Huizen van plezier

Op 10 okto­ber 2008 zat ik onderuit geza­kt op de achter­bank van een tax­ibus­je. Moe van een over­volle week work­shops kre­gen we op de laat­ste dag in Nan­jing de beschikking over onze eigen privé-gids om de stad en omgev­ing te verken­nen. Nietsver­moe­dend passeer­den we de slecht ger­estau­reerde stadsmuur die zich kilo­me­ter­slang uit­strekt par­al­lel aan de bed­ding van de Jangt­sekiang riv­i­er. Ik schri­jf ‘nietsver­moe­dend’ omdat ik op dat moment nog totaal onwe­tend was van de mas­sa-slacht­ing die zich tij­dens de inval door de Japan­ners in decem­ber 1937 hier heeft afge­speeld.

Wan­neer ik de foto’s terugk­ijk die ik op die tiende okto­ber heb gemaakt, vraag ik me soms af of we niet via een van de poorten de stad zijn bin­nengekomen waar toen­ter­ti­jd de lijken van ges­neu­velde sol­dat­en tot pulp wer­den gere­den. Ik pak de dag­boeken van John Rabe erbij en blad­er naar het hoofd­stuk met de omineuze titel ‘De Japan­ners marcheren bin­nen: het begin van de gruwe­len’. Op bladz­i­jde 119 staat een afbeeld­ing van de Y Chang Men-poort. Het onder­schrift is huiv­er­ing­wekkend:

De Y Chang Men-poort die naar de haven­wijk Hsi­ak­wan lei­d­de. Er was maar één door­gang geopend. De lijken van Chi­nese sol­dat­en lagen er meter­shoog en vor­m­den samen met de zandza­kken een com­pacte mas­sa. Weken­lang reden er auto’s over­heen die op weg waren naar Hsi­ak­wan.
[p.119, John Rabe. De goede nazi van Nanking]

De gids die we kre­gen toegewezen in 2008 vertelde ons veel over het zoge­naamde ‘Bloed­bad van Nanking’. Het was de eerste keer dat ik er van hoorde en ik nam me voor om bij thuiskomst mijzelf meer te verdiepen in deze ver­schrikke­lijke geschiede­nis. Inmid­dels heb ik er al ver­schil­lende keren over geschreven, zoals onder andere hier en hier. Omdat het geen aan­ge­name leesstof is probeer ik het aan­tal blog­posts over dit onder­w­erp te beperken, hoewel ik van mening ben dat er best meer aan­dacht aan gegeven kan wor­den. Zelf heb ik er nu al heel wat over gelezen en gezien.

Dit week­end deed ik een nieuwe ont­dekking. Op Net­flix ont­dek­te ik tot mijn ver­rass­ing de doc­u­men­taire Nanking die gebaseerd is op het boek The Rape of Nanking, door Iris Chang. Net zoals bij lez­ing van het boek moest ik ook bij deze doc­u­men­taire een aan­tal maal pauzeren voor­dat ik weer verder kon. Maar omdat ik verder niets nieuws te weten kwam twi­jfelde ik of er ik er iets over moest gaan bloggen. Ik besloot om een con­cept­blog­je aan te mak­en met de link naar de doc­u­men­taire.

Dat was zater­da­gavond.

Van­mid­dag, tij­dens de lunch­pauze, check­te ik de nieuws­bericht­en op nos.nl waar meteen de vol­gende update in het oog sprong: Chi­na beschermt Japans bor­deel

Chi­na heeft een oud bor­deel in de Chi­nese stad Nanking de sta­tus van bescher­md his­torisch gebouw gegeven. Het bor­deel was vroeger in Japanse han­den. Met de bescher­mde sta­tus wil Peking de Japanse oor­logsmis­daden in Nanking benadrukken. Het gebouw heeft zeven verdiepin­gen en was tij­dens de Tweede Werel­door­log het groot­ste mil­i­taire bor­deel van Azië.  Japan heeft het bloed­bad van Nanking en het zware bestaan van de troost­meis­jes nooit erk­end. De meis­jes en vrouwen zouden zich vri­jwillig hebben aange­bo­den om mil­i­tairen ‘troost’ te bieden.

Troost­meis­jes.

Ik neem het boek van Iris Chang er nog eens erbij:

The first offi­cial com­fort house opened near Nanking in 1938. To use the word com­fort in regard to either the women or the ‘hous­es’ in which they lived is ludi­crous, for it con­jures up spa images of beau­ti­ful geisha girls strum­ming lutes, wash­ing men, and giv­ing them shi­at­su mas­sages. In real­i­ty, the con­di­tions of these broth­els were sor­did beyond the imag­i­na­tion of most civ­i­lized peo­ple. Untold num­bers of these women (whom the Japan­ese called ‘pub­lic toi­lets’) took their own lives when they learned their des­tiny; oth­ers died from dis­ease or mur­der. Those who sur­vived suf­fered a life­time of shame and iso­la­tion, steril­i­ty, or ruined health.
[p.53]

De instal­latie van deze staats­bor­de­len was een bizarre reac­tie door de leg­erlei­d­ing op de mas­sale (groeps)verkrachtingen die had­den plaats­gevon­den onder de plaat­selijke bevolk­ing nadat de Japan­ners de stad had­den veroverd. Hier­voor wer­den naar schat­ting tussen de 80.000 en 200.000 vrouwen uit geheel Azië ontvo­erd, gekocht of gekid­napt  en op trans­port gezet naar Nan­jing.

Vri­jwillig. Om troost te bieden in deze huizen van plezi­er.

Ik denk dat het tijd is om er toch maar weer eens een blog­je aan te wij­den.

~ ~ ~

2 Comments

Geef een reactie