Over teleurstellende windmolens en een verrassende wending ter compensatie

Deze blog­post is deel 9 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel – Acht­ste hoofd­stuk:
Over het goede for­tu­in dat de dap­pere Don Qui­chot beleefde in het schrikke­lijk en nooit ged­roomd avon­tu­ur van de wind­molens, ben­evens andere gebeurtenis­sen, heuglijke gedacht­e­nis waardig

Vraag een willekeurig iemand iets over Don Qui­chot te vertellen en groot is de kans dat men begint over zijn gevecht tegen de wind­molens. Mij zou het ook zo ver­gaan zijn. Ik keek daarom met meer dan nor­male belang­stelling uit naar deze pas­sage. In hoofd­stuk acht was het zover en ik ging er eens goed voor zit­ten.

Het begint goed. Meteen al in de eerste alin­ea ont­waart Don Qui­chot wel der­tig of veer­tig wind­molens die hij echter (zo weten wij alle­maal) voor reuzen aanzi­et. Hij informeert zijn schild­knaap dat ze zich moeten opmak­en voor een zware stri­jd maar dat er bij een gun­stige afloop een vette buit op hen wacht.

Wat voor reuzen?’ zei San­cho Pan­za.
‘Die je ginds ziet’, antwo­ordde zijn meester, ‘met die lange armen. Daar zijn er zelfs bij van wel twee mijl lang.’
‘Ziet U Ed. dan niet’, zei San­cho, ‘dat wat men ginds aan­schouwt geen reuzen zijn, maar wind­molens; en wat U Ed. armen belieft te noe­men, dat zijn de wieken die door de wind gedreven de molen­ste­nen draaien doen.’
[p.65, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Don Qui­chot is echter niet voor rede vat­baar.

Hij opende de aan­val op de eerste de beste molen die voor hem stond. Maar toen hij deze een lanssteek in de wiek gaf, deed een wind­stoot ze zo wild bewe­gen, dat de lans aan stukken vloog. En achter de stukken van de lans aan rold­en paard en ruiter deer­lijk toege­takeld over de grond.
[p.66, Don Qui­chot, Cer­vantes]

San­cho Pan­za helpt hem overeind en dat was dat. Einde episode over het gevecht met de wind­molens.

De rest van het hoofd­stuk gaat over een ont­moet­ing die hier­na vol­gt. Twee mon­niken rij­den hen tege­moet met daarachter een koets waarin Don Qui­chot ver­moedt dat een jonkvrouwe gevan­gen wordt gehouden. Een nieuw gevecht dient zich aan waar de mon­niken op de vlucht slaan en Don Qui­chot het op moet nemen tegen een schild­knaap die bij het gezelschap in de koets hoort. Iedereen kijkt met angst en beven hoe de twee op elka­ar in rij­den. Het is duidelijk dat een van de twee het niet zal over­leven of althans flink gehavend uit de stri­jd zal komen.

Op het moment suprême van de op han­den zijnde bots­ing tussen de twee oppo­nen­ten stapt Cer­vantes echter uit het ver­haal om doo­dleuk te verkondi­gen dat hij helaas niet weet hoe het verder gaat:

Het moeil­ijke van de zaak is echter, dat juist op dit ogen­blik de schri­jver van deze geschiede­nis de stri­jd onbeslist moet lat­en, waar­bij hij te zijn­er verontschuldig­ing aan­vo­ert, dat hij niet meer over de helden­daden van Don Qui­chot geschreven vond, dan wat er hier verteld is.
[p.71, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Ik weet het niet, maar ik vind dit toch veel ver­rassender dan het gevecht(je) met de wind­molens. Zek­er wan­neer je je bedenkt dat het boek ver­sch­enen is in 1605 dan lijkt me dat deze plotwend­ing voor de toen­ma­lige lez­ers meer tot de ver­beeld­ing moet spreken dan een zoveel­ste waanidee waar­van er hoogst­waarschi­jn­lijk nog vele zullen vol­gen. Maar miss­chien heb ik het mis en komen de molens verderop in het ver­haal opnieuw terug om een belan­grijkere rol op te eisen. We zullen zien.

Wat ik als laat­ste wil opmerken is dat Cer­vantes hier een zoveel­ste poging doet om aan te geven dat Don Qui­chot niet door hem ver­zon­nen is. Het hoofd­stuk eindigt ermee dat een andere kro­niekschri­jver niet kon geloven dat alle details over het gevecht tussen Don Qui­chot en de schild­knaap ver­loren zijn gegaan. Hij bleef naarstig zoeken.

En aldus, door zulke over­weg­ing gesterkt, wan­hoopte hij er niet aan het slot van deze schone geschiede­nis te vin­den, het­welk hij door ’s Hemels gun­st inder­daad vond, gelijk zal wor­den ver­haald in het tweede deel.
[p.71, Don Qui­chot, Cer­vantes]

Wil je weten hoe het afloopt, vergeet dan niet vol­gende week terug te komen voor de besprek­ing van hoofd­stuk negen.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Een dicht­gemet­selde boekenkamer mag niet bat­enDe beste hand van varkensvlees peke­len »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets