It’s not the motorcycle maintenance

Deze blog­post is deel 5 van 19 in de serie Zen — Robert Pir­sig

[p.24–27]

We waren gebleven in de staat Min­neso­ta. Althans voor wat het boek Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­te­nance betre­ft. Ikzelf ben alweer een tijd­je terug in NL na mijn week­je verbli­jf in de VS. Foto’s die ik gemaakt heb in Eden Prairie en (wijde) omgev­ing kun je hier en hier en hier vin­den.

Het valt de ik-per­soon op hoeveel weer­stand zijn goede vrien­den John en Sylvia tonen wan­neer het onder­w­erp van motoron­der­houd ter sprake komt. Voor de ik-per­soon is het niet meer dan nor­maal dat je je enigszins verdiept hebt in hoe een motor in elka­ar zit en wat je zelf kunt doen indi­en je onder­weg tech­nis­che prob­le­men kri­jgt. Zek­er tij­dens lan­gere tocht­en in dun­bevolk­te streken kan het je ontzettend goed van pas komen. Hij kan er maar niet over uit waarom dit onder­w­erp zo’n taboe lijkt te zijn voor hen, tot­dat het kwart­je valt en hij beseft dat het te mak­en heeft met hun beeld van tech­niek in het alge­meen:

It’s not the motor­cy­cle main­te­nance, not the faucet. It’s all of tech­nol­o­gy they can’t take. And then all sorts of things start­ed tum­bling into place and I knew that was it.
[p.24, Zen]

In de tijd toen ik Zen voor de eerste keer las was ik een redelijk fanatiek wiel­ren­ner (naast voet­ballen en wind­sur­fen). Ik vond het heer­lijk om in m’n een­t­je of met een klein groep­je lange fiet­stocht­en te mak­en naar bijvoor­beeld Lim­burg of Bel­gië. De bidon gevuld met koude thee en een rugza­k­je vol etenswaar was alles wat ik nodig had. Dacht ik. Tot­dat ik onder­weg stil kwam te staan van­wege een lekke band, los­gelopen ket­ting of gebro­ken ver­snellings- dan wel remk­a­bel. Op zo’n moment ont­dek­te ik tot mijn spi­jt dat ik de basis­gereed­schap­pen thuis had lat­en liggen. Of erg­er, dat ik niet wist hoe ik een en ander zou moeten gebruiken. Was ik alleen, dan had ik een groot prob­leem. Maar met een stel anderen erbij werd het alleen maar erg­er. Want die begonnen zich er natu­urlijk meteen mee te bemoeien en had­den aller­lei tips. Hun tech­nisch jar­gon ging echter volkomen langs me heen.

Ik kon me dus wel vin­den in de houd­ing van John en Sylvia:

To get away from tech­nol­o­gy out into the coun­try in the fresh air and sun­shine is why they are on the motor­cy­cle in the first place. For me to bring it back to them just at the point and place where they think they have final­ly escaped it just frosts both of them, tremen­dous­ly.
[p.25, Zen]

Voor hen is motor­ri­j­den een vorm van ontsnap­pen aan het alledaagse lev­en waar de tech­niek alomte­gen­wo­ordig is. De ik-per­soon is het niet eens met hun stand­punt ten opzichte van motoron­der­houd, maar hij geeft aan sym­pa­thie te kun­nen opbren­gen voor hun ambiva­lente houd­ing voor waar het tech­niek in het alge­meen betre­ft. Hij vin­dt het alleen niet ver­standig:

I just think that their flight from and hatred of tech­nol­o­gy is self-defeat­ing. The Bud­dha, the God­head, resides quite as com­fort­ably in the cir­cuits of a dig­i­tal com­put­er or the gears of a cycle trans­mis­sion as he does at the top of a moun­tain or in the petals of a flower. To think oth­er­wise is to demean the Bud­dha — which is to demean one­self. That is what I want to talk about in this Chau­tauqau.
[p.27, Zen]

Het is niet dat ik het me zo kan herin­neren, maar ik kan me nu wel voorstellen dat ik bij deze pas­sage moet hebben geaarzeld. Miss­chien bij een eerste lez­ing wel afge­haakt. Ik was niet zo van ‘the Bud­dha’ of van ‘the God­head’. Die deden mij zacht­jes uitge­drukt de nekharen recht overeind doen staan. Maar ik weet ook dat ik op een gegeven moment verder ben gaan lezen. Voor­namelijk door de pret­tige manier van schrijven/vertellen die Robert Pir­sig heeft. Ik was bereid om zijn Chau­tauqua aan te horen ondanks de mij onwel­geval­lige ver­wi­jzin­gen naar religie. En daar heb ik nooit spi­jt van gehad.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Mid­den in het begin van een ver­haalWhat the hell has gone wrong in this twen­ti­eth cen­tu­ry »
  • Bij het idee om dit boek weer te gaan lezen, riep mijn man dat wat hij voor het eerst geleerd had door dit boek toen hij in zijn twintiger jaren was, dat er mensen bleken te zijn die hele­maal niet wilden weten hoe din­gen in elka­ar stak­en. Een gegeven dat voor hem tot dat moment totaal onbe­gri­jpelijk was. Door dit boek begonnen er stuk­jes op hun plaats te vallen en ging hij mensen meer begri­jpen. Een schit­terende ervar­ing door een lez­er. Helaas heb ik zelf niet zulke herin­ner­in­gen aan dit boek.
    In ieder geval zal ik in mijn twintiger jaren niet zijn afgeschrikt door Bud­dha of ander gods­di­en­stige ver­wi­jzin­gen. De allergie daar­voor heb ik pas de laat­ste jaren veel meer ontwikkeld. Tot nu toe heb ik deze aver­sie ten opzichte van dit onder­w­erp met dit boek nog niet gehad. Wellicht niet zo gek omdat in de titel al over Zen wordt gespro­ken en dat er wel een Bud­dha hier en daar te verwacht­en valt.

    • Mooi ver­haal over hoe je man dat stuk­je inzicht via dit boek heeft gekre­gen. Zo zie je maar hoe boeken je blik op de wereld kun­nen ver­ruimen.
      En wie weet komen er miss­chien toch wel herin­ner­in­gen van jezelf naar boven wan­neer we door­gaan met deze close-read­ing van Zen.
      Ik denk dat ik in mijn jeugdi­ge gehaas­theid niet eens de link van Zen in de titel naar religie heb gelegd. Soms las ik daar gewoon over­heen. Onbe­gri­jpelijk achter­af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets