Het deel van de critici

Deze blog­post is deel 3 van 8 in de serie 2666 — Rober­to Bola­ño

Gis­ter ver­scheen de twee­de deel­be­spre­king over 2666 op The Mook­se and the Gri­pes.1 Hoog­ste tijd voor mij om een begin te maken met mijn eigen­ste deel­be­spre­king van het eer­ste deel: Het deel van de cri­ti­ci.

Zoals in de eer­ste blog­post van deze Read-A-Long aan­ge­ge­ven, is het boek 2666 opge­deeld in vijf gro­te hoofd­stuk­ken.2 Ik heb 2666 nooit eer­der gele­zen en ook nu ik dit schrijf ben ik pas op blad­zij­de 340 van de ruim 1000 blad­zij­des die deze dik­ke pil telt. Het kan dus niet anders dan dat ik lang niet alles over­zie of begrijp van wat ik tot nu toe gele­zen heb. Toch wil ik in het kader van de Read-A-Long begin­nen met in deze blog­post een kor­te weer­ga­ve van het eer­ste deel, en dan mor­gen of over­mor­gen ver­der uit­wei­den over wat mijn indruk tot zover­re is, en tevens zien of ik een aan­tal van de opge­wor­pen vra­gen op de site van The Mook­se and the Gri­pes3 kan beant­woor­den.

 

Het deel van de critici

In dit eer­ste deel wor­den vier lite­ra­tuur­cri­ti­ci opge­voerd die allen een geza­men­lij­ke obses­sie ver­to­nen voor de schrij­ver Ben­no von Archim­bol­di. In volg­or­de van opkomst zijn het de Frans­man Jean-Clau­de Pel­le­tier, de Span­jaard Manu­el Espi­no­za, de Ita­li­aan Piero Mori­ni en de Engel­se Liz Nor­ton. Rober­to Bola­ño gebruikt de eer­ste blad­zij­des van zijn roman om de ver­schil­len­de ach­ter­gron­den te beschrij­ven van deze vier cri­ti­ci om zo beter te begrij­pen waar hun fas­ci­na­tie voor Archim­bol­di van­daan komt. Gaan­de­weg zien we hoe de vier via inter­na­ti­o­na­le sym­po­sia met elkaar te maken krij­gen en vriend­schap slui­ten. Dit gaat zelfs zover dat Pel­le­tier en Espi­no­za los van elkaar een rela­tie aan­gaan met Nor­ton, die daar klaar­blij­ke­lijk geen moei­te mee heeft en beur­te­lings de Frans­man en de Span­jaard bij haar thuis ont­vangt zon­der dat de heren er aan­van­ke­lijk weet van heb­ben dat zij dezelf­de vrouw delen.

In hun onder­zoek naar de per­soon en het werk van Archim­bol­di lopen de cri­ti­ci gelei­de­lijk tegen de gren­zen aan van wat zij aan ken­nis weten te ver­ga­ren over deze mys­te­ri­eu­ze per­soon. Er is name­lijk hoe­ge­naamd niets over hem bekend. Zijn boe­ken wor­den via een vas­te uit­ge­ver gepu­bli­ceerd, maar deze weet voor­als­nog alle per­soon­lij­ke details over de schrij­ver met suc­ces geheim te hou­den. Dit mys­te­rie draagt merk­waar­dig genoeg bij aan de groei­en­de popu­la­ri­teit van zijn werk over de jaren tot­dat er zelfs geruch­ten de ron­de doen dat hij mis­schien  de Nobel prijs voor lite­ra­tuur gaat krij­gen. Maar al die tijd leidt dit er niet toe dat Archim­bol­di zich in de open­baar­heid ver­toont. De cri­ti­ci moe­ten het dus doen met zijn lite­rai­re werk plus de soms meest wil­de ver­ha­len die over hem de ron­de doen en waar hij zich zou schuil­hou­den. Wat hen rest is al het werk van Archim­bol­di tot in den treu­re blij­ven her­le­zen op zoek naar details die meer over zijn ware iden­ti­teit zou­den kun­nen ver­tel­len. Oever­loos aca­de­misch gespe­cu­leer is het waar­mee ze zich de mees­te tijd bezig­hou­den.

Wan­neer op een gege­ven moment uit­komt dat Pel­le­tier en Espi­no­za bei­den een ver­hou­ding met Nor­ton heb­ben, heeft dat geen noe­mens­waar­di­ge gevol­gen. Ze blij­ven ieder op hun beurt omgang hou­den met Nor­ton en het gebeurt regel­ma­tig dat ze gedrie­ën gelijk­tij­dig in Enge­land ver­blij­ven. Tij­dens een van deze gele­gen­he­den krij­gen ze na een res­tau­rant­be­zoek ruzie met een Pak­is­taan­se taxi­chauf­feur. De woor­den­wis­se­ling loopt zoda­nig uit de hand dat Pel­le­tier en Espi­no­za in hun woe­de exces­sief geweld gebrui­ken en de Pak­i­s­taan bewus­te­loos ach­ter laten. In de dagen erna wor­den ze niet opge­pakt. Blijk­baar heb­ben ze geen spo­ren ach­ter­ge­la­ten. Wel beslui­ten ze voor gerui­me tijd Nor­ton niet meer te bezoe­ken maar zoe­ken ze hun heil bij de dames van lich­te zeden.

De Ita­li­aan Mori­ni onder­tus­sen raakt gefas­ci­neerd door de kun­ste­naar Edwin Johns. Deze is opge­no­men in een geslo­ten kli­niek nadat hij in extre­me uiting van artis­tie­ke cre­a­ti­vi­teit (of mis­schien wel als cre­a­tief sluit­stuk van zijn artis­tie­ke uitin­gen) zijn rech­ter­hand had geam­pu­teerd. Tij­dens een bezoek van Mori­ni aan Nor­ton (de vriend­schap tus­sen hen is zui­ver pla­to­nisch) had zij hem ver­teld over deze kun­ste­naar en een cata­lo­gus van zijn werk cadeau gedaan. Mori­ni gaat zelfs zover om Johns in de kli­niek te bezoe­ken en krijgt hem te spre­ken.

Dan, op een zoveel­ste semi­nar over Archim­bol­di, leren ze een jon­ge Mexi­caan ken­nen die met aan­wij­zin­gen komt dat Archim­bol­di zich wel eens in de Mexi­caan­se stad San­ta Tere­sa zou kun­nen bevin­den. Hoe­wel ze geen goe­de rede­nen kun­nen beden­ken waar­om de schrij­ver, die nu rond de tach­tig jaar zou zijn, naar Mexi­co zou zijn gereisd, beslui­ten de cri­ti­ci hun geluk te beproe­ven en op zoek te gaan naar Archim­bol­di. Op het laat­ste moment haakt Mori­ni wegens gezond­heids­re­de­nen af. Een­maal in San­ta Tere­sa aan­ge­ko­men wordt hen al snel dui­de­lijk dat ze ook hier Archim­bol­di niet zul­len aan­tref­fen. Wel leren ze een zeke­re Amal­fi­ta­no ken­nen (een Chi­l­een­se ban­ne­ling) die ver­bon­den is aan de loka­le uni­ver­si­teit. Hij blijkt ook gespe­ci­a­li­seerd te zijn in Archim­bol­di en gaat als hun gids fun­ge­ren voor de tijd dat ze in San­ta Tere­sa zijn.

Ter­wijl voor­al Pel­le­tier en Espi­no­za ver­geef­se pogin­gen blij­ven onder­ne­men om op het spoor te komen van Archim­bol­di, raakt Nor­ton lang­za­mer­hand in een toe­stand van apa­thie. Zij heeft geen idee wat ze nog in Mexi­co doet en voelt zich ook steeds min­der op haar gemak. Wel neemt ze op een avond de bei­de heren cri­ti­ci mee naar haar kamer waar ze gedrie­ën de nacht door­bren­gen in een en het­zelf­de bed. Maar enke­le dagen later geeft ze aan dat ze beslo­ten heeft terug te keren naar Euro­pa. Pel­le­tier en Espi­no­za blij­ven ach­ter. Hun dagen vul­len ze niet meer met de zoek­tocht naar Archim­bol­di en het lijkt erop dat nu Nor­ton ver­dwe­nen is ze ook niet meer weten wat te doen. Het is rond deze tijd dat ze horen over de vele ver­moor­de vrou­wen die in de woes­te­nij rond­om San­ta Tere­sa4 gevon­den wor­den. Na een paar dagen ont­van­gen ze alle­bei een email van Nor­ton. De strek­king is in gro­te lij­nen het­zelf­de maar wordt niet met­een ont­huld hoe­wel dui­de­lijk is dat het geen posi­tief nieuws is voor Pel­le­tier en Espi­no­za.

Het laat­ste gedeel­te van dit eer­ste hoofd­stuk laat zien hoe Pel­le­tier zich alleen nog maar bezig houdt met het her­le­zen van Archimboldi’s werk geze­ten aan de rand van het zwem­bad bij het hotel, ter­wijl Espi­no­za lief­de opvat voor een jong meis­je dat tapij­ten ver­koopt op een markt. Afwis­se­lend ver­telt Bola­ño over de tijd die Espi­no­za elke dag door­brengt in de omge­ving van het meis­je en hoe hij haar (en haar broer­tje en moe­der) over­laadt met cadeaus en geld, waar­na hij ’s avonds terug­keert naar het hotel en Pel­le­tier. Daar­naast krij­gen we stuk­je bij beet­je te lezen dat Nor­ton en Mori­ni inmid­dels een ver­hou­ding heb­ben.

Pel­le­tier en Espi­no­za blij­ven in San­ta Tere­sa zon­der dat ze Archim­bol­di weten te vin­den. Maar Pel­le­tier weet Espi­no­za ervan te over­tui­gen dat dit niet erg is. Inte­gen­deel:

Archim­bol­di is hier,’ zei Pel­le­tier, ‘en wij zijn hier, en dich­ter bij hem in de buurt zul­len we nooit komen.‘5

~ ~ ~

Series Navi­ga­ti­on« Niets is wat het lijktRaad­sel­ach­tig en onbe­grij­pe­lijk »

  1. Klik hier voor 2: The Part about Amal­fi­ta­no. 

  2. 1. Het deel van de cri­ti­ci; 2. Het deel van Amal­fi­ta­no; 3. Het deel van Fate; 4. Het deel van de mis­da­den; 5. Het deel van Archim­bol­di. 

  3. Klik hier voor de vra­gen met betrek­king tot het deel van de cri­ti­ci 

  4. San­ta Tere­sa staat model voor Ciudad Juárez, de plaats in Mexi­co waar zich het ech­te mys­te­rie van de ver­moor­de vrou­wen afspeelt. 

  5. p.193, 2666