Een korte toelichting bij We zijn allemaal alleen

Deze blog­post is deel 5 van 9 in de serie We zijn alle­maal alleen

Gis­teren schreef ik het vol­gende terug naar Anna in de reac­tieruimte onder Sor­ry:

Nou, eerlijk gezegd heb ik ook nog niet zo heel veel vertrouwen in de mensenken­nis van de verteller (ik-per­soon).

In dit vierde deel uit de reeks We zijn alle­maal alleen, geeft de verteller toe dat hij zich ver­gist heeft bij de intro­duc­tie van de vrouwelijke hoofd­per­soon (Suzan) door te impliceren dat zij vreemdgaat. Blijk­baar heeft hij (de verteller dus, die de gewoonte heeft om zich als ‘ik’ af en toe recht­streeks tot de lez­er te richt­en) sinds­di­en meer infor­matie in han­den gekre­gen waar­door hij zich genoodza­akt ziet om op deze boude uit­spraak terug te komen.

In We zijn alle­maal alleen ga ik (dit­maal ik, de schri­jver dus, en niet de ik-per­soon ofwel de verteller) een exper­i­ment aan om met slechts twee namen (Lau­rens en Suzan) een ver­vol­gserie op te zetten om te ont­dekken of deze twee per­so­n­en (die bij aan­vang inder­daad niet meer zijn dan slechts twee namen) bij mij gaan lev­en als zijnde echte per­son­ages wan­neer ik er maar een­maal over begin te schri­jven en me noodged­won­gen verder in hen ga verdiepen voor de broodnodi­ge con­sis­ten­tie in elk ver­vol­gdeel. Ik (ik) wil ook wel eens een keert­je meemak­en dat de fic­tieve per­son­ages met je aan de haal gaan, zoals ‘echte’ schri­jvers dat geregeld mee schi­j­nen te mak­en.

Het vreemde is nu dat al meteen in het eerste deel zich een derde per­son­age onaangekondigd heeft opge­dron­gen, en wel die hier­boven aange­haalde ik-per­soon (de verteller). Daar had ik (ik) niet op gerek­end. Wat zou ik (ik) daar onbe­wust mee bedoeld hebben? Is hij (de ik-per­soon) een metafoor van de schri­jver (ik (ik)) om de worstel­ing te lat­en zien wan­neer je bij aan­vang van een ver­haal nog niet vol­doende ken­nis hebt van je hoofd­per­son­ages? Maar dan heb ik (ik) tevens een derde per­son­age geïn­tro­duceerd welke ik (ik) ook nog niet zo goed ken. Hoe betrouw­baar maakt dat hem dan als verteller (ik-per­soon) als ik (ik) hem verder nog moet ont­dekken (en hij (als verteller (ik-per­soon)) tegelijk­er­ti­jd Lau­rens en Suzan moet ont­dekken ter­wi­jl ik (ik) als schri­jver deze per­son­ages nog niet eens ken?)? En hoe kan het dat zo iemand plom­pver­loren ‘uit de lucht’ komt vallen ter­wi­jl ik (ik?) dat hele­maal niet voor ogen had? Waar is de vri­jheid van de schri­jver (ik?)? Wie bepaalt uitein­delijk wat ik (ik?) schri­jf? Wie gaat met wie aan de haal?

Sor­ry, ik merk dat het Peter niet lukt om zijn impulsief opges­tarte exper­i­ment inzichtelijk voor het voetlicht te bren­gen. Ter­wi­jl het voor­waar enkele heel inter­es­sante en fun­da­mentele vraagstukken probeert te beant­wo­or­den. Ik stel daarom voor dat we hem nog wat tijd gun­nen zodat hij het wat verder kan uit­denken voor­dat hij een nieuwe poging onderneemt tot duid­ing. Lat­en we hem de kop niet gek mak­en. De arme jon­gen heeft het al druk genoeg momenteel op zijn werk.

Dan ga ik weer terug naar Lau­rens en Suzan. Daar is een hoop gaande. Bin­nenko­rt meer daarover.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Sor­ryDruk »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets