Een overvol Boschhuis

Deze blog­post is deel 19 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

Wan­neer je ooit de kans hebt gehad om eens te mogen rond­neuzen in de (privé)archieven van een of andere instelling of (bek­end) per­soon, dan weet je hoe ver­slavend dit kan zijn. Bloot­gesteld wor­den aan de directe uitin­gen van het te onder­zoeken onder­w­erp, zon­der fil­ter, is zek­er de eerste keer (maar ook alle daarop vol­gende keren) een over­weldigende ervar­ing. Via brieven, dag­boeken, notulen of sim­pele kat­te­bel­let­jes recht­streeks een lev­en inge­zo­gen wor­den wat miss­chien wel vele gen­er­aties eerder zich heeft afge­speeld is een his­torische sen­satie pur sang. Voor je het weet ben je ver­geten waar­naar je ook alweer op zoek was en dwaal je rond door alle doc­u­menten en ver­lies je jezelf in een ver­loren gewaande wereld die stuk­je bij beet­je weer tot lev­en komt. De omgev­ing waarin je je onder­zoek doet raakt langzaa­maan gevuld met de gelu­iden en geuren die opsti­j­gen uit de archief­dozen die ein­delijk uit hun bewaarplaats bevri­jdt de kans kri­j­gen hun ver­haal te vertellen.

Ten­min­ste, zo verg­ing het mij toen ik tij­dens mijn studie Geschiede­nis aan de Uni­ver­siteit van Utrecht menig­maal voor een opdracht in de vele plaat­selijke archieven een kijk­je mocht nemen. Bin­nen de kort­ste keren voelde ik me een soort van tij­dreiziger die ongezien plaats kon nemen bij een belan­grijke ver­gader­ing, getu­ige was van een echtelijke ruzie of inzage kreeg in de twi­jfels bij een hoogge­plaatst per­soon alvorens hij of zij een ver­strekkende besliss­ing moest nemen. Koort­sachtig en opge­won­den liet ik steeds meer bron­ma­te­ri­aal aan­rukken om een com­pleter beeld te verkri­j­gen. Alles was even belan­grijk. Kòn belan­grijk zijn. Het ont­brek­ende puzzel­stuk­je waar­van je niet wilde dat je het miss­chien over het hoofd had gezien omdat je niet alles nauwgezet had doorgenomen.

Zo lijkt het me ook dat Pauline Broeke­ma bezig is geweest toen ze op een gegeven moment naar aan­lei­d­ing van een portret van haar moed­er (promi­nent op de omslag van haar boek aan­wezig) besloot zich te verdiepen in de geschiede­nis van haar fam­i­lie. Gezien het nawo­ord en de opgenomen lit­er­atu­urli­jst is ze bij­zon­der nauwgezet te werk gegaan en heeft ze zich in vele bron­nen verdiept. Het resul­taat mag er dan ook zijn. De ongecor­rigeerde drukproef die wij mocht­en ont­van­gen bestaat uit 464 bladz­i­jdes en loopt over van de (his­torische) details zon­der dat dit de vertelling ergens doet stokken of saai laat wor­den. Het klinkt miss­chien vreemd omdat er regel­matig niet al te pret­tige gebeurtenis­sen aan bod komen, maar het ‘plezi­er’ spat er vanaf. Waarmee ik wil zeggen dat het mij lijkt dat de schri­jf­ster bevlo­gen is ger­aakt door het mate­ri­aal wat ze onder han­den heeft gekre­gen en daar op een uiterst inlevende manier een fam­i­liekro­niek van heeft weten te com­poneren die meer dan recht doet aan alle betrokke­nen die zij ten tonele voert.

Op een avond staat in de kamer een grote bru­ine kof­fer.
Het archief van haar vad­er. Mijn moed­er heeft het geërfd.
Brieven en foto’s.
Rekenin­gen, lijsten met namen, bouwtekenin­gen voor huizen.
Telegram­men, geboortekaart­jes, geluk­wensen en rouw­be­tuigin­gen.
Ze zegt ter­loops: ‘Jij moet hier lat­er nog maar eens iets mee doen.’
[p.158]

Pas wan­neer haar moed­er overleden is na een lang ziekbed begin Pauline Broeke­ma aan een zoek­tocht om, zoals ze het in de pro­loog beschri­jft, haar moed­er terug te vin­den die ze kwi­jt was ger­aakt door de ziek­te van Alzheimer. De dood van haar broer Pieter op het einde van WO-II vormt daar­bij een belan­grijk gegeven, maar voor­dat we zover zijn wor­den ons eerst de wed­er­waardighe­den van Broekema’s over­g­rootoud­ers in Ned­er­lands-Indië en Muider­berg voorgeschoteld, waar­na de grootoud­ers en haar moed­er in Bilthoven in beeld komen. Onon­tkoom­baar doemt dan in de verte het dreigende gevaar vanu­it Duit­s­land op. Een oor­log is aanstaande en zal een zware tol eisen bin­nen het gezin waarin de moed­er van Broeke­ma opgroeit. De jaren tij­dens de Duitse bezetting en de wijze waarop Pieter aan zijn einde komt vor­men een emo­tion­eel hoogtepunt in de tot dan toe al regel­matig bewogen fam­i­liegeschiede­nis. Vooral de manier waarop we in het korte hoofd­stuk ‘Denk aan mij’ plots een inkijk­je kri­j­gen in de laat­ste gedacht­en van Pieter is erg aan­gri­jpend:

Denk aan mij nu ik de villa’s passeer.
Waar een vrouw haar schort omdoet om in de keuken de avond­maalti­jd te berei­den.
Een maandag als alle andere. De week die begint.
De mensen horen ons naderen en mak­en zich uit de voeten.
Ze bli­jven bin­nen.
Nie­mand te zien.
Geen kind dat speelt op het stoep­je voor een huis.
[p.380]

Het tekent voor mij hoezeer Pauline Broeke­ma zich het mate­ri­aal eigen heeft gemaakt. Hoe ze veel van de per­so­n­en die zij tot dan toe alleen uit overgeleverde ver­halen kende verder tot lev­en heeft gewekt. In het hele boek wemelt het van de details die kleur en extra beteke­nis geven aan de han­delin­gen die zij uit de vele brieven, foto’s en wat nog meer wist op te diepen. Alles is met even­veel aan­dacht en liefde gedaan. En wat ik per­soon­lijk erg mooi vond is dat Broeke­ma zich niet beperkt heeft tot wat zij con­creet gevon­den heeft of wat zij vanu­it ver­schil­lend bron­ma­te­ri­aal bij elka­ar heeft weten te bren­gen. Hoewel het miss­chien his­torisch niet ver­ant­wo­ord is, vind ik het een extra dimen­sie bren­gen aan het boek waar zij gepoogd heeft in te vullen wat ver­bor­gen is gebleven. Type­r­end voor deze benader­ing is bijvoor­beeld het bezoek dat haar over­g­rootoud­ers (toen ze nog niet getrouwd waren) bren­gen aan de wereld­ten­toon­stelling in Ams­ter­dam. Jan­net­je (haar over­g­root­moed­er) zon­dert zich af van het gezelschap en komt onder meer terecht in een tent waarin aller­lei bewon­ers uit overzeese gebieds­de­len ten­toongesteld wor­den. Ze voelt zich er erg onge­makke­lijk bij en raakt aan de praat met een teke­naar die veel van deze mensen blijkt te ken­nen. De ver­halen die hij vertelt doen Jan­net­je huiv­eren. Of het zich alle­maal op deze manier heeft afge­speeld is de vraag, maar het geeft ons meer kans om Jan­net­je te leren ken­nen.

Door deze aan­pak wordt het natu­urlijk wel erg moeil­ijk om te onder­schei­den waar de waarheid over­gaat in de fan­tasie van de schri­jf­ster. De lees­baarheid daar­ente­gen sti­jgt enorm. Ik heb het boek in twee dagen met bij­zon­der veel inter­esse gelezen. Van veel his­torische gebeurtenis­sen was ik op de hoogte, maar ner­gens voelde het als een droge opsom­ming of her­hal­ing van feit­en die niets nieuws weten te bren­gen. Juist door­dat Broeke­ma makke­lijk schakelt naar de per­soon­lijke geschiede­nis van de vele per­son­ages die de revue passeren gaat het ner­gens verve­len. De makke waaraan veel kro­nieken onver­mi­jdelijk lij­den, namelijk het con­tin­ue intro­duc­eren van nieuwe gen­er­aties fam­i­liele­den met al hun aangetrouwde con­nec­ties is hier beperkt gebleven tot diegene die daad­w­erke­lijk een rol van beteke­nis spe­len in het ver­haal dat Broeke­ma wil vertellen. Daar waar ze zich veroor­looft om een zijweg in te slaan blijkt verderop dat het toch met het grotere geheel te mak­en heeft. Erg knap gedaan en het is over­duidelijk dat hier zeer veel tijd in is gesto­ken.

Heb ik dan niets aan te merken? Ja, toch wel. Mijn pun­t­je van kri­tiek richt zich voor­namelijk op de com­posi­tie. Naar mijn smaak, maar hoe kan het ook anders bij ver­schil­lende gen­er­aties door de jaren heen, vor­men de drie delen waaruit het boek is opge­bouwd te weinig één geheel. Het bli­jven net iets teveel afzon­der­lijke episodes die ieder voor zich recht doen aan het ver­haal wat verteld wordt maar waar­door de samen­hang ont­breekt. Weliswaar wor­den er op ver­schil­lende plaat­sen lijn­t­jes over en weer getrokken (Juul als de oogap­pel van Jan­net­je; Pieter en Juul die elka­ar moeil­ijk liggen), echter dit is wat magert­jes. Dit kan natu­urlijk gele­gen hebben aan het beschik­bare mate­ri­aal. Wan­neer de hiat­en te groot wor­den is het moeil­ijk­er deze te dicht­en zon­der de werke­lijkheid al teveel geweld aan te doen. Ergens bekruipt me het gevoel dat Pauline Broeke­ma zo ver­liefd is gewor­den op alles wat ze heeft weten op te duiken met betrekking tot haar fam­i­liegeschiede­nis dat het moeil­ijk werd voor haar om te schrap­pen. Miss­chien was het beter geweest om ofwel de ver­schil­lende ver­halen nadrukke­lijk­er van elka­ar te schei­den en los te pub­liceren, of daar­ente­gen de focus meer op één hoof­don­der­w­erp te leggen en de rest daaraan ondergeschikt te mak­en.

Verder viel me op dat het leek alsof som­mige onderde­len van het boek los van elka­ar tot stand waren gekomen en pas lat­er bij elka­ar gebracht. Er duiken regel­matig pas­sages op waar een per­soon of gebeurte­nis kort wordt aange­haald op een manier die niet klopt met het feit dat er eerder al aan­dacht aan is besteed. Het kan zijn dat dit ontstaan is door het lat­er toevoe­gen of ver­schuiv­en van para­grafen. Maar het komt slordig over. Natu­urlijk kan dit ook komen omdat we hier met een ongecor­rigeerde drukproef van doen hebben, maar het ver­sterk­te mij in de opvat­ting dat het boek in zijn geheel toch nog wat oneven­wichtig is.

Dit alles laat onver­let dat ik erg onder de indruk ben ger­aakt van het­geen Pauline Broeke­ma bij elka­ar heeft gebracht en hoe zij dit heeft weten te pre­sen­teren. Wat mij betre­ft is zij erin ges­laagd om ‘een fascinerende, opwindende en ver­slavende ont­dekkingsreis’ te ver­tal­en naar een fascinerend, opwindend en ver­slavend boek wat er mag zijn. Of ze ges­laagd is in het terugvin­den van haar moed­er is iets wat ik niet kan beo­orde­len, maar het lijkt me dat ze meer te weten is gekomen dan ze vooraf ver­mocht te hopen.

Op zoek naar het ver­haal achter een fam­i­liedra­ma ver­li­est Pauline Broeke­ma zich in het archief van haar groot­vad­er. Het Boschhuis is de geschiede­nis van rauwe tabaks­pi­oniers op Suma­tra, een boeren­leven aan de Zuiderzee, zorgeloze vakanties op Vlieland, wereld­ver­beter­aars in een lom­mer­rijk Utrechts vil­ladorp, en in 1944 het einde van een naïeve droom: oom Pieter ter Beek wordt, net voor de bevri­jd­ing, door de bezetter gefusilleerd.

Het Boschhuis — Kro­niek van een fam­i­lie
Pauline Broeke­ma
Uit­gev­er­ij De Arbei­der­spers
ISBN 9789029588973

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Niet het liefdesleven van Peter P.Mind­fuck in de donkere kamer van de Noor »
  • Mooi ver­haal. Deel het gevoel dat de ver­schil­lende delen wat te los van elka­ar staan en dat het lijkt of stukken lat­er zijn samengevoegd en hier­door som­mige pas­sages dubbe­l­op zijn of per­son­ages op een vreemde plaats staan.

    • Dank je. Mooi is het om bij jouw besprek­ing te lezen hoe dicht dit boek bij je eigen fam­i­liegeschiede­nis komt met vergelijk­bare lij­nen naar Ned­er­lands-Indië, Bilthoven en Kees Boeke.

  • Mooie, uit­ge­brei­de blog­post heb je er weer van gemaakt. Hoewel ik dit boek even aan mij voor­bij heb lat­en gaan, kri­jg ik toch een beeld van de inhoud en de geschiede­nis. Jouw manier van (be)schrijven helpt zek­er bij de inschat­ting van sfeer en impor­tantie.

    • Dank je. Ik begri­jp dat je bewust gekozen hebt om dit boek op dit moment niet te lezen. Toch kan ik je aan­raden dat zodra je in ‘de stem­ming’ bent om weer eens een fam­i­liegeschiede­nis ter hand te nemen, dat dit inder­daad een echte aan­rad­er is.

  • Wederom blijkt maar weer dat wij veel langs dezelfde lij­nen denken, Peter. Hoewel ik deze keer mijn jour­nal­istieke inval­shoek heb gebruikt en jij jouw his­torische blik.
    Ik moet toegeven dat het voor mij ook een feest der herken­ning was, omdat veel feit­en mij al bek­end waren (geschiede­nis was mijn favori­ete vak en ik heb veel gelezen en geschreven over his­torische zak­en). Mooi hoe de schri­jf­ster daar een per­soon­lijke draai aan weet te geven.

    • Klopt. Het ver­per­soon­lijken van wereldgeschiede­nis waar­door het dichter­bij komt is Pauline Broeke­ma goed afge­gaan, en ook nog eens op een manier dat het tegelijk­er­ti­jd weer uni­verseel wordt. Erg goed gelukt.

  • Miss­chien was het ook beter geweest als het boek in drie delen was uit­gegeven, ik kreeg vaak de indruk dat Pauline Broeke­ma zoveel infor­matie had gevon­den en dit zo graag wilde delen dat het een beet­je een ‘over­load’ werd. Maar inder­daad een boek om onder de indruk van te rak­en.

  • Wat knap dat jij dit boek zo snel hebt gelezen? Ik heb bepaalde stukken eerst moeten lat­en bezinken voor­dat ik weer verder kon en ondanks dat de samen­hang soms ont­brak heb ik zeer genoten van dit boek.

    Goede geschreven, mooie blog­post en inder­daad, onze ervar­ing komt gro­ten­deels overeen.

    • Gelukkig. Er is niets mis met mijn instellin­gen bij de reac­ties 🙂
      Dank voor je com­pli­ment. En dat snelle lezen? Wan­neer ik een­maal in de ban ben van een ver­haal dan gaat het vanzelf. Mits ik de (vri­je) tijd heb om door te kun­nen lezen, natu­urlijk.

    • Dank je wel! Mijn eerste boek is iets wat al (te) lang in de pen zit. Het voorne­men was om er dit jaar meer tijd in te gaan steken. Tot nu toe is dat nog niet echt gelukt ondanks alle goede bedoelin­gen. Maar ja, met goede bedoelin­gen alleen schri­jf je nog geen boek…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets