Druk

Deze blogpost is deel 6 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

Suzan keek uit het raam. Buiten stonden allemaal auto’s naast elkaar. Er was slechts één plekje vrij. Maar omdat links en rechts van het vak nogal slordig was geparkeerd zou het niet meevallen om daar nog een auto tussen te krijgen. Misschien een heel kleintje. Zo eentje die je steeds vaker zag. Met een 45 km sticker op de achterkant geplakt. Ze had zich al verscheidene keren afgevraagd of daar alleen gehandicapten in mochten rijden. Vroeger had er bij hen in het dorp ook iemand gewoond die gehandicapt was. Maar die ging overal met de rolstoel naar toe. Binnenkort moest ze toch maar weer eens de parkeerregels op de agenda zetten.

Ze dacht na over de vraag die haar gesteld was. De coach roerde ondertussen door zijn koffie. Zijn vingers waren uitzonderlijk lang viel haar op. Sinds kort hadden ze geen wegwerpbekertjes meer, maar echte glazen en mokken. Veel professioneler, vond Suzan. In de ondernemingsraad was er veel over te doen geweest, en ook nu, alweer enkele maanden na de invoering werd er regelmatig over gesproken bij het koffieautomaat. Gezeur, zei Suzan dan altijd hardop. Ze keek opnieuw naar buiten. Er zat een meeuw op de vrije plek tussen de auto’s. Wat zei je? vroeg de coach.

Na afloop van de sessie liep Suzan een stukje mee met de coach richting receptie. Daar gaf ze hem een hand. Hij had haast. Een collega van haar stond al te wachten. Die was nu aan de beurt. Maar de coach ging snel voor een sigaretje naar buiten. Zou ze hem vertellen dat het bedrijfsbeleid was dat er niet bij de ingang gerookt mocht worden? De vraag was alleen of hij onder die regels viel. Tenslotte was hij een bezoeker. Geen medewerker. Nog steeds voelde ze de warmte van zijn handdruk in haar eigen handpalm. Nu ze ineens wist waarom ze zo emotioneel was geworden tijdens dat vervelende rollenspel onlangs kon ze het hem niet meer vertellen. Hopelijk zou het haar bij de volgende sessie eerder te binnen schieten.

De rest van de dag klikte ze door haar email maar op niet eentje gaf ze een antwoord. Net voordat ze naar huis ging selecteerde ze alle berichten in haar inbox en daarna klikte ze op de prullenbak. Of ze het zeker wist? Ja.

En? Nog iets bijzonders meegemaakt vandaag?
Nee, niet echt. Jij?
Nee. Ik ook niet echt.
Nog wat boontjes?
Nee, nee. Ik heb genoeg zo.
Zeker weten? Er is genoeg.
Ja, echt. Zeker weten. Ik heb vanmiddag in de kantine al flink gegeten.
Oh. Hoezo?
En we hadden ook nog gebak.
Van wie? Waarom?
Dinges was jarig. Euhm, komop die kerel van Finance. Je weet wel.
Jaap?
Ja, Jaap. Precies. Goh, dat ik nou niet op z’n naam kon komen.
Ik dacht dat Jaap weg was bij jullie.
Nee, dat is Ben. Ben. Die is weg, ja.
Oh. 
Jaap is er wel een tijdje tussenuit geweest.
Vlees?
Lekker. Hij had een burnout of zo. Aansteller.
Hm…
Alsof je overwerkt kunt raken op de afdeling Finance. Laat me niet lachen.
Nee. Smaakt het?

Die avond had Laurens geen tijd om na het eten gezellig bij Suzan op de bank te gaan zitten. Voor een bepaald project moest hij een ingewikkeld document doorlezen en van commentaar voorzien. Morgen zouden ze het in een ingelaste spoedvergadering doornemen. De voltallige stuurgroep had toegezegd aanwezig te zijn. Toen hij eindelijk klaar was zag hij tot zijn schrik dat het al bijna vier uur in de ochtend was. Suzan lag met wijdopen ogen naar het plafond te staren. Maar dat had Laurens niet in de gaten bij het voorzichtig in bed stappen. Hij wilde haar niet wakker maken.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *