Open-deur policy

Bij de post een ongead­resseerde brief van de gemeente Linge­waard waar­bij het onder­w­erp is leegge­lat­en. Nor­maal gooi ik die alti­jd meteen ongelezen weg. Deze keer niet. Nieuws­gierigheid wint het van desin­ter­esse.
De aan­hef is als vol­gt:

Beste bewoner/gebruiker,

Gebruik­er? Van wat? In de tuin hebben we een plant gevon­den die ver­dacht veel lijkt op een hen­nep­plant. Miss­chien dat dit adres bek­end staat als een notoire hen­nep­kwek­er­ij en dat de vorige bewon­ers zelf ook niet genoeg kon­den kri­j­gen van hun koop­waar. Maar om ons over dezelfde kam te scheren…
Afi­jn, lat­en we verder lezen.

Er komt een land­me­ter bij u langs om uw gebouw op te meten.

Goh, een land­me­ter zelfs. Dan hebben ze hoge verwachtin­gen van de omvang van ons huis.

Dit is nodig om onze topografis­che kaart bij te werken.

Nu klopt het dat we bij de ver­bouwing een stuk hebben uit­ge­breid. Dus het kan dat ze daarom de nieuwe mat­en willen opne­men. Maar waarom was de brief dan niet spec­i­fiek aan ons gericht. Op deze manier lijkt het alsof ze over­al in de buurt gaan meten om de topografis­che kaart actueel te houden. Wel vreemd als je het mij vraagt. De afmetin­gen van een huis veran­deren toch niet zomaar uit zichzelf?1

Het bureau … uit … gaat dit doen voor de gemeente Linge­waard in de komende weken.

In de komende weken. Kan het nog vager? Wat verwacht­en ze nu? Dat we de komende weken het huis beter niet ver­lat­en omdat de land­me­ter zomaar ineens voor de deur kan staan?

Het is nodig dat de land­me­ter voor de metin­gen in uw tuin komt.

Ik bedoel, dat de land­me­ter zomaar ineens in de tuin kan staan?

In de won­ing hoeft niet geme­ten te wor­den.

Ha, het is wel duidelijk dat nie­mand bij de gemeente Linge­waard het boek waar ik zojuist in een noot naar ref­er­eerde gelezen heeft2. Dan had­den ze wel geweten dat met alleen de metin­gen aan de buitenkant er geen zin­nig woord gezegd kan wor­den over de inhoud van het huis zelf. Niet dat ik ze daar op ga wijzen. Laat ze maar in hun zalige onwe­tend­heid.

Het zal niet veel tijd kosten en uw bez­it niet beschadi­gen.

Buiten het feit dat ze geen enkele indi­catie geven wan­neer ze in de komende weken langskomen en wij al die tijd aan huis gebon­den zijn, zal het niet veel tijd kosten. Uhuh, tuurlijk. We waren verder toch niet plan om iets anders te gaan doen.
Gelukkig wordt dat ruim­schoots gecom­penseerd omdat ze ons bez­it niet zullen beschadi­gen. Jip­pie! Wat fijn. Ik dank de gemeente Linge­waard op mijn blote knieën dat ze niet een agressieve niet­sontziende land­me­ter ons erf ops­turen die met z’n grote meet­lat alles en iedereen omver kegelt en na gedane zak­en een spoor van verniel­ing achter­laat. Wat een inlev­ingsver­mo­gen van de betr­e­f­fende ambte­naar. Een onder­schei­d­ing waard wat mij betre­ft.
Maar we zijn er nog niet.

Wij vra­gen uw hulp om deze toe­gang te geven zon­der dat zij zich hier­voor vooraf bij u hebben gemeld.

Huh, wat staat er nou pre­cies? Nog een keer.

Wij vra­gen uw hulp
om deze toe­gang te geven
zon­der dat zij
zich hier­voor vooraf bij u hebben gemeld.

Om deze wat toe­gang te geven? We had­den het tot nu toe toch gewoon over een land­me­ter? Een­t­je die onaangekondigd ergens in de komende weken vanu­it de tuin zon­der ons bez­it te beschadi­gen ons gebouw komt opme­ten. Toch?
En waarom gaat het ver­vol­gens verder met ‘zij zich hebben gemeld’? Dat impliceert meer­voud. Dat er een horde land­me­ters onze tuin gaat bevolken om ieder voor zich een meter voor hun reken­ing te nemen. Vra­gen ze daarom onze hulp? Dat we de tuin hele­maal leeghalen zodat al die land­me­ters goed bij hun eigen stuk­je kun­nen komen? Ja, dan is het geen won­der dat ze ons bez­it niet zullen beschadi­gen.

De wet basis­reg­is­tratie adressen en gebouwen (BAG) geeft de gemeente toe­gang vol­gens artikel 8.

Ik heb het voor de zek­er­heid opge­zocht en wie zin heeft kan het hieron­der in noot3 zelf nalezen. Wat ik eruit con­cludeer is inder­daad dat de landmeter(s?) namens de gemeente bij onze won­ing moet kun­nen om het huis op te meten.
Dat betekent in de prak­tijk dat we de komende weken de poort open moet lat­en staan, want natu­urlijk zijn we niet in de gele­gen­heid om al die tijd aan huis te bli­jven wacht­en tot­dat de landmeter(s?) verschijnt/verschijnen. Zou dat de bedoel­ing zijn? Ik kan het me haast niet voorstellen, want dan kan Jan en Alle­man een bezoek­je bren­gen. Zek­er nu iedereen in de buurt zo’n brief heeft gekre­gen lijkt het me geen goed idee. Als dat ter ore komt bij per­so­n­en met min­der goede bedoelin­gen dan kun­nen die de komende weken ongesto­ord hun gang gaan. Mocht het inder­daad zo ver komen dan zal de verzek­er­ing waarschi­jn­lijk niet tot uit­be­tal­ing over­gaan als ze ont­dekken dat we het de inbrek­ers wel erg gemakke­lijk hebben gemaakt.
De brief sluit af met een opti­mistisch

Alvast bedankt!.

maar ik ga maandag toch voor de zek­er­heid de gemeente Linge­waard bellen om te vra­gen wat nu pre­cies de bedoel­ing is. Niet met betrekking tot het uitroepteken gevol­gd door een punt, maar wat betre­ft de hulp die ze van ons verwacht­en en hun aansprake­lijkheid.
~ ~ ~


  1. Hoewel, ooit House of Leaves gelezen? 

  2. En ik ben benieuwd hoeveel lez­ers er nu alsnog naar noot 1 gaan. 

  3. Artikel 8 Wet basis­reg­is­traties adressen en gebouwen:
    1.
    De door burge­meester en wethoud­ers aangewezen ambtenaren die zijn belast met de vast­stelling van de geome­trie, bedoeld in artikel 7, zijn bevoegd, met meden­e­m­ing van de ben­odigde appa­ratu­ur en andere hulp­mid­de­len, elke plaats te betre­den, onver­min­derd artikel 2 van de Algemene wet op het bin­nen­tre­den, en daar waarne­min­gen of metin­gen te ver­richt­en, voor zover dat redelijk­er­wi­js nodig is voor de vervulling van hun taak.
    2.
    De eige­naar, de beperkt gerechtigde en de gebruik­er van een pand of een verbli­jf­sob­ject zijn ver­plicht aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, bin­nen de door dezen gestelde redelijke ter­mi­jn alle medew­erk­ing te ver­lenen die dezen redelijk­er­wi­js kun­nen vorderen bij de uitoe­fen­ing van de bevoegdhe­den, genoemd in het eerste lid, met dien ver­stande dat toe­gang slechts wordt ver­leend tussen acht uur ’s mor­gens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te wor­den ver­leend op zater­da­gen, zonda­gen en alge­meen erk­ende feestda­gen.
    3.
    Indi­en de toe­gang wordt geweigerd, ver­schaf­fen de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zich zo nodig toe­gang met behulp van de sterke arm. Indi­en het ver­richt­en van de han­delin­gen, bedoeld in het eerste lid, niet wordt toeges­taan zijn de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, bevoegd het ver­richt­en van die han­delin­gen zo nodig met behulp van de sterke arm mogelijk te mak­en.
    4.
    De schade die uit de toepass­ing van het eerste lid voortvloeit, wordt door burge­meester en wethoud­ers op ver­zoek ver­goed. De vorder­ing tot schade­v­er­goed­ing staat ter ken­nis­ne­m­ing van de kan­ton­rechter bij de recht­bank van het arrondisse­ment waarin de gemeente is gele­gen. Tegen de uit­spraak staat geen rechtsmid­del open. 

Geef een reactie