Opgesloten in schuld

Deze blog­post is deel 30 van 43 in de serie Een per­fec­te dag voor lite­ra­tuur
Volkan Olmez | Unsplash

Vol­kan Olmez | Uns­plash

Al vroeg tij­dens het lezen van De gro­te goe­de din­gen had ik het idee om mijn bespre­king door­heen de zoek­tocht naar een vio­lo­foon (nee, geen type­fout) te ver­we­ven. Pas toen ik op blad­zij­de 165 was aan­ge­ko­men merk­te ik dat me dat instru­ment gesto­len kon wor­den (excu­ses voor de soort van spoi­ler). Ik heb het laat­ste rest­je ver­haal wel uit­ge­le­zen maar dat had voor mij niet meer gehoe­ven.

Door nie­mand laat ik me meer bescher­men en voor­al niet door mezelf.
[p.165, De gro­te goe­de din­gen]

Wan­neer dit de laat­ste zin van deze roman geschre­ven door Alma Mathij­sen was geweest, dan had ik het pri­ma gevon­den. Mila (hoofd­per­soon in het boek) heeft zich weten te bevrij­den uit een ‘situ­a­tie’ die ze zich­zelf in zeke­re mate heeft opge­legd. Dat is wat ik mooi vond aan dit ver­haal. Hoe een meis­je door de dood van haar vader ver­strikt raakt in schuld­ge­voe­lens. En daar pas jaren later een uit­weg weet te vin­den.

De gro­te goe­de din­gen bestaat uit 172 niet bij­zon­der dicht­be­druk­te blad­zij­des (eigen­lijk maar 165 wan­neer het aan mij ligt). Niet echt wat je zegt dik. En juist daar­om vind ik het erg knap van Alma Mathij­sen dat zij het (in mijn ogen) ‘ech­te’ ver­haal van Mila zo weet te ver­hul­len dat het lijkt als­of de zoek­tocht naar de vio­lo­foon (zoek het maar op wan­neer je nog steeds denkt dat dit een type­fout is) of het gegraaf in het ver­le­den van haar vader door Mila de zaken zijn waar het om draait in deze roman. Natuur­lijk zijn het belang­rij­ke zaken, maar waar het daad­wer­ke­lijk om gaat is de pijn van Mila waar Don (een oude vriend van Mila’s vader) uit­ein­de­lijk met zijn dik­ke vin­ger in gaat rond­peu­ren:

Ik ver­wacht­te niet dat iemand ooit zou vra­gen waar­om ik niet huil­de, waar­om ik niet naar het zie­ken­huis wil­de, waar­om ik niet meer bij mijn vader wil­de zijn, maar nu het gebeurt lijkt het zo’n vre­se­lijk logi­sche vraag.
[p.112, De gro­te goe­de din­gen]

Waar­om wil­de Mila niet naar het zie­ken­huis waar haar vader dood­ziek was opge­no­men?

Wat gaat er om in het hoofd van een meis­je van acht jaar wan­neer het gecon­fron­teerd wordt met het besef dat ze haar vader gaat ver­lie­zen?

Ik pro­beer me te ver­plaat­sen in de din­gen die ik deed en naliet op die leef­tijd. De din­gen die ik dacht. Ik ben geen meis­je. Wel acht geweest. En ik heb geleerd dat hoe­wel in som­mi­ge geval­len de impact van bepaal­de han­de­lin­gen op zo’n leef­tijd groot kan zijn, het niet zo is dat je je hele leven daar de schuld van hoort te dra­gen. Omdat je juist op die leef­tijd in veel geval­len nog hele­maal niet in staat bent om de reik­wijd­te te over­zien van je daden. Daar­om vind ik het zo’n aan­grij­pend onder­werp dat Alma Mathij­sen ons hier voor­scho­telt. Het enor­me schuld­ge­voel dat Mila met zich mee­draagt omdat ze zon­der pre­cies te weten waar­om een bepaal­de keu­ze heeft gemaakt. Of mis­schien wist ze wel waar­om maar is ze zich later gaan rea­li­se­ren dat het niet de juis­te beslis­sing is geble­ken.

Hoe het ook zij, het heeft tot gevolg dat Mila vlucht voor de rea­li­teit dat haar vader ver­dwe­nen is en dat zij het bij­be­ho­ren­de ver­driet niet toe­laat. In plaats daar­van houdt ze zich bezig met de vraag wie haar vader was waar­bij ze hem gaan­de­weg een hel­den­sta­tus geeft. Iets wat op den duur niet meer rea­lis­tisch is. Er begin­nen bar­sten te komen in het schild waar­ach­ter ze zich heeft ver­bor­gen.

Sinds van­daag twij­fel ik. Daar had ik nooit bij stil­ge­staan, mis­schien zijn er wel din­gen die ik hele­maal niet wil weten. Die van mijn vader een ande­re man maken.
[p.84, De gro­te goe­de din­gen]

Soms ont­moet je wel eens iemand waar­van je het ver­moe­den hebt dat er veel leed schuil gaat ach­ter een opge­ruimd gezicht. Mila lijkt me zo iemand. En Alma Mathij­sen heeft haar feil­loos beschre­ven. Een jon­ge vrouw op de rand van vol­was­sen­heid die het liefst met rust gela­ten wil wor­den om te kun­nen dwa­len in haar fan­ta­sie­we­reld maar lang­zaam­aan gedwon­gen wordt haar ‘demo­nen’ onder ogen te komen. Meer­de­re keren voel­de ik de pijn die haar kwelt haar­scherp aan door sub­tie­le zin­ne­tjes als:

Iemands leven kun je ver­pes­ten, maar iemands dood ver­pes­ten, dat doe je niet. [p.120]

Ik zoek vrien­den van mijn vader op om het nog een keer te horen. Zo hou ik hem dicht­bij. [p.52]

Ik ben niet de doch­ter waar mijn vader op had gehoopt. [p.93]

Nog­maals, ik vind dat Alma Mathij­sen het ver­haal van Mila op een heel fijn­zin­nig poë­ti­sche manier heeft gebracht. Op de een of ande­re manier vond ik het heel natuur­lijk over­ko­men dat de aan­dacht in de eer­ste plaats naar de vader van Mila uit­ging en daar­mee samen­han­gend de zoek­tocht naar de vio­lo­foon (ik zeg niets meer), en dat pas later dui­de­lijk wordt waar Mila mee wor­stelt. Net zoals Mila zelf wil dat daar niet de aan­dacht naar uit­gaat. In die zin vind ik het een mooie com­po­si­tie zoals het ver­haal is vorm­ge­ge­ven. En ook nog eens erg boei­end om te lezen. Het spijt me nog het meest dat ik hier niet alle cita­ten kan plaat­sen die ik aan­ge­merkt heb. Daar­voor zul je toch echt zelf het boek moe­ten gaan lezen. Wat ik alleen maar kan aan­ra­den.

De jon­ge Mila reist van Amster­dam naar Isra­ël met Don, de bes­te vriend van haar over­le­den vader. In de jaren zes­tig vorm­den de twee man­nen met Majoor en Her­man een gevierd anar­chis­tisch strijk­kwar­tet. Na de dood van haar vader werd hij een man van ver­ha­len. De tocht van Mila en Don voert via Ruig­oord naar Eilat. Het ver­le­den van haar vader con­fron­teert Mila met haar beeld van hem. In De gro­te goe­de din­gen weet Alma Mathij­sen twee tijd­per­ken inge­ni­eus met elkaar te ver­bin­den. Dat leidt tot een onver­wach­te ont­kno­ping, waar­bij Mila wer­ke­lijk afscheid neemt van haar vader.

De gro­te goe­de din­gen
Alma Mathij­sen
Uit­ge­ver De bezi­ge bij
ISBN 9789023488446

~ ~ ~

2 Replies to “Opgesloten in schuld”

  1. Ja, ‘fijn­zin­nig poë­tisch’, daar sluit ik mij bij aan!

    Beantwoorden

    1. Ik heb heel erg kun­nen genie­ten van som­mi­ge pas­sa­ges. Mooi hoe zij met taal omgaat.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *