20170605

Back to normal: 

Van­daag ben ik ein­de­lijk sinds lan­ge tijd (vier maan­den!) naar de trai­ning gegaan voor sur­vi­val­run. Door een geluk­ki­ge samen­loop van omstan­dig­he­den was de trai­ning ver­plaatst naar maan­dag­och­tend in ver­band met Pink­ste­ren wat mij erg goed uit­kwam. Want ik zag de bui alweer han­gen dat het ook dit week­end niet zou luk­ken.
Op zater­dag en zon­dag had­den we name­lijk de klein­kin­de­ren te loge­ren. Dat was van­we­ge alle druk­te rond­om de ver­hui­zing lang uit­ge­steld en het leek me geen goed idee om dan op de zon­dag­och­tend enke­le uren er tus­sen­uit te knij­pen. Daar­voor is het ook nog eens veel te gezellig.

De eni­ge con­se­quen­tie was dat ik de trai­ning aan mijn neus voor­bij zag gaan. Nor­maal gespro­ken wor­den die niet ver­plaats. Maar mis­schien dat Eer­ste Pink­ster­dag een uit­zon­de­ring op de regel was. Dat bleek zo te zijn en daar­om kon ik van­och­tend als­nog mezelf in mijn nieu­we tenue van survivalmaterialen.nl hij­sen om eens aan den lij­ve te voe­len hoe het met mijn con­di­tie gesteld was.

Dat bleek reu­ze mee te val­len. Het vele sloop‑, bouw- en sjouw­werk had­den vruch­ten afge­wor­pen. Ik had het gevoel zelf iets­jes ster­ker te zijn dan voor­heen. Alleen mijn buik­spie­ren lie­ten het afwe­ten. Daar moet ik de komen­de tijd gericht op gaan oefe­nen. Ik heb mezelf drie maan­den de tijd gege­ven voor­al­eer ik me weer aan een sur­vi­val­run ga wagen. Op 10 sep­tem­ber staat de Niers­dal Sur­vi­val­run gepland in Gen­nep. De eer­ste van het nieu­we sei­zoen 2017–2018.
Vorig jaar heb ik ‘m ook al gelo­pen. Het was mijn ken­nis­ma­king met de wed­strijd­ca­te­go­rie Kor­te Afstand (in dit geval 8 km). Op de club had­den ze gezegd dat het een lek­ke­re run was om erin te komen. Niet al te moei­lijk of zwaar. Dat klop­te tot aan de aller­laat­ste hin­der­nis. Daar ging het helaas op de val­reep mis.

Afijn, dat was toen. Nu heb ik wat meer erva­ring en lukt het me wel­licht om revan­che te nemen. Goed mijn best doen de eerst­vol­gen­de drie maanden.

Wat ook pret­tig is, is dat ik van­avond weer eens een boek heb uit­ge­le­zen. Ondanks dat we vele uren in het huis en de tuin heb­ben door­ge­bracht blijkt het zo goed als soci­al medi­a­loos door het leven te gaan me toch nog extra tijd op te leve­ren. Daar­van heb ik dank­baar gebruik gemaakt om in de late uur­tjes op ons bij­na affe ter­ras als dag­af­slui­ting nog wat te lezen.


En zie daar, Zo begint de zie­ner van Coen Simon is het eer­ste boek dat ik in ons nieu­we huis ben begon­nen en heb uit­ge­le­zen. Een primeur!

Ik heb het lezen van deze ‘filo­so­fi­sche ont­dek­king van de wereld’ als bij­zon­der aan­ge­naam erva­ren. Ner­gens hoog­dra­ven­de taal, maar in een erg toe­gan­ke­lij­ke taal beschrijft Simon aller­lei momen­ten uit zijn vroeg­ste jeugd tot na afloop van zijn stu­die­tijd en gebruikt hij die op een twee­le­di­ge manier.

Ze die­nen zowel als een vorm van reflec­tie op zijn eigen groei als filo­soof, maar tege­lij­ker­tijd wor­den ze in een bre­de­re con­text geplaatst om de voor­naams­te stel­ling uit zijn boek te onder­bou­wen, dat we in onze heden­daag­se moder­ne wereld het gevaar lopen de eigen per­soon­lij­ke erva­ring te nege­ren en dat zelfs geloof of een spi­ri­tu­e­le tegen­be­we­ging geen soe­laas biedt:

Zo rela­ti­veert de the­o­re­ti­sche blik van de weten­schap de bete­ke­nis van iede­re erva­ring ach­ter­af, en de pseu­do­we­ten­schap­pe­lij­ke the­o­rie van het bewus­te leven ont­neemt je zelfs de moge­lijk­heid tot een erva­ring. Het gevaar van iede­re the­o­rie is dat zij alleen zich­zelf terug wil zien. Zij staart zich blind op de eigen ver­wach­te resul­ta­ten.
[p.144–145, Zo begint iede­re zie­ner, Coen Simon]

Wat me opviel is hoe gede­tail­leerd Coen Simon deze gebeur­te­nis­sen uit zijn jeugd tot in detail weet te her­in­ne­ren. Ik kan daar erg jaloers op zijn. Mij lukt het slechts bij hoge uit­zon­de­ring om me (al dan niet bepa­len­de) momen­ten uit mijn jeugd voor de geest te halen. En zelfs dan vraag ik me vaak af in hoe­ver­re die her­in­ne­ring van mij bezij­den de waar­heid is.

Regel­ma­tig ver­schil­len mijn jon­ge­re broer en mijn ouders van mening over hoe een en ander is gegaan wan­neer we menen over het­zelf­de te pra­ten.
Inte­res­sant in dit ver­band is dat Simon zelf het geheu­gen als onbe­trouw­baar kenmerkt:

[…] het is het geheu­gen mis­schien hele­maal niet te doen om objec­tie­ve waar­heid, maar alleen om het kun­nen waar­ne­men van een sub­jec­tief gevoel.
[p.68]

Om daar even ver­der uit te concluderen:

Het bestaan bevindt zich voor de uit­een­lo­pen­de leef­tij­den en gene­ra­ties in tel­kens een ande­re tijd en een ande­re ruim­te. En wie hier­over nadenkt komt in een venij­nig cir­kel­tje terecht: kijk ik anders tegen de aard van ons bestaan aan, waar­door mijn erva­ring ver­an­dert, of ver­an­dert eerst mijn inner­lij­ke erva­ring, en kijk ik daar­door anders naar het bestaan?
[p.69]

Het doet me ver­moe­den dat Simon er geen moei­te mee heeft om daar waar nodig de erva­rin­gen uit zijn jeugd zoda­nig vorm te geven dat ze beter pas­sen in het ver­haal dat hij heeft te ver­tel­len. Ik zie daar (gede­tail­leerd put­ten uit het geheu­gen om te onder­bou­wen hoe onbe­trouw­baar het geheu­gen is) een paral­lel in naar het voor­beeld dat hij aan­haalt van Pla­to die mid­dels een ver­ha­len­de dia­loog betoogt dat dich­ters ver­ban­nen zou­den moe­ten wor­den ‘omdat zij het volk zou­den sti­mu­le­ren in gevoe­lens die de rede vij­an­dig zijn, en omdat de kunst in het alge­meen een onvol­maak­te naboot­sing van de ech­te wer­ke­lijk­heid is’. De dia­loog valt ook hieronder.

Zoals gezegd, pret­tig lees­voer dat regel­ma­tig tot (door)denken aanzet.

Eindoordeel: mag blijven

Ga naar mijn boe­ken­kast om alle tot dus­ver­re bespro­ken boe­ken te vin­den en wie weet zit er een­tje tus­sen die weg mag en waar jij al tij­den naar op zoek bent. 

In Zo begint iede­re zie­ner waar­schuwt filo­soof Coen Simon dat het heden­daag­se gevecht om de waar­heid tus­sen geloof en weten­schap uit­ein­de­lijk de onder­gang zal bete­ke­nen van het belang­rijk­ste wat de mens bezit: zijn per­soon­lij­ke ervaring.

In een terug­blik op de fan­ta­sie­rij­ke jaren van zijn eigen jeugd legt Simon de luci­de krach­ten van de men­se­lij­ke ver­beel­ding bloot. Zijn zoek­tocht langs de ran­den van het den­ken geeft zó’n onver­wach­te kijk op geheu­gen, tijd, geluk, vriend­schap, gevoel, droom en magie, dat nie­mand nog ver­langt naar een ande­re wer­ke­lijk­heid dan de onze.

Zo begint iede­re zie­ner
Coen Simon
Uit­ge­ve­rij Ambo
ISBN 9789026323904