De beste hand van varkensvlees pekelen

Deze blog­post is deel 10 van 25 in de serie Don Qui­chot — Cer­van­tes

Eer­ste deel — Negen­de hoofd­stuk
Waar­in een ein­de komt aan de ver­vaar­lij­ke strijd tus­sen de kloe­ke Bis­ka­jer en de dap­pe­re held van de Man­cha

Een hoofd­stuk dat zomaar ein­digt met de mede­de­ling dat de auteur helaas niet weet hoe het ver­der gaat, want hij heeft de ver­ha­len over Don Qui­chot uit de twee­de hand en in dit geval ont­breekt er een gedeel­te. Ik vond het vori­ge week een ver­ras­sen­de wen­ding en was benieuwd hoe Cer­van­tes hier ver­der invul­ling aan zou geven. Wel­nu, eigen­lijk heel sim­pel.

Aller­eerst gaat hij wat ver­der in op de tra­di­tie dat dolen­de rid­ders van gro­te naam vaak een of meer­de­re geschied­schrij­vers in hun kiel­zog had­den die al hun avon­tu­ren en hel­den­da­den minu­ti­eus boek­staaf­den. Dat zou dan toch ook zeker het geval moe­ten zijn geweest bij Don Qui­chot. Het was een kwes­tie van gedul­dig zoe­ken want men kon opma­ken uit de boek­ti­tels in de bibli­o­theek van Don Qui­chot dat er recen­te uit­ga­ves tus­sen zaten. Dus er bestond zelfs de kans dat wan­neer er niets meer op schrift gevon­den zou wor­den er mis­schien nog wel plaats­ge­no­ten waren die zich de ver­ha­len over de rid­der uit La Man­cha kon­den her­in­ne­ren.

Ver­vol­gens krij­gen we te lezen hoe Cer­van­tes op een dag bij een straat­ven­ter een boek koopt. De tekst is opge­steld in Ara­bi­sche tekens die hij niet kan lezen en waar­voor hij een ver­ta­ler regelt. Al snel blijkt dat het boek over Don Qui­chot gaat. Cer­van­tes aar­zelt niet om met­een alle boe­ken bij de ven­ter op te kopen en zet de ver­ta­ler aan het werk alles wat gaat over Don Qui­chot te ver­ta­len. Ander­hal­ve maand later is de klus geklaard.

Voor­dat hij ech­ter ver­der gaat met het gevecht tus­sen de schild­knaap en onze ver­dwaas­de rid­der staat Cer­van­tes nog even stil bij het feit dat de ver­lo­ren gewaan­de tek­sten geschre­ven zijn door een Ara­bier. Dus zijn vol­gens hem eni­ge kant­te­ke­nin­gen op zijn plaats, want ten­slot­te is

het alge­meen bekend […] dat lie­den van deze natie gro­te leu­ge­naars zijn. Daar­te­gen­over staat ech­ter dat daar de moren immers onze vij­an­den zijn, de schrij­ver zich eer zal heb­ben schul­dig gemaakt aan een te wei­nig dan een te veel. En zo schijnt het mij dan toe, dat waar hij de lof­trom­pet over zulk een voor­tref­fe­lijk rid­der had kun­nen, ja moe­ten ste­ken, hij veel­eer nog menig ding met opzet ver­zweeg […]; en mocht er iets goeds aan ont­bre­ken dan ben ik over­tuigd dat het ligt aan de hond van een auteur en niet aan het onder­werp.
[p.74, Don Qui­chot, Cer­van­tes]

In hoe­ver­re het mee­speelt dat Cer­van­tes vijf jaar in Ara­bi­sche gevan­gen­schap heeft door­ge­bracht laat ik ver­der in het mid­den.

Hoog­ste tijd om terug te keren naar het strijd­to­neel. Hier krijgt Don Qui­chot hulp van de voor­zie­nig­heid die een zwaard­slag door de schild­knaap doet afscham­pen waar­door de kan­sen keren. Niet veel later ligt de schild­knaap gewond op de grond met de punt van een zwaard op zijn keel gericht. Slechts de smeek­be­des van de dames die van­uit de koets zijn toe­ge­sneld weten erger te voor­ko­men. Met de belof­te dat de schild­knaap zich zo spoe­dig moge­lijk zal bege­ven naar de scho­ne La Dul­ci­nea in El Tobo­so besluit Don Qui­chot hem het leven te spa­ren. Het is een sub­tie­le ver­wij­zing naar de pas­sa­ge waar Cer­van­tes via de ver­ta­ler ver­neemt dat zijn zojuist aan­ge­schaf­te boek mis­schien wel eens over Don Qui­chot zou kun­nen gaan. Want de ver­ta­ler schiet in de lach bij het lezen van een aan­te­ke­ning in de kant­lijn die als volgt luidt:

De Dul­ci­nea van El Tobo­so die zo vaak in deze geschie­de­nis wordt genoemd, had naar men zegt de bes­te hand van var­kens­vlees peke­len die ooit een vrouw in de Man­cha gehad heeft.
[p.73, Don Qui­chot, Cer­van­tes]

Het zijn dit soort leu­ke vond­sten die voor mij het lezen van dit boek met ieder nieuw hoofd­stuk ple­zie­ri­ger maakt. Tot nu toe heb ik nog geen secon­de spijt gehad dat ik eraan begon­nen ben.

~ ~ ~

Onwe­tend­heid siert de mens
In de knoop
Tags: