De klassieke schoonheid van een goed functionerend systeem

Deze blogpost is deel 15 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

[p.97-108]

Mijn eerste levensjaren heb ik doorgebracht op een bouwplaats en ik geloof dat het mij op een bepaalde manier heeft gevormd. Niet dat ik een ware Bob de Bouwer ben geworden. Verre van. Geef me een hamer en spijker en ik geef je al snel de opdracht om mij naar de dichtsbijzijnde eerste hulp post te brengen. Nee, waar ik op doel is iets heel anders.

De hele dag hing ik op die bouwplaats rond. Wat ik voornamelijk deed was kijken. Naar de bouwvakkers die met hun gereedschap continu onderweg waren. Naar de vrachtwagens die af en aan reden om materiaal te brengen. Naar de steigers die opgebouwd werden. Naar het beton dat gestort werd. Naar de gebouwen die vanuit het niets verrezen.

Ik was gefascineerd door de bedrijvigheid die in alle vroegte begon en almaar doorging tot vaak laat in de avond bijgeschenen door grote felle bouwlampen. Het hield voor mijn gevoel nooit op. En ik vond het prachtig. Om te zien.

Nu is dat niet anders. Ik heb het geluk te werken in een vestiging die niet alleen kantoren herbergt maar ook een heuse produktiehal. Vanuit de eerste verdieping heb je toegang tot een balustrade waarvandaan je zowat de gehele werkvloer kunt overzien. Daar sta ik regelmatig te kijken.

Bij dat kijken gebeurt er iets merkwaardigs. In het begin zie ik alleen de fysieke inrichting en het personeel wat er werkzaam is. Ik zie hoe een lasser een instrument op de werkbank takelt. Hoe een karretje volgeladen wordt met onderdelen. Hoe de lamp boven de x-ray cabine op rood springt. Schijnbaar allemaal willekeurige activiteiten. Zonder enige samenhang.

Gaandeweg treedt er echter een verandering op. Alsof mijn blik zich vernauwt. Alsof de tijd zich verruimt. Ik begin stromen te zien. Als in een time-lapse video. Niet langer zie ik collega’s met karretjes rondlopen. In plaats daarvan begint zich een structuur te openbaren die normaal gesproken verborgen is. Een dieperliggend systeem dat aan al deze activiteit ten grondslag ligt. Waardoor alles wat gedaan wordt betekenis krijgt. En het mooiste is natuurlijk wanneer je ziet dat het klopt. Dat wat gedaan wordt ook het effect heeft wat vooraf bedacht was. Een klokwerk met radertjes die allemaal perfect op elkaar afgestemd zijn. Van een hypnotiserende schoonheid.

Door het lezen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance ben ik deze wijze van kijken beter gaan begrijpen. Voorheen had ik ook wel enig besef van concepten, structuren en systemen, maar door de uitleg van onderliggende vormen en de tegenstelling tussen de klassieke en romantische wereldvisie viel alles veel beter op zijn plaats. Sommige passages die ik las waren echte eye-openers:

There is a classic esthetic which romantics often miss because of its subtlety. The classic style is straightforward, unadorned, unemotional, economical and carefully proportioned. Its purpose is not to inspire emotionally, but to bring order out of chaos and make the unknown known. It is not an esthetically free and natural style. It is esthetically restrained. Everything is under control. Its value is measured in terms of the skill with which this control is maintained.
[p.76, Zen]

Niet dat ik het meteen begreep. Sommige passages waren veel te abstract bij eerste lezing. En ook mijn kennis van de Engelse taal schoot vaak tekort. Stug volhouden, omdat ik het gevoel had iets belangrijks op het spoor te zijn, deed me echter keer op keer de tekst herlezen voor een beter begrip. Gek genoeg heb ik nooit de Nederlandse vertaling erbij genomen. Blijkbaar had ik wel door dat het uiteindelijk niet zozeer met het Engels te maken had maar veel eerder de (voor mij) ingewikkelde materie die Pirsig mij voorschotelde.

Gelukkig dat er ook voldoende ‘down to earth’ passages waren die veel beter te volgen waren en me de motivatie gaven door te blijven lezen. Deze passages vormden de link tussen het filosofische gedeelte en de uitweidingen over het motoronderhoud zelf (die ik geneigd was in het begin over te slaan maar essentieel zijn om het totaalplaatje te kunnen vatten). Zo’n passage kwam voorbij in het gedeelte wat ik deze week las. Het maakte een eerder gemaakte opmerking over ‘The motorcycle is a system’ meteen een stuk duidelijker:

I’ve noticed that people who have never worked with steel have trouble seeing this – that the motorcycle is primarily a mental phenomenon. They associate metal with given shapes – pipes, rods, girders, tools, parts – all of them fixed and inviolable, and think of it as primarily physical. But a person who does machining or foundry work or forge work or welding sees ‘steel’ as having no shape at all. Steel can be any shape you want if you are skilled enough, and any shape but the one you want if you are not. Shapes […] are what you arrive at, what you give to the steel. Steel has no more shape than this old pile of dirt on the engine here. These shapes are all out of someone’s mind. That’s important to see. The steel? Hell, even the steel is out of someone’s mind. There is no steel in nature. Anyone from the Bronze Age could have told you that. All nature has is a potential for steel. There’s nothing else there. But what’s ‘potential’? That’s also in someone’s mind!
[p.104-105, Zen]

Zen ben ik gaan lezen op middelbare leeftijd. Het raakte me met uitzondering van de vader-zoon relatie, verder niet echt. Pas toen ik een paar jaar bij Philips had gewerkt in de logistieke sector en ik het boek opnieuw las als mid-twintiger, begon ik het meer te waarderen ondanks dat ik veel niet begreep. Sindsdien ben ik het boek regelmatig blijven herlezen. En elke keer leer ik weer iets nieuws. Ook over mezelf. Nog steeds. Fascinerend.

~ ~ ~

2 gedachten over “De klassieke schoonheid van een goed functionerend systeem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *