De verbeelding op weg

Deze blog­post is deel 3 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel – Tweede hoofd­stuk:
Het­welk han­delt over de eerste tocht, die de geestrijke Don Qui­chot uit zijn lan­den heeft onder­nomen

Onze held laat er geen gras over groeien. Nadat hij zichzelf in het eerste hoofd­stuk een rid­deruitrust­ing bij elka­ar heeft geknut­seld trekt hij er nu in alle vroegte op uit. Hij blijkt zich even­wel maar matig te hebben voor­bereid. Zo realiseert hij zich al op de eerste dag dat hij niet tot rid­der is ges­la­gen. Een niet onbe­lan­grijk detail. Maar voor­lop­ig besluit hij zijn tocht gewoon voort te zetten.

Wat me opvalt is dat Cer­vantes in de tekst andere auteurs aan­haalt die ook over de avon­turen van Don Qui­chot hebben geschreven:

Er zijn auteurs die bew­eren dat het eerste avon­tu­ur het­welk hem overk­wam, dat van Puer­to Lápice was; anderen zeggen het was dat van de wind­molens; maar voor zover ik de zaak heb kun­nen nagaan en te oorde­len naar het­geen ik beschreven vond in de kro­nieken van de Man­cha, reed hij de gehele dag voort en was zow­el hij als zijn ros tegen het vallen van de avond doo­d­moe en ram­me­lend van de honger, tot­dat hij […] een her­berg zag.
[p.34, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Ik heb de inlei­d­ing niet geheel gelezen en weet eerlijk gezegd niet of dit klopt, of dat Cer­vantes het alleen zo wil doen voorkomen. Iets om bin­nenko­rt op te zoeken want ik kom er gaan­deweg achter weinig tot niets te weten (van de ontstaans­geschiede­nis) van Don Qui­chot. Voor nu bli­jf ik bij het ver­haal.

Ook in dit tweede hoofd­stuk laat Cer­vantes geen mogelijkheid onbe­nut om te ver­melden dat Don Qui­chot door het lezen van al die rid­der­ro­mans zijn ver­stand min of meer ver­loren had. Zo ver­beeldt hij zich dat de her­berg waar hij bij het vallen van de avond arriveert een heus kas­teel is. Amu­sant is vooral dat twee vrouwen van lichte zeden door hem wor­den aangezien als ‘schone jonge maag­den of beval­lige dames’. Hij spreekt ze aan in dichter­lijke taal waar ze echter niets van begri­jpen.

Ter­wi­jl zij doende waren hem van zijn rust­ing af te helpen, zei­de hij, zich ver­beeldende dat deze veel­ge­bruik­te vrouwsper­so­n­en die hem hielpen voor­name dames van dat kas­teel waren, met veel zwier:
‘Nim­mer zag men enig rid­der
Zo door schone dames dienen
Als het Don Qui­chot geschied is
Toen zijn dorp hij ging ontvlieden:
Maag­den gin­gen hem ver­zor­gen,
En prins­essen ’t paard voorzien.
[p.36, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Het lukt echter niet om hem van zijn helm te ont­doen zodat hij slechts met hulp van de waard en de vrouwen een maalti­jd bestaande uit stokvis kan veror­beren, waar­bij Cer­vantes meteen de gele­gen­heid te baat neemt wat verder uit te wei­den over de vele vari­aties van deze vis zoals zij in Span­je wordt opge­di­end. Bij de ver­meld­ing van bacallao moest ik denken aan een aflev­er­ing van ‘De keur­ings­di­enst van waarde’ die ook deze vis cen­traal had staan. Of was het ‘De wilde keuken’ met Wouter Klootwijk?
Na het nut­ti­gen van de maalti­jd is hij een stuk opgek­napt maar komt tevens het besef in alle hevigheid terug dat hij nog steeds niet tot rid­der is ges­la­gen. Daar zal toch iets aan gedaan moeten wor­den.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Ver­stand ver­loren, ver­haal geborenEen gladde jon­gen met gladde praat­jes »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets