Verstand verloren, verhaal geboren

Deze blogpost is deel 2 van 34 in de serie Don Quichot - Cervantes

Eerste deel – Eerste hoofdstuk:
Hetwelk handelt over de aard en de aangelegenheden van de vermaarde ridder Don Quichot van de Mancha

Vroeger las ik alles wat los en vast zat. Boeken en stripverhalen natuurlijk, maar ook de krant en allerlei tijdschriften uit de leesmap waar we thuis op geabboneerd waren. En bijvoorbeeld de achterkant van een pak hagelslag tijdens het ontbijt. Het maakte niet uit, als ik maar iets te lezen had.

Mijn ouders waren hier allang aan gewend. Die keken er niet meer van op wanneer ik in de auto onderwerg naar een familiebezoekje zelfs de gebruikshandleiding begon te lezen wanneer ik al het andere wat we aan leesbaar materiaal hadden meegenomen al uit had. Voor mijn grootouders was het een ander verhaal. Die vonden het soms wel een beetje vreemd dat ik almaar aan het lezen was. Op de avonden dat ze een keertje bij ons kwamen oppassen zodat mijn ouders er met z’n tweeën op uit konden kreeg ik meermaals te horen om toch eens wat anders te gaan doen. Met de waarschuwing erbij dat al dat lezen helemaal niet goed was: ‘Ge verleest nog uns oew verstand.’

In het eerste hoofdstuk van Don Quichot kom ik het ook tegen:

[…] van dit vele lezen en weinig slapen werden de hersens hem zo dor, dat hij ten slotte het verstand verloor.
[p.30, Don Quichot, Cervantes]

Onze man van adel (inmiddels al ver in de veertig), die zichzelf dan nog niet de naam Don Quichot heeft aangemeten, is namelijk helemaal verzot op ridderliteratuur. Hij verslindt alle boeken die hij kan vinden en verwaarloost daarvoor zijn have en goed. Dit vele lezen ontneemt hem alle realiteitszin waardoor hij zich in het hoofd haalt om zelf een ‘dolend ridder te worden en de ganse wereld af te zwerven met paard en wapenen’.

Wat dan volgt is kenmerkend voor wat in menig superheldenverhaal ook terug te vinden is: hij hijst zichzelf in een (haveloos) kostuum en neemt een nieuwe identiteit (Don Quichot) aan. Zelfs zijn graatmager paard krijgt een andere naam (Rossinant) die beter past bij de avonturen die hen wachten. Als laatste bedenkt hij nog dat om het geheel te completeren er ook een schone jonkvrouwe dient te zijn waarvoor hij zijn leven bij tijd en wijle op het spel kan zetten. Gelukkig had hij daar snel iets op gevonden:

Er woonde, naar men zegt, in een dorpje dichtbij het zijne een knappe boerenmeid, aan wie hij vroeger zijn hart had verspeeld, hoewel zij, naar er beweerd wordt, daar nooit weet of last van had. Zij heette Aldonza Lorenzo, en haar, leek hem, kon men het beste de titel van meesteresse zijner gedachten schenken.
[p.32, Don Quichot, Cervantes]

Haar hernoemt hij tot Dulcinea van El Toboso. Niets weerhield hem nu nog de wijde wereld in te trekken op zoek naar avontuur.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *