Stilstand

Tij­dens mijn verbli­jf in de VS reed ik elke ocht­end met een col­le­ga mee van het hotel naar kan­toor. En ’s avonds weer terug naar het hotel. Als we niet met het pro­ject­team uit gin­gen eten verd­ween ze voor de rest van de avond in haar hotelka­mer. Pas na het ont­bi­jt de vol­gende ocht­end zag ik haar weer.
In de auto bek­ende ze dat ze een hekel had aan reizen. Haar man was geregeld weg voor zak­en. Zijzelf zelden of nooit. Het voelde alsof haar lev­en tijdelijk was stil­gezet. Alles wat ze in zo’n week deed was overdag en ’s avonds werken. En slapen.
Ik heb niet echt een hekel aan reizen voor het werk. Zolang het maar niet te vaak is. Want ik herken dat gevoel van stil­stand zoals die col­le­ga het beschreef ook wel gedeel­telijk. Niet dat ik mezelf opsluit op mijn hotelka­mer. Ik probeer zoveel mogelijk te geni­eten van de tijd dat ik in het buiten­land verbli­jf. Maar het is wel een vorm van com­pen­satie. Een tege­moetkom­ing voor de din­gen die je nor­maal gespro­ken zou hebben gedaan wan­neer je thuis was geweest.
Een week­je weg is een onder­brek­ing van de nor­male rou­tine. Hoe je het ook wendt of keert. En ik ben alti­jd weer blij wan­neer ik thuis ben. Hoe­zo, een gewoonte­di­er?

IMG_0724

 

Tags

(all tags)

Tweets