is de weg die ik vanu­it Arn­hem steeds vak­er neem, en niet meer via Nijmegen richt­ing Ven­lo en dan bij Ven­ray van de snel­weg af) nam ik de N279 van Den Bosch naar Hel­mond die langs het kanaal loopt. Deze weg heb ik vroeger ontel­baar vaak gere­den.

Het was rustig op de weg dus ik kon ongesto­ord mijn blik over het Bra­bantse land­schap lat­en gaan. Ik werd er wat melan­cholisch van. Was het een gevoel van thuiskomen? vroeg ik mij af. Niet dat ik in deze streek buiten het spoor van asfalt dat ik vol­gde zoveel stap­pen had gezet. En om nu te zeggen dat het land­schap typ­isch Bra­bants zou zijn leek me ook moeil­ijk vol te houden. Want wat zou dat typ­isch Bra­bantse dan moeten zijn?

In gedacht­en ver­zonken reed ik verder.

Bij­na thuis (lees: bij mijn oud­ers, oftewel mijn oud­er­lijk huis) was er een wegom­lei­d­ing. De bor­den wezen een route aan over een gedeelte van het indus­tri­eter­rein waar ik echt al vele jaren niet meer was geweest. Weinig herk­ende ik nog. Soms deed een bedri­jf­s­naam een bel­let­je rinke­len maar was het bijbe­horende pand gebouwd in een tijd dat ik Hel­mond allang ver­lat­en had. Mijn thuiskom-gevoel brokkelde langza­am af.

Uitein­delijk kwam ik opnieuw bij het kanaal uit en stak de brug over. Bij de ver­keer­slicht­en moest ik wacht­en tot­dat het groen was. Aan de overkant van de kruis­ing zag ik een boerder­ij die een eind verderop stond. Plots leek het alsof iemand een zwaar gordi­jn opz­ij schoof en ik mijn verleden zag. Ik stond aan de rand van tot hoev­er ik vroeger tij­dens mijn rondzw­ervin­gen mocht komen. Het was een van de gren­zen die mijn oud­ers had­den aangeven en waar ik mij aan diende te houden. Tot hier en niet verder, zei een stem in mijn hoofd bij het bereiken van dergelijke piket­paalt­jes. Lange tijd hield ik me er keurig aan. Tenslotte was het totale gebied groot genoeg.

Ik bedacht me toen het licht op groen sprong en stak de kruis­ing over in plaats van naar rechts te gaan. Meteen voelde ik me daad­w­erke­lijk thuis. Hier had ik gelopen, gefi­etst, gespeeld. Hier kende ik elke vierkante meter. Dit was mijn geboorte­grond. Na een paar hon­derd meter kon ik des­on­danks niet meer verder en moest ik omdraaien. Maar dat kon de pret niet drukken.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets