Grensverleggend bezig zijn

Deze blog­post is deel 23 van 29 in de serie Zen Habits — Leo Babau­ta

Ze had­den gezegd dat we bij de eerstkomende bocht onze spullen mocht­en afleggen voor een rust­pauze. Dat was een uur gele­den. Ik deed een stap zijwaarts en keek langs de groep verder naar voren. Wat ik zag was een kaarsrecht kanaal dat tot zo ver ik kon zien niet de min­ste inten­tie had naar links of rechts af te buigen. Moede­loos voegde ik me weer in de voort­sjokkende rij dien­st­plichtige mil­i­tairen.

Het was eind 1983 en ik was bezig aan mijn eerste grote oefen­ing sinds ik enkele maan­den eerder ‘onder de wape­nen’ was gegaan. We waren dezelfde zonda­gavond dat we terugk­wa­men van week­end­verlof ’s nachts wakker gemaakt voor appèl. Met volle bepakking zat­en we niet veel lat­er in leg­ertrucks die ons naar een onbek­ende bestem­ming bracht­en. Daar aangekomen kre­gen we opdracht onze ten­t­jes op te zetten om nog wat slaap te nemen voor­dat het alle­maal zou begin­nen.

Net lagen we in onze slaapzak toen het alarm klonk. De ‘vijand’ was in de buurt en we moesten meteen opbreken en over­haast te voet ver­plaat­sen naar een nieuwe locatie. Dit werd het stramien voor de komende dagen. Con­tinu in beweg­ing zon­der te weten hoe­lang ons rust gegund was wan­neer we weer een vol­gende opdracht had­den uit­gevo­erd.

Nu was het don­derdag en ik kon niet meer.

We had­den hier volop voor getraind maar dat was bij­na alti­jd overdag geweest. Slechts bij hoge uit­zon­der­ing waren we ’s nachts op pad ges­tu­urd.  En hoewel die train­in­gen af en toe zeer pit­tig waren en er ook regel­matig iemand uitviel wist je dat je nor­maal gespro­ken ’s avonds weer in je leg­erbed­je kon kruipen. Na een goede maalti­jd in de kan­tine.

Dat was alle­maal rad­i­caal anders deze week. Al enkele maalti­j­den had­den we gemist omdat we te laat bij een bepaald punt waren of tijdig op het ver­keerde. Ges­lapen had­den we slechts spo­radisch en alti­jd veel te kort. Dan weer moesten we plot­sklaps op de vlucht en een andere keer ging slaap­ti­jd ver­loren door ver­plicht corvee of wacht­lopen.

Had ik het al gehad over de regen?

Het regende de godganse week van ’s ocht­ends vroeg tot ’s avonds laat. Iedere dag. Onophoudelijk. Alles en iedereen was com­pleet door­weekt. Zocht je in het begin nog naar een droog plek­je wan­neer je wat minuten slaap kon pakken, na enkele dagen viel je gewoon neer waar je stond. Het maak­te niet meer uit.

Nu was het don­derdag en ik kon niet meer.

Van het wiel­ren­nen kende ik het slappe gevoel in mijn benen. Het was een kwest­ie van tijd voor­dat ik in elka­ar zou zakken en nog alti­jd waren we niet bij die ver­domde bocht. Of was daar dan toch? Hoopvol deed ik weer een stap opz­ij om alleen maar te con­stateren dat ik me ver­gist had.

Wanke­lend liep ik verder. Nie­mand om me heen zei iets. Al een hele tijd niet meer. Alle­maal zat­en we er doorheen. Ik vroeg me af of we nog wel com­pleet waren.

Niet veel verder was er dan ein­delijk die bocht. Heel zwak­jes maar onmisken­baar boog het kanaal naar rechts. Mijn hart sprong op. Ik had het gered. Nog even­t­jes en we zouden mogen halthouden. Miss­chien wel ons kamp opslaan voor de rest van de dag. Er stroomde nieuwe energie door mijn lijf. Ook trots. Dat ik het vol­ge­houden had. We moesten weliswaar nog een dag maar met wat rust moest ik dat red­den. Eerst die welver­di­ende pauze. Met miss­chien wel iets te eten.

Maar we liepen verder.

Even dacht ik nog dat het een laat­ste plaagstoot­je was. Iets wat ze op de kaz­erne ook regel­matig flik­ten. Dan had­den we een mars gelopen en met het zicht op ons gebouw liepen we er dan straal aan voor­bij om nog eens enkele kilo­me­ters te marcheren. Daar wer­den we hard van, zo was de gedachte.

Ruim een uur lat­er kre­gen we te horen dat we kon­den stop­pen. Niet veel lat­er arriveer­den de leg­ertrucks die ons een dag eerder dan gep­land terug­bracht­en naar de kaz­erne van­wege het aan­houdend slechte weer. Onder­weg kre­gen we wat te eten ter­wi­jl we onszelf felici­teer­den dat we het gehaald had­den. Iemand zei dat er hele­maal geen bocht in dat kanaal had gezeten. Het was gewoon weer een zoveel­ste mind­fuck geweest. Wijselijk hield ik mijn mond.

Net voor­dat we in Amers­foort waren sloe­gen de leg­ertrucks plots af richt­ing Leus­der­hei­de. We wer­den geblin­d­oekt en de vet­ers wer­den uit onze schoe­nen gehaald. Ver­vol­gens wer­den we één voor één in het bos gedumpt.

De oefen­ing was nog niet afgelopen.

If you run, you can keep run­ning even when things get uncom­fort­able and hard. Same thing with any phys­i­cal activ­i­ty — there’s a dif­fer­ence between actu­al pain, which is a warn­ing sign that something’s wrong, and phys­i­cal dis­com­fort, which is just a sign that you’re not used to doing the activ­i­ty this hard.
[p.89, Zen Habits, Leo Babau­ta]

Vaak wan­neer ik met een fysieke inspan­ning bezig ben die me tegen­valt, moet ik aan boven­staande ervar­ing denken. Het is een soort van ijkpunt gewor­den. Ik had niet van mezelf verwacht dat ik het er goed van zou afbren­gen. Zek­er niet toen ik daar geblin­d­oekt een­za­am en alleen in dat bos stond. Toch is het me gelukt de weg naar de kaz­erne te vin­den zon­der gepakt te wor­den door de ‘oefen­vi­jand’ die zich ook in het bos ophield. Dit was het zwaarste wat ik tot dan toe ooit had meege­maakt.

Het voor­naam­ste wat ik ervan geleerd heb is dat je tot veel meer in staat bent dan je vooraf zelf inschat. Je bent eigen­lijk con­tinu bezig om je gren­zen te ver­leggen. De vol­doen­ing achter­af maakt al het onge­mak dat je op het moment zelf ondervin­dt in een keer goed. Het onge­mak moet je niet ver­hin­deren om jezelf te ver­beteren. Onge­mak hoort bij het buiten je com­fort­zone begeven.

Daarom is het de bedoel­ing om van­daag iets meer tijd dan nor­maal in je activiteit te steken zodat je aldus even uit je com­fort­zone komt.

En verder zit onze tweede week er alweer op zodat we kun­nen nagaan in hoev­erre we ons aan het plan hebben gehouden en hoe het plan eventueel aangepast dient te wor­den op basis van de ervarin­gen van de afgelopen week.

~ ~ ~

De achter­grond bij deze serie blog­posts over Zen Habits – Mas­ter­ing the Art of Change door Leo Babau­ta en mijn eigen vorderin­gen met betrekking tot het voor­taan dagelijks uitvo­eren van rek- en strekoe­fenin­gen zijn hier te lezen.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Geef niet toe aan de wolkenNog­maals het hier en nu »
  • Een mens ver­schi­et soms van dat­gene waar­toe hij in staat is. Som­mige mensen zeggen weleens al een ander in een bepaalde sit­u­atie zit: ik zou dat niet aankun­nen… Maar jawel, denk ik dan, dat kun je wel. Iedereen kan dat. Zek­er als het leven/of mens je totaal onverwachts in een bepaalde sit­u­atie dropt en je eigen­lijk niet echt een keuze hebt. Je moet wel vooruit, willen of niet, wil je er ooit uit ger­ak­en.
    Dus eigen­lijk zou het vol­houden van een nieuwe gewoonte ‘peanuts’ moeten zijn. Maar ’t ver­schil is dat je hierin wel een keuze hebt, en net dat maakt het soms moeil­ijk­er om vol te houden 🙂 Fijne zondag!

    • Een mooie obser­vatie: het hebben van een keuze maakt doorzetten moeil­ijk­er.
      Ik denk dat je daar wel een punt hebt. Wan­neer de omstandighe­den zodanig zijn dat je wel moet door­gaan, dan zul je zien dat je tot meer in staat bent dan wan­neer er een ‘makke­lijke uitweg’ is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets