Een gladde jongen met gladde praatjes

Deze blog­post is deel 4 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

 

Eerste deel — Derde hoofd­stuk:
Waarin wordt ver­haald op welke dwaze wijze Don Qui­chot zich rid­der deed slaan

Nauwelijks heeft Don Qui­chot zijn maalti­jd achter de kiezen of hij wordt alweer gek­weld door de gedachte dat hij nog steeds niet tot rid­der is ges­la­gen. In de waan dat de her­bergi­er een ware kas­teel­heer is ver­zoekt Don Qui­chot hem of hij bij het krieken van de ocht­end de rid­der­slag kan uit­de­len. Na enige aarzel­ing besluit de her­bergi­er het spel mee te spe­len omdat hij het ‘ver­moe­den had dat het zijn gast in het hoofd haperde’.

Rid­der­slag:
Een rid­der­slag of acco­lade is het ver­lenen door een (adel­lijk) heer van de rid­der­lijke waardigheid door mid­del van het leggen van diens zwaard op bei­de schoud­ers van een per­soon. Het woord ‘acco­lade’ ver­wi­jst hier­bij ook naar de omhelz­ing die iemand die de rid­der­slag kreeg van degene die hem tot rid­der sloeg tij­dens de cer­e­monie.
[Wikipedia]

Alvorens het zo ver is wil Don Qui­chot gedurende de nacht een wake houden in de kapel van het kas­teel. Bij gebrek aan een kapel (zoge­naamd onlangs afge­bro­ken om een nieuwe te lat­en bouwen) wordt besloten dat hij in plaats daar­van de wacht kan houden op het bin­nen­plein. Zo gezegd zo gedaan.

Het duurt echter niet lang voor­dat het mis gaat. Enkele ezeldri­jvers die in de her­berg verbli­jven gaan nietsver­moe­dend hun beesten water geven maar wor­den door Don Qui­chot aangezien voor indringers. Onbevreesd slaat hij hen neer en slechts door tussenkomst van de her­bergi­er wordt voorkomen dat de boel totaal uit de hand loopt wan­neer meerdere gas­ten er zich mee willen gaan bemoeien.

Gehaast wordt besloten dat de cer­e­monie een aan­vang kan nemen omdat Don Qui­chot aan alle voor­waar­den voldaan heeft. Met een kas­boek in de hand beveelt de her­bergi­er, die nu ern­stig spi­jt heeft dat hij zich heeft lat­en ver­lei­den om mee te gaan in de fan­tasiew­ereld van Don Qui­chot, hem te knie­len en slaat hem eerst met de hand in de hals en daar­na met het zwaard op de rug tot rid­der. Zon­der verder te hoeven betal­en voor zijn maalti­jd kan Don Qui­chot, nu als een ware rid­der, zijn paard Rossi­nant zade­len om te vertrekken voor nieuwe avon­turen.

Wat ik leuk vind aan dit hoofd­stuk is de rol van de her­bergi­er. Omschreven als ‘een gladde jon­gen’ denkt hij miss­chien wat geld uit de zak van Don Qui­chot te kun­nen klop­pen door zich voor te doen als kas­teel­heer. Zek­er wan­neer hij begint te vra­gen of de rid­der soms geld bij zich heeft. ‘Geen duit’, is het antwo­ord van Don Qui­chot, en wel omdat hij in de rid­der­lit­er­atu­ur nog nooit gelezen heeft dat dolende rid­ders geld op zak hebben.

Hierop toont de her­bergi­er zich van zijn filosofis­che kant:

[…] al stond het niet in de boeken geschreven, omdat de auteurs het niet nodig acht­ten iets zo vanzelf­sprek­ends en noodza­ke­lijks te beschri­jven als het bij zich hebben van geld en schone hem­den, men moest daarom nog niet menen dat zij ze niet bij zich had­den.
[p.39, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Ter­wi­jl Don Qui­chot aan zijn nacht­wake begint dri­jft de her­bergi­er de spot met hem tegen­over zijn gas­ten. Niet veel lat­er is het echter een grote chaos op het bin­nen­plein en kan de her­bergi­er niets anders doen dan in zijn rol bli­jven van kas­teel­heer om zodoende Don Qui­chot te lat­en geloven dat hij hem tot rid­der kan slaan waar­na hopelijk de rust zal weerk­eren. In plaats van geld aan hem te ver­di­enen heeft het kort­stondi­ge verbli­jf van Don Qui­chot de her­bergi­er alleen maar geld gekost.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« De ver­beeld­ing op wegAfranselin­gen »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets