Het Swiebertje-effect

Deze blog­post is deel 23 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

Geboren in 1963 heb ik in mijn jeugd veel meegekre­gen van de tv-serie Swiebert­je die toen razend pop­u­lair was. In mijn herin­ner­ing zat­en wij elke zater­da­gavond trouw voor de buis om maar niets van de nieuw­ste lot­gevallen van deze sym­pa­thieke zwerv­er te hoeven mis­sen. Ik heb het zojuist nog even opge­zocht en het blijkt dat in 1975 de laat­ste aflev­er­ing is ver­sch­enen hoewel het voor mijn gevoel veel langer is doorge­gaan. Wellicht zijn er vele her­halin­gen geweest.

Zo heel af en toe zap ik wel eens uit pure verveling (komt gelukkig zelden voor) naar Nos­tal­gie Net (of hoe die zen­der ook mag het­en) waar ik me alti­jd weer ver­baas over de oubol­ligheid van veel programma’s uit de vorige eeuw. Ooit heb ik daar Swiebert­je voor­bij zien komen en kon me nauwelijks meer voorstellen waarom ik daar vroeger toch zo naar kon uitk­ijken. Tegelijk­er­ti­jd zijn er vol­doende andere programma’s uit het­zelfde tijd­vak die veel min­der geda­teerd overkomen.

Het­zelfde heb ik regel­matig met oude boeken die ik op rom­mel­mark­ten door­blad­er op zoek naar nieuwe aan­win­sten. Vaak leg ik na een aan­tal bladz­i­jdes een boek alweer teleurgesteld terug omdat het mij niet kan beko­ren. Niet zozeer dat de gebruik­te taal uit een ver verleden stamt, maar eerder de betut­te­lende of kinder­achtige wijze waarop de lez­er ‘toege­spro­ken’ wordt wekt erg­er­nis.

Plot­sel­ing nam het bomen­gelu­id toe en ontsnapte hem per ongeluk een ‘huuu’.
[p.121, Hol­lands Siber­ië, Mar­iët Meester]

Wat me opvalt bij heden­daagse romans die over ‘vroeger’ gaan, is dat ik het daar soms ook merk. Niet alleen speelt het ver­haal zich lang gele­den af, het wordt boven­di­en nog eens verteld op een manier die niet geheel eigen­ti­jds lijkt. Alsof door bron­nen­studie de auteur zozeer in het his­torische mate­ri­aal is opge­gaan dat het invloed heeft gekre­gen op de schri­jf­sti­jl. Ik kwal­i­ficeer het voor mezelf als ‘het Swiebert­je-effect1.

Hol­lands Siber­ië door Mar­iët Meester heeft er ook last van.

De tuin­man kwam dagelijks en had zijn eigen domein, een ruwhouten schu­ur met een punt­dak. Meestal zat hij er bij de kachel, ter­wi­jl rook­wolken uit het schoorsteen­pijp­je puften.
[p.38, Hol­lands Siber­ië, Mar­iët Meester]

Het is niet zozeer dat het er duimendik bovenop ligt. Juist het tegen­overgestelde. Hier en daar een (verklein)woord(je) of een bepaalde zin­swend­ing zorgt ervoor dat ik uit mijn con­cen­tratie raak en geïr­ri­teerd strepen ga zetten in de kantli­jn bij elk vol­gend voor­beeld. Dat is jam­mer.

In Hol­land Siber­ië schetst Mar­iët Meester het lev­en in Veen­huizen door de ogen van de fran­cis­caner pas­toor Peter Pex die in 1936 vol goede moed aan zijn taak begint ter­wi­jl hij bek­end is met het gegeven dat zijn voorganger(s) het nooit lang wis­ten vol te houden in dit van de buiten­wereld afges­loten dorp. Over Veen­huizen als strafges­ticht wist ik niet al teveel, dus deze roman leek me een mooie aan­lei­d­ing om dit gemis goed te mak­en. Het heeft me helaas niet hele­maal gebracht wat ik er van verwacht had.

Even los van het hier­boven aange­haalde Swiebert­je-effect ligt dat voor­namelijk aan de vele thema’s die Mar­iët Meester gemeend heeft in haar ver­haal te ver­w­erken. Naast het dagelijkse lev­en in de strafkolonie voor, tij­dens en na de Tweede Werel­door­log, kri­j­gen we tevens te mak­en met de geloofs­worstel­ing die de pas­toor door­maakt, zijn con­tro­ver­siële menin­gen over bepaalde taboe’s bin­nen de katholieke kerk en de geheime relatie die hij kri­jgt met zijn huishoud­ster. Nu heb ik nor­maal gespro­ken geen moeite met ‘een volle agen­da’, zek­er niet wan­neer er vol­doende pagina’s voor wor­den uit­getrokken, maar er ont­breekt een zekere samen­hang. Of een alge­heel lei­dend the­ma.

Terug bij de pas­to­rie ging hij meteen op zoek naar de tuin­man. In de moes­tu­in en de boom­gaard kon hij hem niet vin­den. Hij druk­te zijn neus tegen de ruit van de schu­ur met het punt­dak, maar ook daar was geen tuin­man.
De huishoud­ster was er wel. Via het keuken­raam zag hij dat ze stond af te wassen. Hij ging door de ach­ter­deur naar bin­nen, doorkruiste de bijkeuken en stapte de keuken in. Plom­pver­loren vroeg hij: ‘Waar is de tuin­man?’
[p. 106, Hol­lands Siber­ië, Mar­iët Meester]

De opbouw van het ver­haal is er een van vele korte hoofd­stuk­jes die in hoofdza­ke­lijk chro­nol­o­gis­che vol­go­rde de lez­er aan de hand nemen. Er wordt weinig gebruik gemaakt van ‘flash­backs’ of ‘flash for­wards’. De ver­tel­sti­jl is er ook niet een­t­je die het moet hebben van ‘cliffhang­ers’ of andere span­nings­bo­gen. Veel gebeurtenis­sen waar­van niet alti­jd het belang voor het grotere geheel duidelijk is wor­den uitvo­erig beschreven ter­wi­jl op andere plaat­sen wat meer duid­ing beter voor het ver­haal zou zijn.

Hij rook­te een pijp. Ook voor een pas­toor werd het lastiger aan goede rook­waar te komen, maar het luk­te nog.
[p.144, Hol­lands Siber­ië, Mar­iët Meester]

Het kabbelt braaf­jes voort richt­ing een weliswaar drama­tisch einde zon­der dat het echt span­nend of drama­tisch wordt. Althans zo ervo­er ik het. Dat komt ten dele omdat ik een veel rauw­er en real­is­tis­ch­er vertelling had verwacht. Veen­huizen stond tenslotte niet ten onrechte bek­end als ‘het slecht­ste dorp van Ned­er­land’. Na lez­ing kan ik dat echter niet beves­ti­gen. Zek­er wordt er in ver­schil­lende hoofd­stukken stilges­taan bij de erbarmelijke omstandighe­den waaron­der de gedeti­neer­den hun straf moesten uitzit­ten en kri­j­gen we te lezen over de vele soorten crim­ine­len die er wer­den onderge­bracht. Maar het echte straa­tru­mo­er ont­breekt op een enkele ongepaste opmerk­ing tij­dens een kerk­mis of een vloek door broed­er Broed­er na.

Is het dan alleen maar ‘kom­mer en kwel’? Nou nee. Laat men zich niet aflei­den door ‘het Swiebert­je-effect’ dan valt er een hoop te geni­eten van wat Mar­iët Meester ons hier voorschotelt. Zij heeft zich ter­dege in het onder­w­erp verdiept door meer dan een jaar te verbli­jven in Veen­huizen, het dorp waar zij tevens haar jeugd heeft doorge­bracht. En dat ziet men terug in de vele details die zij met gevoel en liefde heeft ver­w­erkt in haar ver­haal. De religieuze cri­sis die pas­toor Pex dreigt te slopen is een the­ma dat bij­zon­der tot de ver­beeld­ing spreekt, zek­er met de weten­schap dat er een jong gestor­ven oud­ere broer in het spel is die eigen­lijk deze posi­tie zou vervullen. En zo zijn er nog wel een aan­tal ver­haal­li­j­nen op te noe­men die het de moeite waard mak­en om dit boek te gaan lezen.

Jam­mer alleen van dat Swiebert­je-effect…

De fran­cis­caan Peter Pex wordt in 1936 naar ‘het slecht­ste dorp van Ned­er­land’ ges­tu­urd: Veen­huizen, waar eerder geen enkele pas­toor het heeft kun­nen uithouden. Hij komt er in dienst van de strafges­ticht­en. Vol vuur begint hij aan zijn taak en probeert tegelijk­er­ti­jd het hiërar­chisch geor­gan­iseerde justi­tiedorp te door­gron­den. Tij­dens de Tweede Werel­door­log belandt hij samen met zijn huishoud­ster in het verzet. Ze kri­j­gen een geheime relatie.
Hol­lands Siber­ië vertelt over de opkomst en onder­gang van een man die Veen­huizen zijn beste kracht­en wil geven. Tegelijk­er­ti­jd is het een ontroerend ver­haal over twee mensen die op lat­ere leefti­jd de liefde ont­dekken.

Hol­lands Siber­ië
Mar­iët Meester
Uit­gev­er­ij De Arbei­der­spers
ISBN 9789029589581

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Miss­chien herken­baar?Hier bli­jf ik naar luis­teren »

  1. Niet te ver­war­ren met ‘het Swiebert­je-effect’ wat Joop Doder­er tot in den treurigheid bleef achter­vol­gen. 

Geef een reactie