Vrieskist

We hebben het over koetjes en kalfjes. Mijn moeder en ik. Aan de telefoon. Ook het weer komt voorbij. Code Rood in Limburg wordt zojuist aangekondigd. Dat is niet ver van mijn ouders vandaan. Plotseling vraagt ze of ik weet waar de vrieskist ook alweer stond. Ik val stil.

Ze is van 1941. En mijn vader stamt uit 1936. Al flink op leeftijd dus. Maar nog altijd zelfstandig wonend met z’n tweetjes. Onlangs verhuisd naar een kleiner huis in dezelfde straat. Let wel: geen bejaardenwoning! Daar willen ze niets van weten. Wanneer ik bij hen op bezoek ga dan volgen er gegarandeerd weer enkele nieuwe anekdotes over de hulpbehoevende ‘oudjes’ die een blok verderop wel in van die zogenaamde aanleunwoningen hun oude dag slijten. Een bron van vermaak voor hen.

Is het tegen beter weten in dat ze menen geen hulp nodig te hebben? Moet ik me zorgen gaan maken nu ze schijnbaar moeite hebben om de locatie van de vrieskist te herinneren?

Weet je nog dat we vroeger vaak bij de familie S een varken bestelden? zo gaat mijn moeder verder. Ik knik. En zeg dan dat ik het me herinner. Half luisterend mijmer ik verder over de weerstand die ik kan verwachten om mijn ouders toch voorzichtig te confronteren met zoiets algemeen geaccepteerds als hulp in huis. Het zou hun werk uit handen nemen en tegelijkertijd kon zo iemand meteen een oogje in het zeil houden. Hoe regel je zoiets tegenwoordig? En moet je daarvoor bij de gemeente of bij de overheid aankloppen? Misschien is het verstandig om me hier toch eens wat meer in te verdiepen.

We hadden het er vanmiddag over waar in die tijd, we woonden toen nog in ons oude huis in de Pastoor Massenhovenstraat, de diepvries stond. Want die moeten we gehad hebben. Waar hadden we anders dat vlees moeten laten? Je vader denkt dat die kist boven stond, maar dat geloof ik niet. Maar waar dan wel, daar zijn we niet uitgekomen.

Ik begin te lachen. Ze hadden het over vroeger. Niks geen beginnende dementie. Gewoon herinneringen ophalen.

Binnen de kortste keren waren we in een geanimeerd gesprek verwikkeld waar volgens mij de vrieskist zou kunnen hebben gestaan. Op de achtergrond mengde mijn vader zich geregeld in het gesprek. Er was niets mis met zijn gehoor. Ook niet met hun en mijn geheugen. Alleen kwamen we er niet uit waar die vermaledijde vrieskist z’n plek had gehad.

The very first thing I tell my new students on the first day of a workshop is that good writing is about telling the truth.
[…]
“I don’t even know where to start,” one will wail.
Start with your childhood, I tell them. Plug your nose and jump in, and write down all your memories as truthfully as you can. Flannery O’Connor said that anyone who survived childhood has enough material to write for the rest of his or her life.
[p3-4, Bird by bird. Some instructions on Writing and Life, Anne Lamott]

Naderhand pakte ik Bird by bird van Lamott er bij. Dit weekend was ik er in verder gegaan nadat ik het een tijdje opzij had gelegd voor de boeken van de bloggersleesclub die hogere prioriteit hadden. Ik bladerde terug naar de tips die ze geeft om gewoon van start te gaan met schrijven door herinneringen aan je jeugd op te halen. De veelheid aan beelden die opdoemen (of misschien wegblijven) kun je behapbaar houden door je te concentreren op één bepaald aspect. Probeer niet je hele jeugd te beschrijven, maar zoom in.

Vanavond zoom ik in op een tot nu toe onzichtbare vrieskist. Ik moet en zal dat ding zien te vinden!

~ ~ ~

4 Reacties

  1. Haha, de vrieskist ging over vroeger, gelukkig maar.

    “Anyone who survived childhood has enough material to write about.”
    Ja, mooi. Dingen die je ook alleen maar met terugwerkende kracht gaat zien en betekenis kunt geven (en over kunt schrijven). It’s in the eye of the survivor 😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *