Ouderlijk huis

Op oude­jaars­dag waren we in Bra­bant. Bij mijn ouders. Ondanks dat ze nu alweer enke­le jaren in hun nieu­we rij­tjes­huis wonen kan ik er moei­lijk wen­nen. Hemels­breed zijn ze dan maar zo’n vijf­tig meter opge­scho­ven (van de ene hoek in de straat tot bij­na de ande­re hoek) toch voel ik me er niet thuis. In het vori­ge huis had ik gewoond van­af de zes­de klas lage­re school tot aan het moment dat ik op mezelf ging wonen. Daar kon ik bij elk bezoek de trap oplo­pen om zoge­naamd boven naar het toi­let te gaan alleen maar zodat ik even stie­kem in mijn oude slaap­ka­mer de geu­ren van het ver­le­den kon opsnuiven.

In het nieu­we huis, wat qua inde­ling exact het­zelf­de is als het vori­ge huis, kan ik ook naar boven lopen. Maar waar ‘mijn’ slaap­ka­mer zou moe­ten zijn is slechts een ruim­te die niets met mijn jeugd van doen heeft. Zelfs de meu­bels die mee ver­huisd zijn kun­nen me niet hel­pen. Het lijkt of ze ont­hecht zijn. Aan de keu­ken­ta­fel geze­ten komen geen beel­den terug van de ontel­ba­re keren dat ik in een ande­re keu­ken aan dezelf­de tafel heb gege­ten met mijn vader, moe­der en jon­ge­re broer.

Het klok­je tikt thuis niet meer zoals het ner­gens tikt.

Mijn geschie­de­nis zit gevan­gen in een ouder­lijk huis waar ik niet meer bij kan.

~ ~ ~