We zijn er bijna

Gis­ter­avond liep ik sinds lange tijd weer eens de avond­vier­daagse. De laat­ste keer zal hoogst­waarschi­jn­lijk tij­dens mijn lagere schoolti­jd zijn geweest. Hoewel ik me daar met de beste wil van de wereld geen voorstelling meer van kan mak­en. Miss­chien moet ik het voor de zek­er­heid mijn oud­ers eens vra­gen. Die hebben een beter geheugen voor dit soort zak­en dan ik zelf heb.

Toen ik Inge leerde ken­nen in 1995 zat haar oud­ste kind al op de mid­del­bare school en de jong­ste was bij­na klaar met de lagere. Ze had­den de avond­vier­daagse zon­der mijn hulp vol­bracht. Maar gis­ter was er dan ein­delijk een gele­gen­heid om hier in Arn­hem-Zuid mee te lopen nadat ik al ver­schil­lende jaren op rij de lange stoet van opge­to­gen kinderen aan ons huis had voor­bij zien gaan. Ik mocht mijn oud­ste klein­zoon begelei­den bij de derde 5 km van deze week. Daar zei ik geen nee tegen.

De dag ervoor was hij onverwacht opgeroepen voor een voet­bal­train­ing met de selec­tie van de F-jes. Het was onge­woon zwaar voor hem geweest. We waren daarom ook benieuwd of hij het deze avond zou vol­houden. Voor de zek­er­heid had zijn vad­er gezegd dat we alti­jd kon­den stop­pen als het niet meer ging en dan zou hij ons komen ophalen.

Vol goede moed gin­gen we op stap. Bin­nen het uur had­den we de eerste vier kilo­me­ter erop zit­ten. We zijn er bij­na, gaf ik als antwo­ord op zijn vraag hoe ver het nog was. Ik liet hem ook de run­ning-app op mijn iPhone zien. Als bewi­js. Ik kon zien dat hij moe was, maar zelf gaf hij aan dat dat laat­ste stuk­je nog wel moest lukken. Na 500 meter vroeg hij opnieuw hoe ver het nog was. Het tem­po ging zien­dero­gen achteruit. Nog­maals gaf ik als antwo­ord dat we er bij­na waren. Onder­tussen keek ik om me heen waar we waren. Het leek me onmo­gelijk dat we in nog eens 500 meter bij de fin­ish zouden zijn. Maar dat vertelde ik hem voor­lop­ig nog maar niet.

Uitein­delijk heeft hij de hele route uit­gelopen. Met de nodi­ge rust­pauzes en opbeurende woor­den. Op een gegeven moment keken we zowat om de 100 meter op de app hoe ver we al gelopen had­den. Want hoe ver we nog moesten, dat wis­ten we niet. We sloten wed­den­schap­pen af of we 10 (ik) of 25 (hij) km zouden lopen. En we hield­en de moed erin door regel­matig we zijn er bij­na te zin­gen.

Bij de 6,5 km zagen we in de verte de fin­ish. Hij was te moe om de stem­pelka­art te lat­en afstem­pe­len, maar liep energiek met me mee om aan te wijzen waar ik dat kon doen. Daar­na zijn we een ijs­je gaan eten.

Van­daag heeft hij met z’n moed­er de laat­ste 5 km gelopen. Het ging als een speer.

En de medaille heeft hij dubbel en dwars ver­di­end! Aldus een trotse opa Peter.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets