Als hij maar geen dolende ridder wordt, ze schoppen hem misschien half dood

Deze blog­post is deel 7 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel — Zes­de hoofd­stuk:
Ver­hal­ende het ver­make­lijk en omstandig onder­zoek, dat de pas­toor en de bar­bi­er in de boek­er­ij van de geestrijke rid­der onder­na­men

De vol­gende dag is het opnieuw cri­sis­ber­aad ten huize van Don Qui­chot. Nu onze dolende rid­der weer op het veilige nest is terugge­keerd en voor­lop­ig het bed moet houden om enigszins te her­stellen van de afransel­ing door de ezeldri­jver besluit het kleine gezelschap zijn bib­lio­theek aan een nad­er onder­zoek te onder­w­er­pen.

Een hele serie boeken passeert de revue waar ik nog nooit eerder van geho­ord heb (wat niet veel wil zeggen) maar waar ik me toch van afvraag in hoev­erre ze door Cer­vantes ver­zon­nen zijn. Ik kri­jg het idee dat Cer­vantes con­tinu werke­lijkheid en fic­tie op een inge­nieuze manier door elka­ar laat vloeien. Zon­der dat ik daar vooral­snog veel meer over weet te zeggen. Het bli­jft bij een gevoel.

Het doel van deze boekenin­spec­tie is om te bepalen welke exem­plaren in de col­lec­tie richt­ing brand­stapel kun­nen en welke eventueel ges­paard kun­nen wor­den. Tijd­ver­spilling in de ogen van Don Quichot’s nicht­je:

Geen genade, voor geen enkel boek, ze hebben alle­maal schuld aan het onheil […]
[p.54, Don Qui­chot, Cer­vantes]

De pas­toor en de bar­bi­er denken daar echter anders over. Hoewel zij ook van mening zijn dat de vele rid­der­ro­mans het hoofd van Don Qui­chot op hol hebben gebracht kun­nen zij daar­ente­gen waarder­ing opbren­gen voor de schoonheid van enkele andere lit­eraire werken, en in het bij­zon­der de poëzie. Opnieuw tot ontevre­den­heid van het nicht­je. Zij is bang dat een­maal her­steld haar oom van de ene gekkigheid in de andere zal ver­vallen:

[…] want het zou waar­lijk geen won­der wezen wan­neer oom als hij weer beter is van zijn rid­derziek­te, het door deze boeken in het hoofd kreeg om zin­gende en een of ander instru­ment bespe­lende als herder door bos en wei te gaan dolen, of wat het allererg­ste ware, aan het dicht­en slaan. Want dit is naar ik heb horen ver­lu­iden een volkomen onge­neeslijke besmet­telijke ziek­te.
[p.56, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Als hij maar geen dolende rid­der wordt
ze schop­pen hem miss­chien half dood.
Maar liev­er dat nog
dan met een vers in zijn kop
als een dich­t­ende herder,
want daar wordt hij alleen maar slechter van.

Tussen de boeken tre­f­fen ze ook La Galatea aan. Op voor­spraak van de pas­toor bli­jft deze roman­tis­che vertelling een gang naar de brand­stapel bespaard. De schri­jver ervan blijkt namelijk een vriend van hem te zijn:

Zijn boek is niet slecht gedacht; het is aardig opgezet, maar het is niet af: wij dienen het aangekondigde tweede deel af te wacht­en; wellicht zal men als dat beter is het geheel met die wel­wil­lend­heid kun­nen begroeten welke men het nu nog moet ontzeggen […]
[p.58, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Had ik al gezegd dat La Galatea geschreven is door Cer­vantes zelf? Het was zijn eerste roman en niet bijster suc­cesvol. Een tweede deel heeft vol­gens de over­lev­er­ing nooit het licht gezien. (Waar komt toch dat gevoel van­daan dat Cer­vantes op een inge­nieuze manier speelt met de gren­zen van werke­lijkheid en fic­tie?)

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Breng ons niet in ver­lei­d­ing en ver­los ons van de kwade boekenEen dicht­gemet­selde boekenkamer mag niet bat­en »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets