Was ich noch zu sagen hätte

50books201612

Eerder dan het Engels was ik het Duits machtig. In mijn jeugd had­den we dan wel een (zwart-wit) TV in huis, maar het aan­bod van zen­ders was beperkt. Dus werd er regel­matig uit­geweken naar de Duit­stal­ige zen­ders. Zek­er op de zondagocht­end had­den die een gevarieerd assor­ti­ment van programma’s gericht op de jeugdi­ge kijk­er. Zo leerde ik Duits zon­der er al teveel moeite voor hoeven te doen. En omdat we regel­matig een uit­stap­je over de Duitse grens maak­ten kon ik het ‘geleerde’ ook nog eens in de prak­tijk ten uitvo­er bren­gen. Op de mid­del­bare school had ik er groot profi­jt van. Het was een van de weinige vakken waar ik op het ein­dex­a­m­en een ruime vol­doende wist te scoren.
Lat­er, gedurende mijn eerste baan­t­je bij Philips en daar­na op de uni­ver­siteit waar veel studie­ma­te­ri­aal in het Duits gelezen moest wor­den kon ik de ken­nis van deze in mijn ogen (en oren) mooie taal op peil houden. Helaas is dat ergens vanaf 1995 allengs min­der gewor­den. Net zoals in de maatschap­pij en op de uni­ver­siteit werd Engels steeds dom­i­nan­ter in mijn dagelijkse werkomgev­ing. Met het Duits kwam ik nog maar spo­radisch in aan­rak­ing en het ging me vanzelf­sprek­end steeds slechter af. Zelfs in ver­gaderin­gen met Duit­stal­ige collega’s werd Engels als voer­taal gebruikt omdat tenslotte alle ver­sla­g­leg­ging in het Engels moest plaatsvin­den.
Las ik miss­chien ooit wel iedere maand min­stens één Duit­stal­ig boek, de laat­ste jaren mag ik blij zijn als het er een­t­je per jaar is. Toch ben ik voorne­mens dat te veran­deren. De boeken­week waar Duit­s­land cen­traal staat is daar­voor niet de aan­lei­d­ing, hoo­gu­it een aans­poring de daad bij het woord te voe­gen. In mijn eigen boekverza­mel­ing staan een aan­tal ongelezen Duit­stal­ige boek die ik zek­er van plan ben bin­nenko­rt te gaan lezen. Of anders leen ik iets van de Bieb. Keuze vol­doende en mijn lijst­je bevat vol­doende titels.
Mocht men mij vra­gen (en Hen­drik-Jan kon het niet lat­en dat te doen) naar mijn favori­ete boeken of auteurs uit dit taal­ge­beid, dan kom ik ver­rassend genoeg uit bij twee Oost­en­rijkse auteurs:

  • Die Klavier­spielerin (De pianiste), 1983 — Elfride Jelinek
  • Der Mann ohne Eigen­schaften (De man zon­der eigen­schap­pen), 1930/1932 — Robert Musil

Bei­de boeken las ik eind jaren tachtig en ze hebben een onu­itwis­bare indruk op me gemaakt. Wan­neer ik voor de geest probeer te halen wat ik zoal aan Duit­stal­ige boeken gelezen heb, dan komt er veel moois voor­bij maar deze twee boeken sprin­gen er om ver­schil­lende rede­nen uit. Bij Elfriede Jelinek is het vooral de (con­tro­ver­siële) onder­w­erp­keuze in com­bi­natie met de complexe/experimentele ver­tel­struc­tu­ur die het uiter­ste vergt van de lez­er. Zelfs een ver­tal­ing in het Ned­er­lands bli­jft een helse klus wil je alles door­gron­den wat de schri­jf­ster te vertellen heeft. Een­zelfde soort expire­menteel spel met taal en ver­haal vind je ook terug bij Robert Musil. Hoewel veel milder dan Jelinek die genade­loos is in haar opvat­tin­gen over de Oost­en­rijkse samen­lev­ing. Musil lijkt het alle­maal wat meer afs­tandelijk­er te beschouwen. Ironie en satire is eerder waar je aan geneigd bent te denken ter­wi­jl het bij Jelinek veel meer als een genade­loze afreken­ing aan­voelt.
Miss­chien is het het gemeen­schap­pelijk ele­ment van exper­i­menteel proza dat er voor gezorgd heeft dat deze auteurs mij beter zijn bijge­bleven dan vele anderen die min­stens even goed zijn. Wellicht valt het te over­we­gen juist met hen een hernieuwde ken­nis­mak­ing met de Duitse taal aan te gaan.
Vorige week kwam het er niet van, het beant­wo­or­den van de weke­lijkse #50books vraag. Daarom van­daag. En hopelijk mor­gen het antwo­ord op de nieuwe vraag. Zodat ik meteen weer bij ben.
~ ~ ~
Dit is een bij­drage voor het #50books ini­ti­atief dat in 2016 door Hen­drik-Jan de Wit wordt ver­zorgd.
Vraag 12
Wat is je favori­ete Duit­stal­ige boek of auteur?
~ ~ ~

Geef een reactie