Waarheidsgetrouw

In de kan­ti­ne (ooit moesten we op straf­fe van ont­slag deze ruim­te bedrijfs­res­tau­rant noe­men, maar door het ver­vroegd pen­si­oen van de direc­tie­se­cre­ta­res­se ver­dween deze ver­plich­ting net zo snel als dat ze geko­men was) zat ik tegen­over onze Euro­pe­se Sup­ply Chain mana­ger. Natuur­lijk ging het gesprek weer over een van onze geza­men­lij­ke inte­res­ses die niets met het werk van doen heb­ben. Muziek. In zijn geval over de tech­ni­sche moge­lijk­he­den om in onge­kend hoge reso­lu­tie het geluid te kun­nen afspe­len. In mijn geval over het in een gemak­ke­lij­ke stoel weg­zak­ken om de muziek je te laten over­spoe­len en mee­ne­men naar oor­den waar je nooit eer­der geweest bent maar waar het elke keer weer opnieuw goed ver­toe­ven is. Zeker met een drank­je erbij. Ja, we keken alle­bei uit naar het week­end.

Wat ik nu eigen­lijk van Walk the line gevon­den had, vroeg hij opeens. De laat­ste keer dat we het erover had­den kon­den we ons gesprek aan het kof­fie­au­to­maat niet voort­zet­ten omdat we ver­dre­ven wer­den uit deze klei­ne nis door collega’s die ook zin had­den in kof­fie of thee. Ik ver­tel­de wat ik ervan gevon­den had (en bedacht me dat indien ik een recor­der bij de hand had gehad ik met­een aan mijn belof­te had kun­nen vol­doen om er hier op mijn blog ruim aan­dacht aan te beste­den). Hij was het in gro­te lij­nen met mijn enthou­si­as­te waar­de­ring eens. Daar­na gaf ik aan dat ik het tevens zo bij­zon­der vond om een jeug­di­ge Joh­n­ny Cash te zien die bij een van zijn eer­ste optre­dens van­uit de cou­lis­sen kijkt hoe een even jeug­di­ge Jer­ry Lee Lewis tekeer gaat op zijn pia­no en het publiek opzweept. Een ande­re keer zie je hoe Cash het podi­um ver­laat en opge­volgd wordt door een jon­ge Elvis Pres­ley. Daar sta je niet altijd bij stil.

Het klopt dan ook niet, zei onze Euro­pe­se Sup­ply Chain mana­ger. Het waren  beel­den die mij ook aan­spra­ken, leg­de hij uit. Maar op IMDB had hij later gele­zen dat Jer­ry Lee Lewis in die tijd nog lang niet zo bekend was en Elvis Pres­ley was inmid­dels over­ge­stapt naar een ande­re pla­ten­maat­schap­pij waar­door hij in die tijd niet kon rond­toe­ren met Joh­n­ny Cash. Aha, zei ik en dacht er even­tjes aan om zijn uit­spra­ken te chec­ken op inter­net. Check Check Dub­bel-check. Hij raad­de mijn gedach­ten. Zoek het zelf maar op, waren zijn laat­ste woor­den voor­dat we de kan­ti­ne ver­lie­ten.

Ik heb het opge­zocht: 

Jer­ry Lee Lewis, who sings right befo­re Joh­n­ny Cash in the first show, wasn’t famous at the time. When Cash plays in Walk the Line for the first time, he’d only had one hit, and was clear­ly not used to the sta­ge.

Joh­n­ny is shown tou­ring with Elvis, Jer­ry Lee Lewis, and June Car­ter for Sun Records ear­ly in the movie. In fact this could not have hap­pe­ned. By the time Jer­ry Lee Lewis was sig­ned to Sun Records. Elvis was alrea­dy recor­ding for RCA, and tou­ring on his own.

De film wordt er niet min­der indruk­wek­kend door, maar ik blijf me afvra­gen waar­om ze dit gedaan heb­ben. Dat heeft zo’n film toch niet nodig?

Walk-the-Line

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *