Breng ons niet in verleiding en verlos ons van de kwade boeken

Deze blog­post is deel 6 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel — Vijfde hoofd­stuk:
Waarin het ver­haal van de tegen­spoed van onze rid­der ver­vol­gd wordt

Over invloed gespro­ken…

Ter­wi­jl een dor­spsgenoot met de gehavende Don Qui­chot onder­weg naar huis is (nadat hij hem bij toe­val in de grep­pel gevon­den had), heeft een klein gezelschap zich verza­meld in het kas­teel van de heer van Qui­jana (zoals de echte naam van Don Qui­chot schi­jnt te zijn). Nu hij al drie dagen spoor­loos is maakt men zich ongerust waar hij is gebleven. Zijn huishoud­ster hoeft er niet lang over na te denken:

[…] ik mag ster­ven zo waar als ik geboren ben als dat niet komt van die ver­doemelijke rid­der­boeken die hij ginds heeft staan en waarin hij zit te lezen tot hij mal in het hoofd is; het schi­et me nou ook ineens te bin­nen dat ik hem vaak als hij zo bin­nens­monds zat te pre­v­e­len heb horen zeggen dat hij zelf dolend rid­der wou wor­den en op avon­turen uit­gaan.
[p.50, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Zij kri­jgt ter­stonds bij­val van het nicht­je van Don Qui­chot en die schroomt zich niet om een rig­oreuze oploss­ing aan te dra­gen:

Het is alle­maal mijn schuld, want ik heb al die dwaashe­den van oom niet aan de heren verteld, om er een stok­je voor te steken eer het zover kwam als het nu gekomen is. Dan had­den ze al die ver­maledi­jde boeken kun­nen ver­bran­den; hij heeft er heel wat en ze ver­di­enen het niet min­der dan de ket­terse.
[p.50–51, Don Qui­chot, Cer­vantes]

De pas­toor heeft hier wel oren naar:

[…] de dag van mor­gen zal niet voor­bi­j­gaan, voor­dat zij ter­dege onder­zocht en ten vure gedoemd zijn, opdat zij toekom­stige lez­ers niet in ver­lei­d­ing bren­gen te doen wat mijn arme vriend gedaan moet hebben.
[p.51, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Over invloed gespro­ken…

Ook de katholieke kerk was zich al in een vroeg sta­di­um ter­dege bewust van de (in hun ogen negatieve) invloed die boeken op hun lez­ers kon­den hebben. Vanaf 1596 hield zij daarom een lijst bij van boeken die ver­bo­den wer­den omdat ze als ver­w­er­pelijk beschouwd wer­den. Met een beet­je pech verd­we­nen niet alleen de geprinte ver­sies van een titel op deze zoge­naamde Index Libro­rum Pro­hibito­rum in de brand­stapel maar in som­mige gevallen was aan de auteur het­zelfde lot voor­be­houden wan­neer de kerke­lijke inquisi­tie niet over­tu­igd was dat er vol­doende afs­tand was genomen van de ket­terse gedacht­en.

Ergens heb ik gelezen of geho­ord dat de Index zelf ook op de lijst stond. Tenslotte was het de ide­ale leesli­jst voor iedereen die wel eens wilde weten waar­voor de kerke­lijke autoriteit­en hen wilden bescher­men. De ironie ten top.
Miguel de Cer­vantes Saave­dra is het met zijn Don Qui­chot niet bespaard gebleven dat het boek werd opgenomen op de lijst. Uitein­delijk bleek het te gaan om slechts één zin die de leden van de cen­su­ur onwel­geval­lig was:

Werken van lief­dadigheid die achteloos wor­den gedaan, hebben geen waarde.

Ik kan me niet herin­neren dat ik deze zin al voor­bij heb zien komen in de eerste vijf hoofd­stukken. Mocht ik in de resterende hon­derdee­nen­twintig hoofd­stukken die we nog te gaan hebben de zin alsnog aantr­e­f­fen dan zal ik het hier zek­er ver­melden.

Detail — Lucio Mas­sari (Bologna 1569–1633) | Saint Paul and the burn­ing of pagan books at Eph­esus | 16th Cen­tu­ry

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Afranselin­genAls hij maar geen dolende rid­der wordt, ze schop­pen hem miss­chien half dood »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets