Over teleurstellende windmolens en een verrassende wending ter compensatie

Deze blog­post is deel 9 van 25 in de serie Don Qui­chot — Cer­van­tes

Eer­ste deel – Acht­ste hoofd­stuk:
Over het goe­de for­tuin dat de dap­pe­re Don Qui­chot beleef­de in het schrik­ke­lijk en nooit gedroomd avon­tuur van de wind­mo­lens, bene­vens ande­re gebeur­te­nis­sen, heug­lij­ke gedach­te­nis waar­dig

Vraag een wil­le­keu­rig iemand iets over Don Qui­chot te ver­tel­len en groot is de kans dat men begint over zijn gevecht tegen de wind­mo­lens. Mij zou het ook zo ver­gaan zijn. Ik keek daar­om met meer dan nor­ma­le belang­stel­ling uit naar deze pas­sa­ge. In hoofd­stuk acht was het zover en ik ging er eens goed voor zit­ten.

Het begint goed. Met­een al in de eer­ste ali­nea ont­waart Don Qui­chot wel der­tig of veer­tig wind­mo­lens die hij ech­ter (zo weten wij alle­maal) voor reu­zen aan­ziet. Hij infor­meert zijn schild­knaap dat ze zich moe­ten opma­ken voor een zwa­re strijd maar dat er bij een gun­sti­ge afloop een vet­te buit op hen wacht.

Wat voor reu­zen?’ zei San­cho Pan­za.
‘Die je ginds ziet’, ant­woord­de zijn mees­ter, ‘met die lan­ge armen. Daar zijn er zelfs bij van wel twee mijl lang.’
‘Ziet U Ed. dan niet’, zei San­cho, ‘dat wat men ginds aan­schouwt geen reu­zen zijn, maar wind­mo­lens; en wat U Ed. armen belieft te noe­men, dat zijn de wie­ken die door de wind gedre­ven de molen­ste­nen draai­en doen.’
[p.65, Don Qui­chot, Cer­van­tes]

Don Qui­chot is ech­ter niet voor rede vat­baar.

Hij open­de de aan­val op de eer­ste de bes­te molen die voor hem stond. Maar toen hij deze een lans­steek in de wiek gaf, deed een wind­stoot ze zo wild bewe­gen, dat de lans aan stuk­ken vloog. En ach­ter de stuk­ken van de lans aan rol­den paard en rui­ter deer­lijk toe­ge­ta­keld over de grond.
[p.66, Don Qui­chot, Cer­van­tes]

San­cho Pan­za helpt hem over­eind en dat was dat. Ein­de epi­so­de over het gevecht met de wind­mo­lens.

De rest van het hoofd­stuk gaat over een ont­moe­ting die hier­na volgt. Twee mon­ni­ken rij­den hen tege­moet met daar­ach­ter een koets waar­in Don Qui­chot ver­moedt dat een jonk­vrou­we gevan­gen wordt gehou­den. Een nieuw gevecht dient zich aan waar de mon­ni­ken op de vlucht slaan en Don Qui­chot het op moet nemen tegen een schild­knaap die bij het gezel­schap in de koets hoort. Ieder­een kijkt met angst en beven hoe de twee op elkaar in rij­den. Het is dui­de­lijk dat een van de twee het niet zal over­le­ven of althans flink geha­vend uit de strijd zal komen.

Op het moment suprê­me van de op han­den zijn­de bot­sing tus­sen de twee oppo­nen­ten stapt Cer­van­tes ech­ter uit het ver­haal om dood­leuk te ver­kon­di­gen dat hij helaas niet weet hoe het ver­der gaat:

Het moei­lij­ke van de zaak is ech­ter, dat juist op dit ogen­blik de schrij­ver van deze geschie­de­nis de strijd onbe­slist moet laten, waar­bij hij te zij­ner ver­ont­schul­di­ging aan­voert, dat hij niet meer over de hel­den­da­den van Don Qui­chot geschre­ven vond, dan wat er hier ver­teld is.
[p.71, Don Qui­chot, Cer­van­tes]

Ik weet het niet, maar ik vind dit toch veel ver­ras­sen­der dan het gevecht(je) met de wind­mo­lens. Zeker wan­neer je je bedenkt dat het boek ver­sche­nen is in 1605 dan lijkt me dat deze plot­wen­ding voor de toen­ma­li­ge lezers meer tot de ver­beel­ding moet spre­ken dan een zoveel­ste waan­idee waar­van er hoogst­waar­schijn­lijk nog vele zul­len vol­gen. Maar mis­schien heb ik het mis en komen de molens ver­der­op in het ver­haal opnieuw terug om een belang­rij­ke­re rol op te eisen. We zul­len zien.

Wat ik als laat­ste wil opmer­ken is dat Cer­van­tes hier een zoveel­ste poging doet om aan te geven dat Don Qui­chot niet door hem ver­zon­nen is. Het hoofd­stuk ein­digt ermee dat een ande­re kro­niek­schrij­ver niet kon gelo­ven dat alle details over het gevecht tus­sen Don Qui­chot en de schild­knaap ver­lo­ren zijn gegaan. Hij bleef naar­stig zoe­ken.

En aldus, door zul­ke over­we­ging gesterkt, wan­hoop­te hij er niet aan het slot van deze scho­ne geschie­de­nis te vin­den, het­welk hij door ‘s Hemels gunst inder­daad vond, gelijk zal wor­den ver­haald in het twee­de deel.
[p.71, Don Qui­chot, Cer­van­tes]

Wil je weten hoe het afloopt, ver­geet dan niet vol­gen­de week terug te komen voor de bespre­king van hoofd­stuk negen.

~ ~ ~

Van de ene in de ande­re rou­ti­ne
Was ich noch zu sagen hät­te
Tags:

2 reacties op “Over teleurstellende windmolens en een verrassende wending ter compensatie”

Reacties zijn gesloten.