The terror! The terror!

Deze blog­post is deel 14 van 19 in de serie Zen — Robert Pir­sig

 

[p.83–96]

It took me more than a week to deduce from the evi­dence around me that every­thing before my wak­ing up was a dream and every­thing after­ward was real­i­ty.
[p.93, Zen]

Het is bij­na Hal­loween en over­al zie ik lijst­jes ver­schi­j­nen van de beste hor­ror­films of -ver­halen. Ondanks dat ik een redelijke macabere fan­tasie heb (zie bijvoor­beeld mijn reeks ver­halen met de seriemo­or­de­naar Eric in de hoof­drol) ben ik niet zo’n bijster grote fan van dit genre. Zolang het flink over the top is met veel bloed en afge­hak­te lede­mat­en, dan gaat het nog wel. Ergens lukt het me om afs­tand te bli­jven houden en mezelf te zien als een kijk­er of lez­er. Dat gaat me veel min­der makke­lijk af zodra het psy­chol­o­gisch wordt. Ver­halen of films waar­bij het niet meer duidelijk is of een per­soon droomt of waakt kruipen bij mij onder de huid en raak ik niet snel kwi­jt. Dat is voor mij echte hor­ror.

Laat ik die hor­ror van­daag of all places tegenkomen in Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­te­nance.

Ik ben aan­be­land bij het laat­ste hoofd­stuk van deel 1. Nadat het reis­gezelschap per motor­fi­ets hun tocht weer heeft her­vat gaat de ik-per­soon verder met zijn ver­haal over Phae­drus, iemand die we in het vorige hoofd­stuk hebben leren ken­nen als een denker die niet door zijn omgev­ing begrepen werd en uitein­delijk uit de samen­lev­ing is ver­wi­jderd.

Allereerst wordt er opnieuw stilges­taan bij het ver­schil tussen een klassieke en roman­tis­che benader­ing van de wereld. Dit­maal wordt de metafoor gebruikt van een hand­vol zand. Van alle gewaar­wordin­gen en indrukken die we de hele dag opdoen lat­en we er slechts een paar tot ons door­drin­gen (de hand­vol zand) omdat we anders hele­maal gesto­ord zouden wor­den. Met deze hand­vol (die voor ons gelijk staat aan de wereld) gaan we ver­vol­gens aan de slag om ze verder onder te verde­len. Dat doen we met ‘het mes’ waarmee Phae­drus zo vaardig was. Dit onderverde­len is een oneindig pro­ces. De alge­meen heersende (roman­tis­che) opvat­ting is dat dit con­tinu ‘sni­j­den’ alles kapot maakt. Phae­drus probeerde hier tegenin te bren­gen dat het tegelijk­er­ti­jd iets nieuws opleverde:

Mark Twain’s expe­ri­ence comes to mind, in which, after he had mas­tered the ana­lyt­ic knowl­edge need­ed to pilot the Mis­sis­sip­pi Riv­er, he dis­cov­ered the riv­er had lost its beau­ty. Some­thing is always killed. But what is less noticed in the arts — some­thing is always cre­at­ed too. And instead of just dwelling on what is killed it’s impor­tant also to see what’s cre­at­ed and to see the process as a kind of death-birth con­ti­nu­ity that is nei­ther good nor bad, but just is.
[p.87, Zen]

Daar hield Phae­drus zich mee bezig. En het is z’n onder­gang gewor­den. Maar wat is nu pre­cies zijn relatie tot de ik-per­soon die zoveel over hem te vertellen heeft?

Het wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van een beleve­nis die de ik-per­soon jaren gele­den heeft meege­maakt. Op een feestje had hij zoveel gedronken dat hij een kamer opzocht om even­t­jes wat tot rust te komen. Hij werd echter pas de vol­gende ocht­end wakker in een volkomen vreemde omgev­ing waar hij vrij was om zijn kamer te ver­lat­en maar niet het gebouw. Het duurde nog een week voor­dat hij doorhad dat de hele gebeurte­nis van het feestje en zijn dronken­schap niet voorgevallen was. Naar­mate zijn her­s­tel vorderde kreeg hij meer infor­matie. Hij had een nieuwe per­soon­lijkheid gekre­gen. De vorige was door een behan­del­ing met elec­troshocks verni­etigd. ‘But who was the old per­son­al­i­ty whom they had known and pre­sumed I was a con­tin­u­a­tion of?’

Dat was natu­urlijk Phae­drus.

De vorige per­soon­lijkheid van de ik-per­soon was com­pleet doorge­draaid en een gevaar voor zijn omgev­ing gewor­den waar­door er niets anders opzat om hem te lat­en verd­wi­j­nen. Voor alti­jd om nooit meer terug te keren. ‘I have nev­er met him. Nev­er will.’

Maar zeg nooit nooit. Gaan­deweg de route die de reizigers afleggen gaat de ik-per­soon steeds meer van de omgev­ing herken­nen hoewel hij er bij zijn weten nooit eerder is geweest. Wel is hem bek­end dat Phae­drus in deze con­treien gewoond en gew­erkt heeft. Dat kan slechts één ding beteke­nen. Phae­drus ont­waakt. En daar begint voor mij de hor­ror, zo bek­lem­mend omschreven in de vol­gende pas­sage:

The EYES! That is the ter­ror of it. These gloved hands I now look at, steer­ing the motor­cy­cle down the road, were once his! And if you can under­stand the feel­ing that comes from that, then you can under­stand real fear — the fear that comes from know­ing there is nowhere you can pos­si­bly run.
[p.94, Zen]

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Care­ful with that knife, Phae­drus!De klassieke schoonheid van een goed func­tionerend sys­teem »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets