Vermoorde onschuld

Of en in hoev­erre het gedacht­en­goed van Sig­mund Freud inmid­dels is achter­haald weet ik niet pre­cies. Wat ik wel weet is dat het lezen in deel 1 (The Edu­ca­tion of the Sens­es) van ‘The Bour­go­is Expe­ri­ence — Vic­to­ria to Freud’ me goed bevalt. En dan met name dat de vele ver­wi­jzin­gen naar het werk van Freud me elke keer opnieuw aan het denken zetten. Zo speelt al enkele dagen het vol­gende ter­loops ver­melde zin­net­je door mijn hoofd:

We know from Freud that the guilt of the inno­cent is the hard­est of all to bear.
[p.104, Edu­ca­tion of the Sens­es, Peter Gay]

Er was een tijd in mijn lev­en dat alles ron­dom me niet hele­maal ging zoals het hoorde te gaan. Zon­der dat ik daar hoe­ge­naamd schuldig aan was had ik er toch ontzettend veel last van. Niet dat ik er toen­der­ti­jd iets van liet merken. Schuld­be­wust stopte ik het alle­maal diep weg waar het alleen op momenten wan­neer ik alleen was de kop kon opsteken en mij wakker hield uit mijn slaap of me in lethargie deed verzinken ter­wi­jl ik geacht werd mijn huiswerk te mak­en. En nog steeds heb ik er zo af en toe last van.

Inmid­dels kan ik met de ken­nis van nu bere­deneren dat mij hoe­ge­naamd niets te ver­wi­jten viel aan de sit­u­atie van toen. Maar dat is slechts de the­o­rie. De prak­tijk van mijn inner­lijk lev­en schi­jnt daar lak aan te hebben. Laat staan dat het met terug­w­erk­ende kracht iets aan de alge­hele malaise tij­dens een gedeelte van mijn jeugd kan veran­deren.

Gaan­deweg merk ik dat door het lezen over het burg­er­lijk lev­en in de 19de eeuw op de aansteke­lijke manier waarop Peter Gay dit doet, ik hier­na veel meer wil weten over het lev­en en werk van Sig­mund Freud en daar­naast over de meth­ode van geschied­schri­jv­ing zoals toegepast in de psy­chohis­to­ry. Alsof ein­delijk een aan­tal zak­en op z’n plaats vallen die al sluimeren sinds ik ooit (bij­na impulsief, maar daarover zal Freud ook wel iets te zeggen hebben) abrupt mijn baan bij Philips opzegde om alsnog Geschiede­nis aan de Uni­ver­stiteit van Utrecht te gaan stud­eren.

Het is mooi dat ik hier­voor opnieuw bij Peter Gay te rade kan gaan want hij heeft over bei­de onder­w­er­pen diverse stan­daard­w­erken op zijn naam staan:

  • His­to­ri­ans at Work, 1972
  • Style in His­to­ry, 1974
  • Freud, Jews, and Oth­er Ger­mans: Mas­ters and Vic­tims in Mod­ernist Cul­ture, 1978
  • Freud for His­to­ri­ans, 1985
  • A God­less Jew: Freud, Athe­ism, and the Mak­ing of Psy­cho­analy­sis, 1987
  • Freud: A Life for Our Time, 1988
  • Edi­tor The Freud Read­er, 1989
  • Read­ing Freud: Explo­rations & Enter­tain­ments, 1990
  • Sig­mund Freud and Art: His Per­son­al Col­lec­tion of Antiq­ui­ties, 1993

~ ~ ~

  • Inter­es­sant blogstuk­je. Niet zozeer om het per­soon­lijke gedeelte, eerder de link die je maakt.
    Wat Freud betre­ft zijn er inder­daad een aan­tal denkbeelden van hem achter­haald. Met name wat hys­terie en vrouwen betre­ft. De snodaard waagde het te bew­eren, al was hij niet de eerste, dat alleen vrouwen hys­ter­isch kon­den wor­den omdat ze een baar­moed­er hebben… nou vraag ik je… Effe een link waar het goed weergegeven wordt en hoe ik het ook in de lessen psy­cholo­gie gezien heb een tien­tal jaar gele­den: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hysterie

    • Lang heb ik me afgevraagd wat nu pre­cies mijn belang­stelling trekt in geschiede­nis en ik kom er steeds meer achter dat het niet zozeer bepaalde tijd­vakken of volken zijn, maar veeleer de cul­turele onder­w­er­pen tij­dens bepaalde peri­odes en de insteek die daar­bij genomen wordt. En voor een gedeelte speelt er een per­soon­lijke dri­ve mee om mijn per­soon­lijke geschiede­nis wat beter te begri­jpen. Miss­chien heb ik stiekem al die tijd gedacht/gehoopt dat door de studie van geschiede­nis in het alge­meen ik ook meer over mezelf te weten zou komen.
      Natu­urlijk weet ik wel dat Freud er met een aan­tal zak­en flink naast zat. Waar ik naar benieuwd ben is vooral welke con­cepten nog overeind staan en hoe ze in de psy­chohis­to­rie toegepast wor­den want dat vind ik een mooi sni­jvlak van de twee onder­w­er­pen. Verder ben ik op zich nieuws­gierig om meer te weten te komen over Freud zelf en hoe zijn denkbeelden tot stand zijn gekomen bin­nen het tijds­gewricht waarin hij leefde.

    • Ik lees nu in de biografie over Freud door Peter Gay, en op blz 71–72 staat het vol­gende:
      “Een lez­ing over hys­terie bij man­nen, die hij in de herf­st van 1886 hield voor het Weense art­sen­genootschap en waarin hij voor die hys­terie psy­chis­che oorza­k­en aan de hand deed, viel een gemengde ont­vangst ten deel. Eén bejaarde chirurg, die hij nooit ver­gat, maak­te bezwaar tegen Freuds stelling dat ook man­nen hys­teri­ci kun­nen zijn: maak­te de naam ‘hys­terie’, van het Griekse woord voor ‘schoot’, immers niet duidelijk dat alleen vrouwen aan hys­terie kon­den lij­den?”
      Dus het lijkt erop dat Freud juist deze een­z­i­jdi­ge visie probeerde te door­breken.

      • Kijk eens aan, een mens wordt elke dag wat wijz­er. Bedankt voor de info. Ik ben gelijk Freud wat meer toe­ge­ne­gen want hij heeft heus wel baan­brek­end werk ver­richt… alleen dat vrouwenge­doe, daar kon ik me echt niet in vin­den 🙂

        • Daarom dacht ik dat je het wel leuk zou vin­den te weten dat het net iets anders in elka­ar steekt. Freud is in deze anec­dote nog jong en komt net terug uit Par­i­js waar hij o.a. in de leer is geweest bij een zekere Char­cot. Die was er al van over­tu­igd dat hys­terie niet voor­be­houden zou zijn aan vrouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets