Nader tot elkaar

De con­fer­ence call was al halver­wege toen ze plots het licht zag. Nu begri­jp ik het, zei ze. Daar was ik blij om. Tot nu toe had ik het idee dat geval A aan de hand was maar we hebben elka­ar ver­keerd begrepen, zo ver­vol­gde ze. En begon een heel ver­haal af te steken dat maar door ging en door ging en waar geen einde aan kwam. Toch wel. Dank je, zei ik. Fijn dat we elka­ar gevon­den hebben in wat er daad­w­erke­lijk nodig is om een en ander weer op de rails te kri­j­gen. Laat me voor de zek­er­heid samen­vat­ten wat jij gezegd hebt zodat we zek­er weten dat we deze keer niet langs elka­ar heen prat­en. Dat is een heel goed idee, riep ze ent­hou­si­ast. En voor­dat ik van wal kon steken begon ze een anec­dote te vertellen over hoe super (dat zei ze echt, super) het wel niet is wan­neer mensen die samen moeten werken op één lijn zit­ten. Ja, kuchte ik beves­ti­gend. Ein­delijk kon ik aan mijn ver­sie begin­nen van wat ik dacht dat zij had gezegd. Man, wat had ik het mis. Althans vol­gens haar. Zelf vond ik van niet. Ook was ik van mening dat zij er geheel langs zat voor wat betre­ft haar inter­pre­tatie van mijn terugkop­pel­ing over dat­gene wat zij uitein­delijk beschouwd had als wat er moest gebeuren nu ze ingezien had dat het niet geval A was wat er speelde. Maar het luk­te me niet meer om haar dat aan het ver­stand te bren­gen want onze con­fer­ence call zat er alweer op. Hoe de tijd soms voor­bij vliegt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets