De 75-jarige vrouw die over de schutting klom (en niet verdween)

Er werd aan­ge­beld bij mijn ouders. De buur­vrouw had zich bui­ten­ge­slo­ten en kon haar man niet wak­ker krij­gen die op de eer­ste ver­die­ping lag te sla­pen. Mijn vader wist niets anders te ver­zin­nen dan met behulp van een ijzer­draad via de brie­ven­bus de voor­deur open te krij­gen. Na vele pogin­gen werd het dui­de­lijk dat dit niet ging luk­ken. Ergens was hij er blij om want het stel­de hem met­een gerust dat er niet zomaar op een sim­pe­le manier inge­bro­ken kon wor­den. Ten­slot­te had­den zij een­zelf­de soort slot op de voor­deur.

Maar de buur­vrouw kon nog steeds niet naar bin­nen en de buur­man sliep vre­dig door.

Mis­schien, zo opper­de zij, kon mijn vader mid­dels een trap­je ach­ter over de schut­ting klim­men. Geheel tegen zijn gewoon­te in gaf mijn 80-jari­ge vader aan dat hij zich daar toch iets­jes te oud voor voel­de. Maar het idee was goed, de huis­houd­trap snel gevon­den en nie­mand die de buur­vrouw tegen­hield om zelf deze hin­der­nis te nemen. Na drie wei­ge­rin­gen (voor­na­me­lijk inge­ge­ven door hoog­te­vrees) gaf de 50-jari­ge buur­vrouw het als­nog snel op. Met veel mis­baar rich­ting haar scho­ne sla­per die zich van niets bewust was bel­de ze naar het werk dat ze iets later zou komen.

Op dat moment kwam mijn 75-jari­ge moe­der thuis. Ze over­zag de situ­a­tie en bin­nen no-time was ze het trap­je opge­klom­men en zat ze schrij­lings op de 2 meter en 30 cen­ti­mer hoge schut­ting (mijn vader had het nader­hand opge­me­ten). En nu? vroeg de buur­vrouw. Nu geef je het trap­je aan mij, zei mijn moe­der en dan zet ik het aan de ande­re kant neer.

Zo gezegd, zo gedaan. Niet veel later stond ze bij de buren ach­ter op de plaats. Ze maak­te de poort open voor de buur­vrouw.

Naar bin­nen kon­den ze ech­ter nog steeds niet. Tot­dat mijn vader hen ver­ge­zel­de. Met een vis­hen­gel in de hand. Daar­mee kon hij pre­cies bij het raam waar de buur­man van zijn wel­ver­dien­de rust (hij had nacht­dienst gehad) lag te genie­ten. Na enke­le fer­me tik­ken tegen het raam wer­den de gor­dij­nen opzij gescho­ven en ver­scheen zijn sla­pe­ri­ge gezicht. Het was gelukt. De buur­man was ein­de­lijk wak­ker.

Dit ver­haal kre­gen we op oude­jaars­avond te horen ter­wijl we aan het avond­eten zaten. Na afloop vroeg mijn moe­der of ze mis­schien een keer­tje een proef­trai­ning kon vol­gen bij de sur­vi­val­ver­e­ni­ging. Voor als ze nog eens iemand uit de brand moest hel­pen. Ik wist niet zeker of het een grap was.

~ ~ ~