Running met de riem die je hebt

Hoe­wel ik er luch­tig over deed eer­der deze week was ik toch wel bang dat mijn ver­zwik­te voet roet in het eten zou gooi­en voor wat betreft mijn hal­ve mara­thon aspi­ra­ties. Don­der­dag­avond werd al snel dui­de­lijk dat mijn trai­nings­rond­je van drie kilo­me­ter over­ge­sla­gen moest wor­den. Met mijn sport­kle­ding aan was ik nog niet in staat om de straat fat­soen­lijk uit te lopen. Dus lang­zaam weer naar huis.

Op vrij­dag heb ik zelfs niet eens de moei­te geno­men me om te kle­den. Ik had mezelf voor­ge­no­men om het maar eens een week­je aan te kij­ken. Toch ging het op zater­dag alweer krie­be­len. In de tuin deed ik wat oefe­nin­gen en de post bracht ik voor­zich­tig ren­nend naar de brie­ven­bus. Het ging zon­der pro­ble­men. Alleen wat stijf­jes. Tegen de avond trok ik daar­om iets­jes zenuw­ach­tig mijn sport­kle­ding aan en beloof­de mijn Inge om me aan de voor­ge­schre­ven afstand van drie kilo­me­ter te hou­den.

Het wer­den er zes. En het ging goed. De stijf­heid liep ik er bin­nen de eer­ste hon­der­den meters al uit. Daar­na bleef het soe­pel­tjes. Het was zo heer­lijk dat ik niet kon laten om wat ver­der door te lopen dan mijn oor­spron­ke­lij­ke plan (en belof­te). ‘s Avonds was ik opnieuw even bang dat deze over­moe­dig­heid mij op zon­dag zou opbre­ken want ik had het in mijn hoofd gehaald om met­een maar weer mijn hui­di­ge trai­nings­sche­ma op te pak­ken waar ik geble­ven zou zijn zon­der klein bles­su­re­leed: veer­tien en een hal­ve kilo­me­ter…

Opnieuw ging het goed. Het lopen althans.

Wat niet goed ging was de erva­ring van een zoge­naam­de ‘run­ning belt’ met klei­ne fles­jes water die ik wil­de uit­pro­be­ren. Het prin­ci­pe leek zo van­zelf­spre­kend: een riem die aan de ach­ter­kant iets bre­der is en waar vier klei­ne fles­jes aan beves­tigd waren. Vier fles­jes in plaats van één gro­te fles. Zodat het gewicht net­jes ver­deeld zou wor­den over de breed­te van mijn (onder)rug. Logisch toch?

Alleen was de prak­tijk weer­bar­sti­ger dan de the­o­rie. Al na enke­le tien­tal­len meters had ik er hele­maal genoeg van. Het is dat er geen kliko’s op de rou­te te zien waren en ik een rede­lijk fat­soen­lijk mili­eu­be­wust per­soon­tje ben anders had ik de riem zon­der par­don weg­ge­gooid. Er zat niets anders op dan de elas­ti­sche ban­den wat strak­ker aan te halen (wat niet mee­valt tij­dens het lopen) en de hot­sen­de en klot­sen­de fles­jes elke tien secon­den terug te duwen in hun poging om zich voor op mijn buik te ves­ti­gen.

Het gaf wel vol­doen­de aflei­ding. Voor ik het wist had ik er ondanks alle erger­nis reeds zes kilo­me­ter op zit­ten. Bij de tien kilo­me­ter had ik drie fles­jes leeg­ge­dron­ken en bedacht ik me dat het goed was de riem niet weg­ge­gooid te heb­ben want ik had een sport­gel­le­tje in een van de zak­jes gestopt.

Dat was ook nieuw. Op inter­net had ik gele­zen dat je een flin­ke boost kon krij­gen wan­neer je zo’n gel gebruik­te. Nieuws­gie­rig slik­te ik het iso­to­ne spul weg en niet veel later leek het inder­daad of ik pas in mijn eer­ste kilo­me­ters zat. De rest van mijn trai­nings­rond­je liep ik zon­der al teveel moei­te uit. Won­der­baar­lijk. Niet dat ik op vleu­gels liep of een ultra-scher­pe tijd neer­zet­te in het laat­ste stuk. Maar wel dat het leek als­of ik een twee­de adem had gekre­gen. Ze had­den bij Run­ners world niet over­dre­ven voor wat betreft die sport­gel.

Wel met betrek­king tot die run­ning belt.

~ ~ ~

UITGELICHT want SHARING is CARING

Onge­nu­an­ceer­de huf­ter — Fron­taal Naakt

Als een onge­nu­an­ceer­de huf­ter iemand is die zijn nek uit­steekt, die per­soon­lijk risi­co neemt en een enorm hoge prijs betaalt door open­lijk kri­tisch te blij­ven, die het opneemt tegen extreem gevaar­lijk en totaal gewe­ten­loos gajes, ja, dan ben ik een onge­nu­an­ceer­de huf­ter. En daar ben ik trots op.

Ja. Hij steekt zijn nek uit. Ja. Hij neemt per­soon­lijk risi­co. Ja. Hij betaalt een enorm hoge prijs. Maar dat Fron­taal Naakt een onge­nu­an­ceer­de huf­ter is zou ik niet wil­len zeg­gen. Wel dat ik ont­zet­tend veel res­pect heb voor de manier waar­op hij onver­moei­baar keer op keer feil­loos het gedach­ten­goed van dat extreem gevaar­lijk en totaal gewe­ten­loos gajes weet te ont­le­den. Met alle grie­ze­li­ge gevol­gen van­dien.

~ ~ ~

Nie­mand thuis
Mis­schien her­ken­baar?