Derde kerstdag

[Het is zater­dag­och­tend. Suzan en Lau­rens zit­ten aan de keukentafel.]

Waar­om begon je gis­te­ren toch weer over politiek?

Nou?
[Iemand staat op.]
Wil je nog wat koffie?
Ja begin maar over iets anders. Negeer me maar.
Kof­fie?
Nee ik hoef geen koffie.
[Iemand gaat weer zitten.]
Nou?
Wat nou?
Nou als in ga ik nog ant­woord krijgen.

[Iemand staat op en schenkt zich kof­fie in.]
Ik dacht dat je geen kof­fie hoefde.
Klopt. Net niet nu wel.
Lek­ker kinderachtig.
Nee jij met je geen ant­woord geven op mijn vraag. Dat is pas vol­was­sen gedrag.

Nou?
Ik ga me aan­kle­den. We moe­ten nog bood­schap­pen doen.
Jezus! Wat ben jij een eikel!
Nee die broer van jou. Dat is een fij­ne vent.
Wat heeft dat er nu weer mee te maken?
Je wil­de het toch over gis­te­ren heb­ben? Dan kun je het krij­gen ook. Van­af nu ga ik naar geen enkel fami­lie­feest­je als ik weet dat die huf­ter van een broer van jou er ook is.
Het is anders ook jouw familie!
Huh? Waar heb je het over?
Ooit gehoord van schoon­fa­mi­lie? Denk toch na voor­dat je zomaar wat roept.
Wha­te­ver. Ik ga me aankleden.
[Iemand staat op.]
Wha­te­ver wha­te­ver. Praat toch nor­maal. We zijn hier in Nederland.
Dat zei je broer ook.
Wat? Wat zei je?

~ ~ ~

Der­de kerstdag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven