In het buitengebied

Een col­le­ga van me is eind vorig jaar naar ‘het bui­ten­ge­bied’ ver­huisd. Een klei­ner huis­je maar met meer grond erom­heen. Sinds we van­we­ge een inter­ne reor­ga­ni­sa­tie rond­om die­zelf­de tijd naast elkaar zijn komen te zit­ten en hij hoor­de van onze plan­nen om ook naar een soort­ge­lij­ke plek te ver­hui­zen wis­se­len we veel tips aan elkaar uit.
Wat me van­af het begin is bij­ge­ble­ven is zijn opmer­king dat hij iede­re avond tot laat bezig is (of tot laat bui­ten op het ter­ras zit) en meest­al bek­af in bed valt. Te moe om nog wat anders te doen nadat alle (dagelijks/wekelijks terug­ke­ren­de) klus­sen rond­om het huis gedaan zijn. Er blijft wei­nig energie/tijd over voor ande­re zaken.
Niet dat hij er spijt van heeft. Het is juist dat hij zich hele­maal goed voelt bij dit nieu­we bui­ten­le­ven. Ver­ge­le­ken met voor­heen heeft hij het gevoel veel actie­ver bezig te zijn. Hij kan er nu al niet meer bij dat hij bij­voor­beeld eerst zoveel tijd voor de tv, ach­ter de pc of aan de smartpho­ne door­bracht. Dat komt er nu hele­maal niet meer van.
Mijn erva­rin­gen zijn iden­tiek. Er is hier altijd wel iets te doen. Zeker omdat er nog veel res­te­rend werk is na de ver­hui­zing en ver­bou­wing, maar ook als dat (hope­lijk op kor­te ter­mijn) afge­rond is, dan zal het niet min­der wor­den. Hoog­uit komen er ande­re zaken voor in de plaats. En ik voel me er even goed bij als mijn col­le­ga.
Thuis na het werk (of nu tij­dens de vakan­tie) loop ik stee­vast rond in een ste­vi­ge (kor­te) werk­broek en op klom­pen (geen hou­ten, dat dan weer niet). Meest­al heb­ben we de avond ervoor al door­ge­spro­ken waar we ons de vol­gen­de dag mee gaan bezig­hou­den. Niet meer dan een vage plan­ning waar we even­tu­eel van af kun­nen wij­ken moch­ten de omstan­dig­he­den daar­toe aan­lei­ding geven.
Wat we ons­zelf wel blij­ven voor­hou­den is het vol­gen­de: pro­beer niet iede­re klus per se op de dag zelf af te krij­gen, maar spen­deer er gewoon enke­le uren aan zodat er voort­gang geboekt wordt. Het mees­te wat gedaan moet wor­den is name­lijk te groot of te veel om bin­nen één dag te doen. Daar maak je jezelf alleen maar gek mee.
En reser­veer af en toe wat tijd voor ande­re ont­span­ning, zoals in mijn geval lezen en spor­ten. We moe­ten het hier ten­slot­te heb­ben van de lan­ge adem.
Lang­zaam­aan mer­ken we hoe we in een ander leef­rit­me terecht­ko­men. Eens kij­ken of dat ook zo (goed) blijft (beval­len).
PS: Toen we van­mid­dag even pau­ze namen tij­dens de klus om al het hout te sor­te­ren dat we van de ver­bou­wing opge­spaard had­den, kwam ons gesprek als van­zelf op dit nieu­we leven in het bui­ten­ge­bied terecht. Juist op dat moment bezorg­de de post het boek­je In het bui­ten­ge­bied van Adri­aan van Dis. Benieuwd wat hij erover te zeg­gen heeft.

~ ~ ~

Rond­je hart­slag
Rond­je neer­slag