Wat we (denken te) zien (en te horen, en te voelen, en te ruiken, en te denken) als we lezen

Deze blog­post is deel 39 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

mwc-logo

Waar denk je aan?’ is een vraag die me regel­matig gesteld wordt als ik weer eens voor me uit zit te staren. Ik moet het antwo­ord dan meestal schuldig bli­jven want het is eerder dat ik bewe­gende beelden voor me zie dan dat ik aan iets spec­i­fieks denk. Voor mijn geeste­soog spe­len zich hele scene’s af waar­bij het mij niet gegeven is, net als in het echte lev­en, er enige richt­ing aan te geven. Ik zie din­gen gebeuren in plaats van dat ik din­gen (be)denk. Of valt dit ook onder denken? En wat is dat eigen­lijk, denken?

Het gekke is dat ik bij het lezen van een boek juist het tegen­overgestelde heb. Ik lees woor­den, regels en alin­eas, waar­door gaan­deweg de con­touren van het ver­haal mij steeds duidelijk­er begin­nen te wor­den. Per­son­ages begin­nen zich te onder­schei­den van elka­ar, kri­j­gen ieder voor zich iets unieks door de spec­i­fieke ken­merken die de schri­jver als een soort van kruimel­spoor op de bladz­i­jdes achter­laat.

Maar nooit zie ik die per­son­ages voor me.

Het bli­jven abstrac­ties die alleen soms in een flits even herken­baar opdoe­men omdat een bepaalde omschri­jv­ing mij onbe­wust een bepaald beeld in herin­ner­ing brengt. Zodra ik me dat echter realiseer is het meteen weer weg. Net zoals de his­torische sen­satie door de his­tori­cus Johan Huizin­ga ooit zo tre­f­fend omschreven. Of als de droom die bij het ont­wak­en net zo snel verd­wi­jnt als dat je hem probeert vast te houden.

In het boek Wat we zien als we lezen probeert Peter Mendel­sund antwoord(en) te vin­den op deze intrigerende vraag. Het hoofd­stuk Abstrac­the­den sprak mij vooral aan:

Visu­alis­eren we über­haupt iets als we lezen? We moeten natu­urlijk wel íéts visu­alis­eren… Lezen is lang niet alti­jd alleen maar abstract, een wis­sel­w­erk­ing tussen the­o­retis­che ideeën.
[p.246]

Ik vroeg me af waarom Mendel­sund aangeeft dat het onon­tkoom­baar is dat we iets moeten visu­alis­eren. Zoals aangegeven ervaar ik dat niet als zodanig wan­neer ik lees. Natu­urlijk komen er beelden voor­bij, maar het zijn bij mij eerder flar­den (van herin­ner­in­gen aan din­gen die ik ooit heb gezien, opgeroepen door een woord of beschri­jv­ing in de tekst) die meteen weer verd­wi­j­nen. Waar Mendel­sund het voor­beeld aan­haalt van hoe wij alle­maal ver­schil­lende beelden van Anna Karen­i­na met ons mee­dra­gen, herken ik dat niet. Ik heb bij mijn weten nog nooit bewust of onbe­wust een poging gedaan om een voorstelling te mak­en van hoe zij er pre­cies uitzi­et.

Voor mij is Anne Karen­i­na niet meer dan een idee, een indruk. Zij kri­jgt vorm door de beschri­jvin­gen van de schri­jver die uiteen­zet hoe zij han­delt, hoe zij praat, hoe zij er uitzi­et. Zon­der dat ik haar daad­w­erke­lijk zie han­de­len, hoor prat­en, of voor me zie. Het wordt nooit een vrouw die ik voor mij zie staan. Anne Karen­i­na is in mijn leeser­var­ing een label op een doos die zich al naar gelang het boek vordert steeds meer vult met ken­merken van een jonge vrouw ongelukkig in een huwelijk met een veel oud­ere man.
annekarenina
Mijn exem­plaar van het boek Anne Karen­i­na is een Rain­bow pock­et uit de reeks De Rus­sis­che Bib­lio­theek met op de voorkant een foto door Edward Ste­ichen van Mrs Conde-Nast. Ik neem aan dat de sug­gestie is dat Anne Karen­i­na er miss­chien wel zo uit kun­nen zien. Zodra ik echter in het boek begin te lezen verd­wi­jnt dat beeld meteen.

Als we tij­dens het lezen geen beelden in ons hoofd hebben, dan is de inter­ac­tie van ideeën — het ver­men­gen van abstracte ver­houdin­gen — de katalysator van het gevoel in ons lez­ers.
[p.245]

Mendel­sund haalt ver­vol­gens het voor­beeld aan van muziek waar weliswaar tij­dens het luis­teren ons vanalles kun­nen inbeelden ‘maar er is niets in de muziek wat die spec­i­fieke beelden vereist’, om af te sluiten met:

Ik vind het zon­der die spec­i­fieke beelden vele malen beter.
[p.245]

Dat kan ik alleen maar bea­men. Zodra ik een poging doe om wat ik gelezen heb voor me te zien wordt het min­der. De enscener­ing in mijn hoofd vereist dat ik aller­lei zak­en moet invullen die in de tekst niet nad­er omschreven zijn. Hier­door ga ik onver­mi­jdelijk afwijken van wat de schri­jver voor ogen had, ofwel er zoveel bijhalen dat de essen­tie van het ver­haal (of han­del­ing) ver­loren dreigt te gaan. Een gegeven wat er vol­gens mij ook oorza­ak van is dat zoveel boekver­filmin­gen geen recht doen aan de geschreven tekst (en hoe de lez­er het ervaren heeft).

Ik pri­js me daarom gelukkig dat mijn leeser­var­ing zich beperkt tot dat­gene wat zich op het papi­er voor me afspeelt. Maar waarom dat zo is en in hoev­erre het echt klopt (want net als jij zie ik nu ook (heel even­t­jes, maar toch) een

ZEEPAARDJE 

voor me) zijn dit boeiende onder­w­er­pen waar ik graag over lees en waar Peter Mendel­sund een heel aansteke­lijk en mooi vor­mgegeven boek over heeft geschreven1. Weliswaar wor­den er meer vra­gen opge­wor­pen dan antwo­or­den gegeven maar dat mag de leespret niet drukken. De vri­jbli­jvende ver­tel­struc­tu­ur in com­bi­natie met de illus­traties die een wezen­lijke aan­vulling op de tekst vor­men zette mij regel­matig aan het denken over wat er zich bij mij nu pre­cies alle­maal afspeelt in mijn hoofd wan­neer ik aan het lezen ben. En hoewel je het boek (ondanks de meer dan 400 bladz­i­jdes) in een redelijk korte tijd uit kunt lezen ben je geneigd dat niet te doen. Het boek ver­di­ent met aan­dacht gelezen en bekeken te wor­den.

wat-we-zien-als-we-lezen-peter-mendelsund

Heeft Tol­stoj Anna Karen­i­na echt beschreven? Heeft Melville ons ooit pre­cies lat­en weten hoe Ismaël eruitzag? Of Faulkn­er zijn per­son­age Ben­jy Comp­son? De verza­mel­ing van ver­splin­ter­de beelden in een boek — hier een sier­lijk oor, daar een los­ger­aak­te krul, een zwierig opgezette hoed — en andere hints en aan­wi­jzin­gen helpen ons lez­ers om een beeld van een per­son­age of van de set­ting te kri­j­gen, zon­der dat de schri­jver het expli­ci­et beschri­jft. Sterk­er nog: dit is pre­cies wat lezen zo leuk maakt.
Aan de hand van tal­loze voor­beelden uit de wereldlit­er­atu­ur laat dit schit­terende en rijk geïl­lus­treerde boek zien hoe dit unieke visuele pro­ces van de lez­er werkt.

Wat we zien als we lezen
Peter Mendel­sund
Uit­gev­er Atlas Con­tact
ISBN 9789025445676

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Had ze zon­der Con­nie geen ver­haal?De waarheid of de werke­lijkheid? Maakt het uit? »

  1. Visu­alis­eren lijkt wilskracht te vereisen… al lijkt het soms miss­chien ook alsof bepaalde beelden ongevraagd tevoorschi­jn komen. [p.20] 

Geef een reactie