Verstand verloren, verhaal geboren

Deze blog­post is deel 2 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel — Eerste hoofd­stuk:
Het­welk han­delt over de aard en de aan­gele­gen­heden van de ver­maarde rid­der Don Qui­chot van de Man­cha

Vroeger las ik alles wat los en vast zat. Boeken en stripver­halen natu­urlijk, maar ook de krant en aller­lei tijd­schriften uit de leesmap waar we thuis op geab­boneerd waren. En bijvoor­beeld de achterkant van een pak hagel­slag tij­dens het ont­bi­jt. Het maak­te niet uit, als ik maar iets te lezen had.

Mijn oud­ers waren hier allang aan gewend. Die keken er niet meer van op wan­neer ik in de auto onder­w­erg naar een fam­i­liebe­zoek­je zelfs de gebruik­shan­dlei­d­ing begon te lezen wan­neer ik al het andere wat we aan lees­baar mate­ri­aal had­den meegenomen al uit had. Voor mijn grootoud­ers was het een ander ver­haal. Die von­den het soms wel een beet­je vreemd dat ik almaar aan het lezen was. Op de avon­den dat ze een keert­je bij ons kwa­men oppassen zodat mijn oud­ers er met z’n tweeën op uit kon­den kreeg ik meer­maals te horen om toch eens wat anders te gaan doen. Met de waarschuwing erbij dat al dat lezen hele­maal niet goed was: ‘Ge ver­leest nog uns oew ver­stand.’

In het eerste hoofd­stuk van Don Qui­chot kom ik het ook tegen:

[…] van dit vele lezen en weinig slapen wer­den de hersens hem zo dor, dat hij ten slotte het ver­stand ver­loor.
[p.30, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Onze man van adel (inmid­dels al ver in de veer­tig), die zichzelf dan nog niet de naam Don Qui­chot heeft aangeme­ten, is namelijk hele­maal ver­zot op rid­der­lit­er­atu­ur. Hij ver­slindt alle boeken die hij kan vin­den en ver­waar­loost daar­voor zijn have en goed. Dit vele lezen ont­neemt hem alle realiteit­szin waar­door hij zich in het hoofd haalt om zelf een ‘dolend rid­der te wor­den en de ganse wereld af te zwer­ven met paard en wape­nen’.

Wat dan vol­gt is ken­merk­end voor wat in menig super­helden­ver­haal ook terug te vin­den is: hij hijst zichzelf in een (haveloos) kos­tu­um en neemt een nieuwe iden­titeit (Don Qui­chot) aan. Zelfs zijn graat­mager paard kri­jgt een andere naam (Rossi­nant) die beter past bij de avon­turen die hen wacht­en. Als laat­ste bedenkt hij nog dat om het geheel te com­pleteren er ook een schone jonkvrouwe dient te zijn waar­voor hij zijn lev­en bij tijd en wijle op het spel kan zetten. Gelukkig had hij daar snel iets op gevon­den:

Er woonde, naar men zegt, in een dor­p­je dicht­bij het zijne een knappe boeren­meid, aan wie hij vroeger zijn hart had ver­speeld, hoewel zij, naar er beweerd wordt, daar nooit weet of last van had. Zij heette Aldon­za Loren­zo, en haar, leek hem, kon men het beste de titel van meester­esse zijn­er gedacht­en schenken.
[p.32, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Haar her­noemt hij tot Dul­cinea van El Toboso. Niets weer­hield hem nu nog de wijde wereld in te trekken op zoek naar avon­tu­ur.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Don Qui­chot — VoorredeDe ver­beeld­ing op weg »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets