20140515

Post­des­ti­na­tie: 
De nei­ging van men­sen om naar­ma­te het ein­de nadert hun voor­bije leven als een afge­rond geheel te zien. Ik heb dat nooit zo goed begre­pen. Ook schrij­vers van bio­gra­fie­ën bezon­di­gen zich daar nog­al vaak aan. Een kramp­ach­ti­ge poging om het leven te ver­tel­len als een ver­haal. Maar dan wel een­tje met een dui­de­lijk begin en einde.

Ja, zo zijn ver­ha­len meest­al. Levens slechts zel­den. Veel vaker is het ech­te leven een abrupt afge­bro­ken ver­haal. Een nog maar net op gang geko­men ver­haal. Waar net de vaart een beet­je begon in te komen. Of een ver­haal dat zich hoofd­stuk na hoofd­stuk voort­sleept. Waar niets lijkt te gebeu­ren maar waar de frus­tra­tie van­af druipt omdat de hoofd­per­soon er zo graag meer uit had wil­len halen. Doch niet meer kan. Niet meer mag.

Waar ik min­stens zo van hui­ver zijn de ver­ha­len (of levens) die ogen­schijn­lijk vol­gens een voor­af niet meer te beïn­vloe­den stu­ring een kant op gaan die voor­be­stemd is. De levens­be­pa­len­de gebeur­te­nis­sen die in het ver­schiet lig­gen zijn dui­de­lijk te her­ken­nen in aller­lei voor­te­ke­nen. Er valt niet aan te ont­ko­men, zo wil men doen gelo­ven. Alles wordt (met de ken­nis van ach­ter­af) hineininterpretiert.

Nu wil ik best wel gelo­ven dat er levens zijn (te ver­zin­nen) waar het toe­val zo’n bizar gro­te rol heeft gespeeld dat het mis­schien mak­ke­lij­ker voor de gemoeds­rust is om te zeg­gen dat een hoge­re macht daar een rol in heeft gespeeld. Toe­val bestaat niet, roept men dan. Nou, maar de con­se­quen­tie dat men aldus een pion is gewor­den in een spel waar men zowel de regels als de spe­lers niet van kent, vind ikzelf dan weer geen bevre­di­gend alter­na­tief. Geen pre­des­ti­na­tie voor mij. Wat gebeurt, gebeurt.

Wel voel ik meer voor het omge­keer­de. Post­des­ti­na­tie. Dat wat gebeurt zo ingrij­pend is dat het ver­de­re leven gekleurd wordt door die alles­be­pa­len­de gebeur­te­nis. Het wordt (bewust of onbe­wust) een meet­lat voor het ver­der leven. Afhan­ke­lijk van wat men heeft mee­ge­maakt (en dit kan zowel een zeer posi­tie­ve als nega­tie­ve erva­ring zijn, hoe­wel ik het idee heb dat de laatst­ge­noem­de veel meer impact heeft) zal het zijn spo­ren lan­ger achterlaten.

Niet ieder­een over­komt dit in even hef­ti­ge mate.

Voor de IJs­land­se Herb­jörg (‘Here’) Maria, de hoofd­per­soon uit Een vrouw op 1000 gra­den, een monu­men­ta­le roman door Hall­grí­mur Hel­ga­son, lijkt het voor de hand lig­gend dat zij het nodi­ge heeft mee­ge­maakt wan­neer ze op tach­tig­ja­ri­ge leef­tijd verzucht:

Ik heb dus niet meer dan een paar weken te leven, met twee slof­fen Pall Mall, een lap­top en een hand­gra­naat, en ik heb het in mijn leven nog nooit zo goed gehad.
[p.10]

Een vol­le 500 blad­zij­des ver­der krij­gen we te lezen wat voor haar vijf­en­zes­tig jaar eer­der de maat der din­gen is geworden:

De oor­log was afge­lo­pen en mijn leven ook.
[p.526]

Dat had­den we al kun­nen ver­moe­den (om eens een under­sta­te­ment van jewel­ste te gebrui­ken). En zon­der die laat­ste beslis­sen­de gebeur­te­nis op blad­zij­de 526 had­den we ook wel geloofd dat alles wat haar is over­ko­men en waar ze zo mee­sle­pend over wist te ver­tel­len, trau­ma­tisch genoeg was om te begrij­pen waar­om ze daar in haar ver­de­re leven zoveel last van is blij­ven hou­den. Doch het was slechts een aan­loop. Maar wat voor een! Ik waan­de me afwis­se­lend in de gru­we­lij­ke ver­tel­lin­gen uit zowel Jer­zy Kosinki’s ‘Pain­ted Bird’ als­ook ‘Napo­le­ons fata­le veld­tocht naar Mos­kou’ door Adam Zamoyski.

