Specialist in het algemene aka loser

Ergens in het twee­de of der­de jaar tij­dens mijn stu­die Geschie­de­nis werd er een bij­een­komst geor­ga­ni­seerd in Gro­nin­gen. Het alom­vat­ten­de the­ma was onze voor­be­rei­ding op het beroeps­le­ven na de uni­ver­si­teit. Zelf had ik al enke­le jaren bij Phi­lips gewerkt voor­dat ik als­nog besloot te gaan stu­de­ren maar voor het gros van mijn mede­stu­den­ten was het voor­uit­zicht van een bestaan als werk­slaaf wel­haast iets bui­ten­aards.

Een van de vele voor­drach­ten werd gehou­den door een Engels­man die in de poli­tiek en jour­na­lis­tiek had gewerkt. Hij gaf aan dat we ons voor­al niet moesten focus­sen op een spe­ci­fiek beroep tij­dens onze stu­die. Vol­gens hem had dat geen enke­le zin (en waar­schijn­lijk is het daar­om dat ik hem nog steeds goed her­in­ner ter­wijl dat niet zo is voor wat betreft de rest van de dag). We had­den slechts één taak: zoveel moge­lijk ken­nis ver­ga­ren over zoveel moge­lijk onder­wer­pen. Dan kwam je daar­na altijd wel ergens aan de bak (mocht dat je ambi­tie zijn).

Maar, wierp iemand uit het publiek tegen, de arbeids­markt vraagt toch juist om spe­ci­a­lis­ten? Dat klopt, was zijn repliek. Die vraag kreeg ik ook vaak voor­ge­legd wan­neer ik ging sol­li­ci­tie­ren. En mijn ant­woord was dat ik wel dege­lijk een spe­ci­a­list ben. Door mijn bre­de ken­nis ben ik een spe­ci­a­list in het alge­me­ne.

Het is me altijd bij­ge­ble­ven. Zeker in de tijd dat men regel­ma­tig vroeg wat mijn ver­blijf aan de uni­ver­si­teit nu eigen­lijk opge­le­verd had (ver­schrik­ke­lijk irri­tan­te vraag) hielp het me in mijn ver­de­di­ging dat niet alles per se een prak­tisch nut hoeft te heb­ben. Ik put­te er kracht uit en voel­de me er zelfs een beet­je ver­he­ven door.

Tot van­daag…

Los­ers heb­ben, net als auto­di­dac­ten, een veel bre­de­re ken­nis dan win­naars, als je wilt win­nen moet je alles weten van één ding en geen tijd ver­doen met het leren van al het ande­re, het genot van eru­di­tie is voor­be­hou­den aan los­ers. Hoe meer je weet, hoe meer er in je leven niet goed is gegaan.
[p.17, Het nul­num­mer, Umber­to Eco]

En als­of dit nog niet genoeg was om mijn zelf­res­pect onder­uit te halen las ik op de vol­gen­de blad­zij­de:

Onder­tus­sen droom­de ik van dat­ge­ne waar alle los­ers van dro­men, te weten dat ik op een dag een boek zou schrij­ven dat me roem en rijk­dom zou bren­gen.
[p.18]

Wel een aan­ra­der ver­der, dit boek van Umber­to Eco.

nulnummereco

Plaats van han­de­ling is Mil­aan, 1992, twee jaar voor de eer­ste ver­kie­zings­over­win­ning van Sil­vio Ber­lus­co­ni. Een groep jour­na­lis­ten is bezig voor een nieu­we krant een aan­tal nul­num­mers te schrij­ven waar­in gebeur­te­nis­sen uit het nabije, roe­ri­ge ver­le­den van Ita­lië wor­den gepre­sen­teerd als ‘nieuws’ en van com­men­taar wor­den voor­zien. In hun zoek­tocht naar onder­wer­pen komen ze met de meest onwaar­schijn­lij­ke – maar altijd moge­lij­ke – ver­ha­len op de prop­pen. Een van die ver­ha­len betreft de Ita­li­aan­se dic­ta­tor Beni­to Mus­so­li­ni. Is hij aan het ein­de van de oor­log wel echt ver­moord? Of is dat een leu­gen, en was hij wel­licht de die­per lig­gen­de oor­zaak van alle ellen­de in het naoor­log­se Ita­lië, zoals de moor­den op poli­ti­cus Aldo Moro en onder­zoeks­rech­ter Gio­van­ni Fal­co­ne, de mys­te­ries rond de vrij­met­se­laars­lo­ge P2, de smeer­geld­schan­da­len, en wat dies meer zij? In alle rust bereidt de redac­tie de eer­ste nul­num­mers voor – tot­dat er een dode valt.

Het nul­num­mer
Umber­to Eco
Uit­ge­ver Pro­me­theus
ISBN 9789044628357

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *