Vallen en (een stukje) doorgaan

[Foto: Storm­Run Deest]


Het leek als­of er geen eind aan kwam. Mis­schien omdat het een tijd­lang ging als in slow-moti­on. Althans het begin.
Ik zag hoe mijn voet heel even bleef haken in het net. Zou ik erin sla­gen om te blij­ven han­gen? En dan mijn buik­spie­ren aan­spre­ken om mezelf omhoog te hij­sen? Zodat ik met mijn han­den als­nog grip kon krij­gen op het net?
Deze gedach­ten gin­gen door mijn hoofd ter­wijl mijn voet ter­gend lang­zaam los­kwam van het net. Daar­na zet­te zich de val in.
Wat zou het zijn geweest? Vijf meter?
De eer­ste meter duur­de in ieder geval voor mijn gevoel een vol­le minuut. Ik had alle tijd om rond­om me heen te kij­ken.
Zag aan het ande­re eind van de hin­der­nis snel­le­re deel­ne­mers al aan land gaan. Zag vrij­wil­li­gers van de orga­ni­sa­tie bezig met een van de tou­wen te repa­re­ren. Zag de hijs­kraan hoog boven alles en ieder­een uit­to­re­nen. Zag mezelf val­len en val­len en val­len.
Toen kwam er plots een ver­snel­ling en voor ik het wist raak­te ik het water­op­per­vlak. Hoe lang ik onder ben geweest weet ik niet maar toen ik een­maal weer boven water kwam viel het me moei­lijk mijn adem­ha­ling onder con­tro­le te krij­gen van­we­ge de kou. Er was een dui­ker die mijn rich­ting uit­ge­zwom­men kwam. Of alles onder con­tro­le was? Ik keek naar boven waar ik eigen­lijk had moe­ten zijn. Niet hier bene­den in het water. Maar ik knik­te van ja, om niet te gaan klap­per­tan­den.
Lang­zaam zwom ik naar de kant tot­dat ik kon staan. De dui­ker vroeg of ik het erg koud had. Ik pro­beer­de het woord ja. Het kwam er rede­lijk ver­staan­baar uit. Dacht ik en besloot het daar bij te hou­den. Maar wat nu te doen? Terug naar de start om dro­ge kle­ren aan te trek­ken? Of het nog een keer opnieuw pro­be­ren? Ten­slot­te was de (per­fect geor­ga­ni­seer­de en zeer uit­da­gen­de) Storm­Run voor mij pas net begon­nen. Dit was een van de eer­ste hin­der­nis­sen. Stop­pen kon altijd nog.
De twee­de keer luk­te het zon­der val- of zwem­par­tij. Warm kreeg ik het ech­ter niet meer. Er stond een geme­ne kou­de wind die zeker op de dijk me tot op het bot ver­kleum­de. Of het daar­door kwam of juist door de val in het water waar­bij ik toch wat onge­luk­kig terecht kwam zal ik nooit weten maar hal­ver­we­ge de run op het ter­rein van Storm­Run waar twee flin­ke combi’s ach­ter elkaar kwa­men luk­te het me niet meer het laat­ste stuk­je te vol­bren­gen. De regen­bui die ons juist op dat moment ook nog trof zal zeker niet gehol­pen heb­ben.
Nu zit ik thuis. Warm en droog. Drie runs dit sei­zoen gelo­pen. Slechts één keer het band­je weten te behou­den. Net zoals vorig sei­zoen.
Mijn nek voelt pijn­lijk. Mis­schien toch niet hele­maal goed terecht­ge­ko­men in het water. Mijn enkel ligt open. Een hin­der­nis iets te enthou­si­ast geno­men. Mijn onder­ar­men zijn gezwol­len en vol kras­sen en blau­we plek­ken. Gevolg van de vele klim- en klau­ter­par­tij­en tij­dens de run.
En ik voel me heer­lijk. Natuur­lijk ben ik teleur­ge­steld dat ik mijn band­je niet wist te behou­den. Maar ver­der? Gewoon uit­hui­len en door blij­ven trai­nen op die aspec­ten waar­op het mis­ging. Net zolang tot­dat het wel goed gaat. Want sur­vi­val­run is gewel­dig! Ik zou het voor geen geld meer wil­len mis­sen ook al gaat het dan de mees­te keren niet zoals ik wil.
Ik bekijk het gewoon van de posi­tie­ve kant. Met mijn 54 jaar heb ik nog zes jaar de tijd om van­af dat moment hoge ogen te gooi­en in de 60+ cate­go­rie. Mij krij­gen ze niet klein!
~ ~ ~
Hier nog wat foto’s van mijn twee­de poging bij de kraan­hin­der­nis. Op de eer­ste foto ben ik rechts onder­aan te zien met num­mer 183, ver­scho­len ach­ter het logo van de ono­ver­trof­fen foto­graaf van deze serie, Kees Bak­ker:

~ ~ ~
Iets voor jou, dat sur­vi­val­run­nen? Kom dan eens een keer­tje kij­ken bij Sur­vi­val­run Trai­nings­groep Arn­hem. Of check voor een ver­e­ni­ging bij jou in de buurt.
~ ~ ~