Iede­re keer weer denk je nu wel alles gele­zen te heb­ben over wat oor­log doet met de mens­heid, ech­ter ook Hall­grí­mur Hel­ga­son heeft er met zijn beel­den­de taal een vol­gen­de dimen­sie aan toe weten te voe­gen. Wie de lot­ge­val­len van de jon­ge Here (ze was 10 jaar toen de oor­log begon en al snel van­we­ge aller­lei omstan­dig­he­den zowel door haar moe­der en vader ver­la­ten, en stond er moe­der­ziel alleen voor ter­wijl de groot­ste ramp­ja­ren uit de geschie­de­nis zich vol­trok­ken) aldus gevolgd heeft kan begrip opbren­gen voor de cyni­sche hou­ding die haar slechts rest:

Het zou voor ieder­een eens goed zijn de voor­ge­vel van je huis kwijt te raken, het bran­den­de geknet­ter van een kind te horen of toe te zien hoe je gelief­de in de rug wordt gescho­ten. Ik heb mijn hele leven niet goed met men­sen op kun­nen schie­ten die nog nooit over een lijk heen heb­ben hoe­ven stap­pen.
[p.11]

Een hele lan­ge aan­loop was het. Die als­maar voort­du­ren­de oor­logs­ja­ren waar Here als een soort wees zich in leven pro­beer­de te hou­den op het plat­te­land van Polen en Duits­land. Tot­dat ze uit­ein­de­lijk Ber­lijn weet te berei­ken wan­neer de oor­log op zijn ein­de loopt. Dan wordt de eind­sprint ingezet:

Voor de man­nen was de oor­log afge­lo­pen, maar voor ons vrou­wen begon hij nu pas.
[p.523]

Daar, in het Ber­lijn waar Here dacht dat ze haar hel­le­gang zowat ach­ter de rug had, en waar ze hoop­te bin­nen­kort met haar vader en moe­der her­e­nigd te wor­den, blijkt het erg­ste nog te moe­ten komen. Ja, ze wordt inder­daad her­e­nigd met haar vader. Toe­val­lig. Maar vraag niet hoe:

In één ogen­blik rang­schik­te zich mijn leven in hoofd­stuk­ken, in onwrik­ba­re, in beton gego­ten hoofd­stuk­ken, heel mijn toe­komst, als kamers in een trap­pen­huis. Het eni­ge wat mij rest­te was die trap­pen hele­maal omlaag lopen tot hier in deze gara­ge.
[p.526]

Een aan­tal maan­den later is ze dan toch terug in IJs­land waar ze weer opge­no­men wordt in de vei­li­ge boe­zem van haar fami­lie. Terug in IJs­land waar de oor­log niet meer is geweest dan iets in de ver­te. Een moment in de geschie­de­nis wel­ke de IJs­lan­ders oppor­tu­nis­tisch heb­ben aan­ge­gre­pen om zich onaf­han­ke­lijk te laten ver­kla­ren van het Deen­se koningshuis.

Terug in dat IJs­land is de nog steeds jon­ge Here geze­ten aan een def­tig ban­ket tot­dat zich een vrouw tot haar richt met de vol­gen­de vraag:

‘En hoe… hoe was de oor­log daar?’
[p.533]

De golf van wal­ging die Here ver­vol­gens over­spoelt en haar de hele tafel inclu­sief gas­ten doet onder­sproei­en met zuur bij­tend braak­sel staat voor mij gelijk aan alles wat haar nog te wach­ten staat. Geen pre­des­ti­na­tie. Postdestinatie.

~ ~ ~

Niet vaak heb ik zo in tran­ce een boek van deze omvang in één ruk uit­ge­le­zen. Het zijn er slechts wei­ni­gen gege­ven die mij in de ban weten te hou­den door zowel the­ma­tiek als stijl van schrij­ven. Hall­grí­mur Hel­ga­son is het gelukt met deze gewel­di­ge roman. Het is niet een page-tur­ner in de zin dat je gehaast blad­zij­de na blad­zij­de er door­heen jaagt om te weten hoe het afloopt. Inte­gen­deel. Het is eer­der een boek dat dwingt tot rus­tig lezen omdat er zoveel te genie­ten valt van het taal­ge­bruik en de typi­sche humor, ter­wijl tege­lij­ker­tijd de haast onbe­schrij­fe­lij­ke details uit de twee­de wereld­oor­log maar ook uit het late­re onge­luk­ki­ge leven van Here je soms naar adem doen hap­pen en gere­geld dwin­gen om het boek even ter­zij­de te leg­gen om het gele­ze­ne te laten bezin­ken. Een groot com­pli­ment aan de schrij­ver Helgason.

De tach­tig­ja­ri­ge Here zit met een oude hand­gra­naat, een slof siga­ret­ten en een lap­top in een gara­ge, surft op het web en onder­houdt via Facebook con­tac­ten met de hele wereld. Ze heeft beslo­ten dat ze nog voor kerst gecre­meerd wil wor­den. Ter­wijl ze wacht ‘tot de oven 1000 gra­den heeft bereikt’, blikt ze terug op een veel­be­wo­gen leven dat haar alle hoe­ken van de geschie­de­nis liet zien. Ze kreeg drie zonen van negen man­nen, is de klein­doch­ter van de eer­ste pre­si­dent van IJs­land, beland­de tij­dens de oor­log als doch­ter van een ‘fou­te’ vader in Den­e­mar­ken, Polen en Duits­land en ver­huis­de toen nood­ge­dwon­gen met hem naar Argen­ti­nië (niet Amster­dam zoals abu­sie­ve­lijk op de ach­ter­flap staat ver­meld) waar ze haar eer­ste kind ver­loor. De jaren vijf­tig en zes­tig bracht ze door in Parijs, Zuid-Afri­ka, New York en Ham­burg. Ze stu­deer­de foto­gra­fie en vier­de feest met de jon­ge Beat­les, om uit­ein­de­lijk defi­ni­tief terug te keren naar haar geboortegrond.

Een vrouw op 1000 gra­den
Hall­grí­mur Hel­ga­son
Uit­ge­ve­rij De Arbei­ders­pers
ISBN 9789029588935