20140516

Het kind en het bad­wa­ter: 
Als kind dacht ik altijd dat de huid van je tepel don­ker­der en daar­door ste­vi­ger zou wor­den naar­ma­te je ouder werd. Ik ben al even vijf­tien en mijn tepels zijn wel don­ker­der gewor­den, maar voe­len nog steeds teer aan. Een beet­je als de beur­se plek in een appel.

Het bad­wa­ter dampt allang niet meer. Met mijn tenen trek ik de stop aan zijn ket­tin­kje uit de afvoer. Er ont­staat een kolk­je tus­sen mijn voe­ten; mijn schaam­haar en pie­mel bewe­gen ver­traagd onder water. Het is fijn om te blij­ven lig­gen ter­wijl het water weg­stroomt. Lang­zaam krijg ik mijn gewicht weer terug.

Met mijn kin op mijn borst bekijk ik het kroon­tje van acht haren rond mijn tepel. Eigen­lijk is het meer een sneu zon­ne­tje. Ik neem een haar tus­sen mijn nagels en trek er zacht aan. Als­of een speld­je van bin­nen­uit de huid omhoog­drukt. Gor­ge­lend ver­dwijnt het laat­ste bodem­pje water. Mijn pie­mel is wat stij­ver gewor­den.
Ik droog me ruw af met een stug­ge hand­doek, trek mijn kle­ren aan en zet het boven­raam op een kier om de damp te laten ontsnappen.

[p.97 — Birk, Jaap Robben]

Blogda­tum 30 mei