The hereness and nowness of things

Deze blog­post is deel 2 van 19 in de serie Zen — Robert Pir­sig

[p.13–17]

Ooit heb ik gelezen om een ver­haal (of blog­post) niet met het woord­je ‘Ik’ te lat­en begin­nen. Ik weet niet wie het had geschreven maar blijk­baar vond ik het een autoriteit want het is één van de weinige schri­jfregels die ik toepas. Het valt me daarom des te meer op wan­neer ik zie dat niet iedereen zich aan deze regel weet te houden. Zo ook Pir­sig:

I can see by my watch, with­out tak­ing my hand from the left grip of the cycle, that it is eight-thir­ty in the morn­ing. The wind, even at six­ty miles an hour, is warm and humid. When it’s this hot and mug­gy at eight-thir­ty, I’m won­der­ing what it’s going to be like in the after­noon.
[p. 13]

Niet dat ik daarom moeite heb met deze alin­ea. Zen is een van de weinige boeken die me elke keer opnieuw meteen vanaf het begin weet te boeien.

Op de eerste bladz­i­jdes mak­en we ken­nis met de ik-per­soon die per motor (en met zijn zoon achterop) een tocht maakt die voor­namelijk over secundaire wegen gaat. Snel­we­gen wor­den zoveel mogelijk ver­me­den omdat die een afspiegeling vor­men van het jachtige lev­en wat hij juist probeert te ontvlucht­en. Hij voelt zich veel meer thuis bij hoe de mensen buiten de stad lev­en:

The whole pace of life and per­son­al­i­ty of the peo­ple who live along them are dif­fer­ent. They’re not going any­where. They’re not too busy to be cour­te­ous. The here­ness and now­ness of things is some­thing they know all about. It’s the oth­ers, the ones who moved to the cities years ago and their lost off­spring, who have all but for­got­ten.
[p.15]

Het is natu­urlijk een overg­ero­man­tiseerd beeld van het lev­en in een dorp of op het plat­te­land, maar ik moet beken­nen dat het mij toen al en nu nog steeds aanspreekt. Dat ik nooit een fan ben geweest van de ‘grote stad’ zal hierin wel een belan­grijke rol spe­len. Ik mag er graag ver­to­even om te kun­nen geni­eten van kun­st en cul­tu­ur, maar ik hou het er nooit lang vol. Al snel zoek ik de rust van een bin­nen­plaats op. Geen her­rie aan mij hoofd. Geen druk­te om me heen. Even weg van alles. Zodat ik alles wat ik zie en hoor een plaats kan geven. De aan­dacht die het ver­di­ent. Dat is wat mij het beste bevalt. En wat ik bij Pir­sig in die eerste bladz­i­jdes herken.

2006_08_26_Rocky Mountain 046_Fotor

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Een onder­zoek naar waar­denChau­tauqua »
  • Joepie een blog­post over Zen. Ik had al wat verder gelezen en zat al te pope­len over wat je zou gaan schri­jven.
    Het begin­nen met ik valt mij ook alti­jd op in brieven en mail. Zo’n regel komt nooit meer uit je hoofd als het er een­maal in zit. Tegen­wo­ordig kan ik het wel wat beter hebben als men het doet maar vroeger irri­teerde het me mateloos, toen dacht ik nog dat je je aan dat soort regels te houden had.
    Wat de stad­sheid betre­ft ben ik je spiegel­beeld. Als ik wat langer in stilte en natu­ur ben dan wil ik weer naar de cul­tu­ur en chaos van de stad terug, die verve­len nooit.
    De wegen die in dit boek tegenkomen zijn er wel van een kwaliteit die wij in Ned­er­land niet ken­nen, denk ik. Ik zie gelijk enorme stof­fige vlak­tes voor me met over­al bergen in de verte. Dat maakt het gelijk dat het exo­tisch is in mijn belev­ing.

    • Grap­pig hoe dat werkt met zo’n (ongeschreven) regel over schri­jfe­ti­quette. Ik kan er soms van in een schri­j­fim­passe ger­ak­en 😉
      Nee, ik ver­lang eigen­lijk nooit naar de stad. Last van verveling bij gebrek aan cul­tu­ur en chaos ken ik gelukkig niet, dus dat maakt het wel een stuk makke­lijk­er. Maar zo zit iedereen weer anders in elka­ar en dat maakt het zo mooi. Zolang we elka­ar ten­min­ste in waarde lat­en.
      Wat me bij het reizen in Ameri­ka alti­jd aanspreekt is de ein­de­loosheid van de wegen (of het nu snel- of secundaire wegen zijn). Het gaat maar door en door. In het mid­den heb je natu­urlijk de Rocky Moun­tains die het land van noord tot zuid doorkruisen en die alti­jd ‘met je meereizen’ aan de hori­zon. Maar net zo vaak heb je uit­gestrek­te vlak­tes vol gewas of dan weer volkomen leeg en dor. Afwis­sel­ing genoeg om je niet snel te verve­len. Heer­lijk om er op je gemak doorheen te reizen.

  • Ik vind het begin­nen met ik alleen storend als wat daar­na komt niet goed of lekker geschreven Is en begin er zelf geloof ik ook vaak mee.
    Zen and the art of, ik hoop dat ik mijn orig­inele exem­plaar, hele­maal stukgelezen, nog ergens heb, maar ik geloof het niet. Ik denk dat ik m op mijn vijf­tiende las en hel­las, tot vele jaren erna, een soort van kinder­ti­jd naar grote mensen bij­bel wilde ik zeggen, maar sinds ik jong was, trek ik kind-zijn ern­stig in twi­jfel, of laat ik zeggen onbe­zorgd kind zijn. Dus met mijn vijf­tiende gaf dit boek me meer hou­vast dan welke vol­wassene ook, me voor­di­en had kun­nen geven. Een goed voor­beeld van It’s the jour­ney that counts not the des­ti­na­tion, even if it us a rough ride. Én ja ik heb/ben daar­na ook motor gere­den, cilin­ders gere­pa­reerd met dat wit papieren tape, nadat we hem op een rege­nachtige zon of andere feestdag in mid­den Frankrijk kapot had­den gere­den door m uit de bocht vliegend open te schrapen aan het wegdek. Er was niets open, en wacht­en op de vol­gende werkdag zat er miet in. Je kunt heel ver komen met een stuk papieren plak­band heb ik toen geleerd, zelfs thuis

    • Mooi is het om te zien hoe een boek ons tot hou­vast kan dienen tij­dens bepaalde lev­ens­fas­es. Zo’n boek bli­jft je dan voor alti­jd bij.
      En dat je er dan ook nog prak­tisch advies v.w.b. plak­band uithaalt is hele­maal mooi 😉

    • Op mijn vijf­tiende zou ik dit boek com­pleet anders gelezen hebben dan hoe ik het nu doe. Niet dat ik toen gelezen heb maar wel zo’n tien jaar lat­er en daarmee vergeleken is de leeser­var­ing ook al gigan­tisch ver­schil­lend met die van nu. Alti­jd leuk om daar bewust van te kun­nen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets